De wandelaar: vet of genuanceerd over idealisme? (NS Publieksprijscorrespondentie)

Blogpost door Daan Stoffelsen en Pieter Wybenga, 8 oktober 2007 NS Publieksprijs

Nog maar enkele nachten scheiden het jurylid van de sluiting van de stembus. Daan Stoffelsen gaat een laatste correspondentie aan, bereidt zich voor op een afsluitend stuk over de overgebleven nominaties en twijfelt. Ditmaal over Van Dis. Pieter Wybenga, die De wandelaar al zeer positief besprak, gaat met hem de discussie aan.

PW: Of ik Van Dis’ De wandelaar een nominatie waard vind?

Ja en nee. Maar de nee is eigenlijk minder relevant. Nee, omdat er meer goede boeken verschenen zijn, betere boeken wellicht en Van Dis zijn nominatie in de eerste plaats dankt aan zijn naam, niet het onderscheidende vermogen van zijn boek. Net als Grunberg vrees ik. Maargoed, daarvoor is het ook de NS Publieksprijs, de prijs van het grote publiek en dat publiek gaat niet veel verder dan de AKO. Dus dit terzijde, en ja, ik vind De wandelaar een terechte nominatie.

Zoals ik ook betoogd heb in mijn recensie, vind ik vooral de manier waarop langzaam de nuance in het verhaal naar voren komt en uit de doeken gedaan wordt zeer bewonderenswaardig. Het gegeven van het verhaal heeft alles in zich om een clichématig beeld te gaan schetsen van het rijke westen versus de arme rest. In eerste instantie lijkt het ook die kant op te gaan. Maar je weet als lezer in die fase al wel dat er iets onder de oppervlakte speelt. Het gros van de ellende beschrijvende boeken preken maatschappelijke betrokkenheid en dat is het dan. We zijn het wel altijd met die boodschap eens. Maar hoeveel mensen handelen nu precies zoals die boeken zeggen dat je zou moeten handelen? We kijken met verontwaardiging naar de beelden en verhalen die het journaal ons
voorschotelt, maar echt actie ondernemen doen maar enkele idealisten, Hollywoodsterren en Bob Geldof.

Maar is dat nu zo slecht van ons? Van Dis laat met De wandelaar de menselijkheid zien van die reactie die het gros erop nahoudt. Iedereen wil wel goed doen, maar slechts een beetje, vaak vanuit een soort schuldgevoel bovendien. Echt de barricades op is er niet bij. Van Dis wil het dus eigenlijk niet hebben over de ellende in de wereld, maar over onze reactie daarop. Dat tilt hem boven veel ander geschrijf uit. Ik weet niet of hij er ook de hypocrisie van de mensheid mee aan de kaak wil stellen, maar ik denk het juist niet. Hij wil juist niet teveel een waardeoordeel over het omgaan met de verschillen in de wereld, over wel iets doen, niets doen, of zeggen dat je vindt dat er wat moet gebeuren, maar stiekem niets doet. Hij wil laten zien hoe iemand die er heel direct mee geconfronteerd wordt er mee omgaat. En dat is het. Hij wil juist niet de grote discussie aangaan. En het is de manier waarop deze boodschap van een beetje goed doen, de menselijkheid ervan, langzaam naar voren komt in de ontwikkeling van het karakter van Mulder, die het boek zo goed maakt.

Zo, laat ik het hier eerst maar even bij houden en jouw mening afwachten over Van Dis. Voordat ik je zinnige vragen kan stellen wil ik eerst wel even van je weten waar jij staat, hoe jij het hebt ervaren?

DS: Dank voor je reactie. Kun je wat meer uitwijden over je ‘Nee’? Er zijn dus betere boeken
uitgekomen voor deze prijs? De nominaties zijn niet terecht? Ik mis ook wel mooie boeken op dit lijstje ‘Beste boeken van 2007’, maar kwaliteit was maar één deel van de motivatie van het gezelschap dat over de nominaties besliste; ook populariteit was van belang, er is ook duidelijk gekeken naar de bestsellerlijsten. En in dat verband hebben ze een logische, zij het niet erg spannende keus gemaakt. Een persoonlijke favoriet als Koubaa of Pfeijffer zou te klein bier zijn geweest, andere grote namen als A.F.Th. of Connie Palmen te controversieel.

