De vlakte en de vrijheid 1: De duiding gaat verloren
Blogpost door Daan Stoffelsen, 20 maart 2011 Literaire kritiek
Ze is geabonneerd op NRC Handelsblad en de Volkskrant, op de digitale Groene Amsterdammer en de papieren Vrij Nederland. ‘Maar in Vlaanderen schrijven ze beter,’ en dan bedoelt ze vooral De Morgen en De Standaard. Ze leest ook de recensies in HP|De Tijd, Het Parool, soms The Guardian, The New Yorker, en als ze meer over een boek wil weten dan gebruikt ze de sites van boekhandel Powell’s, Amazon in de V.S., Engeland, Duitsland en Frankrijk, Perlentaucher. En niet zelden klikt ze dan op de balkjes ‘lezers die dit kochten, kochten ook…’ als ze een boek niet kent. Lidewijde Paris is uitgever. Voor Ailantus, haar uitgeverij, koopt ze boeken aan, en altijd leest ze de kritieken én de lezerrecensies. Een korte kennismaking ter voorbereiding op 5 april, als we het gaan hebben over literaire kritiek online.
Authenticiteit en dienstbaarheid
‘Ik probeer altijd de blogs en de lezerrecensies te lezen over een boek. Die reacties zeggen heel veel. En ja, je kunt eruit filteren of mensen in opdracht schrijven. Spontane, authentieke recensies beginnen met “ik moest me door de eerste veertig pagina’s heen worstelen”; reclamerecensies, door de zus van de vriend van de auteur, zijn altijd heel erg netjes, er valt geen onvertogen woord.’
Maar we hadden het over gewone recensies. Wat maakt een recensie goed? En vind je die op internet?
‘Er zijn zoveel recensiesites op internet, je kunt niet alles bijhouden, en bovendien: de kwaliteit is heel wisselend. Soms zijn de stukken heel goed, soms heel slecht. Als ik gericht zoek naar reacties op een boek, dan loop ik er tegenaan, en dan lees ik ze. Wat een recensie goed maakt?
Proeven zonder de plot weg te geven, een indruk geven van een boek, en met onderbouwing een oordeel geven. Recensenten willen vaak laten weten dat ze het boek gelezen hebben, maar daarvoor zijn ze er niet . Ze horen dienstbaar te zijn aan het publiek, en dat publiek de gelegenheid te laten nog te genieten van een boek – dus niet te veel weggeven – en de gelegenheid te geven er een eigen oordeel over te vormen.’
Tegen de ontduiding
Zoals ze bij gewone lezers authenticiteit zoekt, zoekt Paris bij recensenten inzichten, duiding. Niet dát de recensent het begrepen heeft, maar hoe. Wat doet de schrijver, hoe maakt hij iets bijzonders?
‘Iedereen heeft het altijd maar over ontlezing, maar in werkelijkheid gaat de duiding van wat je leest verloren. In een roman komt een personage na de Eerste Wereldoorlog terug uit een Duits kamp en heeft dus eigenlijk de echte oorlog en het front niet meegemaakt. Hij komt met liedteksten aan die op een heel andere manier de oorlog bezingen. En dan staat er: ‘not for him the old lie’. Weet jij dan waar dat vandaag komt? Je moet het gedicht Dulce et decorum’ gelezen hebben, van Wilfred Owen, of iemand moet het je uitgelegd hebben.’
Dat is een referentiekader dat steeds minder mensen hebben. Duiding, referentiekader, ze staan onderstreept in mijn aantekeningen bij dit gesprek. Duiden is wat Paris deed in Vrij Nederland bij de reeks korte verhalen die ze cureerde en bundelde in Een goed verhaal: ‘T.C. Boyle maakt in ‘Tooth and Claw’ dankbaar gebruik van de tweelosselijnenaanpak. Ogenschijnlijk hebben ze niets met elkaar te maken, maar je weet als lezer al aan het begin dat de ene draad van het verhaal de andere draad zal raken.’ Duiden is wat recensenten moeten doen.
Minder complex dan cricket
Maar dat is niet genoeg. Paris bepleit meer aandacht in programma’s als De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman, en niet voor de levens van auteurs, voor het anekdotische, maar voor wat hun boeken goed maakt. ‘Waarom mag Erik van Muiswinkel wel de regels van een sport met onbegrijpelijke regels als cricket uitleggen bij De Wereld Draait Door, waarom zijn we allemaal wel geïnteresseerd in een complexe sport als tennis, in de buitenspelregel, en eisen we van literatuur dat het overzichtelijk is? Waarom is er wel ruimte voor muziek, voor film, bij zulke programma’s, maar niet voor literatuur? Geef me één minuut per week bij Matthijs van Nieuwkerk en ik leg de regels uit: waarom is een boek de moeite waard.’
Je moet lezers erop wijzen dát er regels zijn, dat elk boek weer anders is, dat er iets is dat ze literair maakt. Op tv, op de radio – Paris bespreekt buitenlandse literatuur voor Opium. Op scholen, tijdens openbare lessen in boekhandels zoals zij ze geeft. In Een goed verhaal of in Francine Prose’s Reading Like a Writer.
‘Het begint ermee dat je als lezer iets niet snapt, dat je nieuwsgierig bent, dat je doordenkt, gaat zoeken. Dat is een kwestie van training, en van concentratie, vaardigheden die we steeds minder hebben, maar die te leren zijn.’
Of: hoe elke discussie over literaire kritiek, online of niet, weer gaat over lezen, kritisch lezen, en veel verder reikt dan een recensie op een website.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Meer van deze Recensent
Preutsheid en het perspectief van een poes
Blogpost door Daan Stoffelsen, 12 mei 2013
in Seks en literatuur
Onnavolgbaar liedje
door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013
Korte zinnen met lucht
door Daan Stoffelsen, 17 april 2013
Boeken kopen voor en schenken aan Recensieweb
Blogpost door Daan Stoffelsen, 9 april 2013
in Recensieweb
Gemakkelijke snelheid, oude beschaving en ongemakkelijke inzichten
door Daan Stoffelsen, 18 maart 2013
Het kleine groot en het verre dichtbij
door Daan Stoffelsen, 15 maart 2013
in Boekenweek
Lees meer van deze recensent...
Elders op internet
Uitgeverij Ailantus Paris bij de nieuwjaarsuitzending van Opium