PW: Ik denk als populariteit ook mee moet wegen, ze niet veel keus hadden. Je noemde Palmen en A.F.Th. al. Daarnaast hebben bijvoorbeeld Lanoye en Verhulst waarschijnlijk allemaal ook wel goed verkocht, maar het zijn geen bestsellers en bovenal nog geen Grote Schrijvers. Blijven naast de twee die jij noemde Haasse en Bernlef over. Wel grote, gevestigde namen, namen die al langer mee gaan. Maar ik vrees dat ik daar niks over zeggen kan, omdat ik ze allemaal niet gelezen heb. Ik weet niet welke keuzes ze hebben overwogen, wat goed verkocht heeft verder en kan dus ook niet goed oordelen over de keuze voor Van Dis. Behalve dan dat het overduidelijk de middenmaat is die regeert. Dat stelt teleur, maar het is denk ik naïef om te verwachten of te hopen dat er eens een spannende keuze op de lijst van de NS Publieksprijs verschijnt. Als niemand zo’n boek kent stemt niemand erop. De prijs is wat dat betreft niet bedoeld om mensen aan het lezen te krijgen, vrees ik. Van Dis is een veilige flauwe keuze, maar ook niet onterecht omdat het wel kwaliteit is. Geen hoogvlieger, maar wel vakmanschap.

DS: Om terug te keren naar je vraag: mijn instemming met de nominatie kwam pas later. Het begin vond ik ronduit gemakkelijk. Een man leeft solitair volgens zijn eigen eenzame rituelen, en wijkt daar één keer van af, neemt een andere wandelroute, en hem valt een hond toe. Een hond, tja, wat doe je daarmee? Je neemt hem op, maakt hem schoon, vanuit je eigen reinheidsdrang, en hij doet op zijn beurt niets anders dan hij altijd deed: lopen, snuffelen, begroeten. Dat is Van Dis’ middel om Mulder te confronteren met een wereld die hij niet kent, en dat viel me iets te veel op.

Daarnaast zet Van Dis het allemaal wel erg vet op, met die hond die Mulder letterlijk toevalt, zijn smetvrees, de Grote Gesprekken met de priester. Het was me bij tijd en wijle wat al te makkelijk, obligate middelen voor maar één doel: het nuanceren van goeddoen. Maar nu zie ik ook wel Van Dis’ tongue-in-cheek, hoe hij zijn hoofdpersoon en een antagonist als de priester opzettelijk in elkaars nauw drijft, en er zijn ook scènes die geen enkele vervelende bijgedachte opleveren, zelfs ontroering: hoe Mulder een dansje doet voor het meisje dat in het ziekenhuis van haar brandwonden herstelt, hoe een jongetje hem leidt in een van de banlieus van Parijs…

Net zo vet opgezet vind ik de hele tegenstelling tussen idealisme en niets doen. Van Dis speelt Mulder een gelegenheid toe (de hond), geeft hem de middelen (die erfenis, vergelijk Geldof), maar maakt het hem moeilijk met de motieven. Want is het werkelijk idealisme om de repatriëring naar Sri Lanka te betalen van een omgekomen man als je heimelijk een oogje hebt op diens weduwe? En wat was Mulders motivatie om de ondergedoken illegaal aan een vals paspoort te helpen? In feite werd hij onder druk gezet door die priester, worstelde hij met schuldgevoel, misschien wilde hij deze man wel weghebben omdat hij, als een van de eerste eigenaars van de hond, hem terug kon eisen. En veel duidelijker blijkt Mulders stellingname nog uit zijn houding tegenover de studenten die een solidariteitshongerstaking houden in de kerk: volgevreten zijn ze, verwend…

Maar dat is niet alles wat Van Dis lijkt te willen zeggen, want de Sri Lankese weduwe lijkt verdomme wel een heilige, zoals ze zonder voorbehoud geeft om het jonge slachtoffertje van de brand, zoals ze, later, een zwerver helpt zijn leven op orde te brengen. Voor haar geeft Mulder graag, en zo straalt haar heiligheid enigszins op hem af.

Een mogelijke conclusie is dat bezit écht goed doen, zonder bijgedachten, in de weg staat. Een andere is dat juist het overwegen van dat goed doen, het nadenken over het idealisme, de blokkade vormt. Maar misschien moeten we het niet zo algemeen stellen. Misschien wil Van Dis vooral een geval schetsen, vooral zeggen: zo kán het je in de weg zitten, je morele superioriteit, je intellectuele ballast, het geld dat verplichtingen schept.

En daarin slaagt hij goed.

Ik denk dat we het hoe dan ook eens zijn dat Van Dis een thema aansnijdt, de discussie
aangaat. Ik had het met Eveline, in onze discussie over Tirza en in verband met jullie
eerdere schaduwjurywerk, over pretenties. Is De wandelaar ook pretentieus? En is dat erg?
Of is dat onvermijdelijk als je niet wilt romanticeren?

PW: Mee eens. Van Dis zet het vet op. Je struikelt over de tegenstellingen in het begin. Maar ze dienen een doel. Ik denk dat ze bedoeld zijn om de lezer te irriteren: ‘daar heb je weer zo’n preek’. Als de lezer met die gedachte aankomt op het punt in het boek waar de nuance erin sluipt komt de boodschap des te harder aan.

Mulder blijft Mulder. Niks geen idealisme. Zoals je aangeeft is de tegenstelling tussen idealisme en niets doen vet opgezet. Maar het zou ergerlijk zijn als we daaruit de les ‘idealisme is de te bewandelen weg’ zouden moeten trekken. Een oordeel daarover wil Van Dis helemaal niet vellen volgens mij. Juist niet, eerder het tegenovergestelde: oordeel niet te snel over de houding van het gros, het is heel begrijpelijk.

Ik denk dat Van Dis de reactie van 99% van de Westerse bevolking op Het Leed In Deze Wereld heeft willen ontleden, met als enige oordeel over hoe te handelen dat je niet te snel moet oordelen daarover. Hij wil het begrijpelijk maken dat wij zo handelen, dat we een beetje goed willen doen, that’s it.

Dus, ja ons bezit heeft ons zo vervreemd van de Derde Wereld dat echt goed doen niet menselijk is. Wel wenselijk, maar daar heeft Van Dis het niet over, maar om onze normale reactie en waarom wij zo reageren duidelijk te maken. Dus zowel ons bezit als nadenken over idealisme zit het echt goed doen in de weg: het feit dat we in een totaal andere wereld leven die niets met die ander te maken heeft zit echt goed doen in de weg.

En of het pretentieus is. Tja, daarin kan je twee kanten op. Ja, in die zin dat het een groot thema is dat hij aansnijdt. Maar ook nee, omdat hij juist niet wil oordelen over dat thema in mij optiek, maar het anders belicht. Hij gaat niet over goed of fout, maar over waarom wij de middenweg bewandelen. Hij veegt eerder de vloer aan met de pretentie van bepaalde schreeuwende idealisten. Maar ook daarmee wil hij natuurlijk een bijdrage leveren aan die enorme discussie, en dat is hoe dan ook pretentieus. Maar in mijn optiek zonder nare bijsmaak omdat hij er wonderwel in geslaagd is om het op een rustige manier te doen. Het geschreeuw, het vette is slechts een tijdelijk decor.

DS: Ik leg me bij je uitleg neer. Je doet me Van Dis beter begrijpen en laat me hem stukje bij beetje opschuiven van de derde plaats op mijn ranglijst naar boven. Nuance wordt, denk ik, voor mij een van de belangrijkste punten ter beoordeling, en De wandelaar scoort daar in jouw uitleg zeer goed op.

Mag ik, tot slot van deze correspondentie, je vragen wat jij van plan bent te stemmen? Ga je stemmen? En wordt het dan Van Dis?

PW: Helemaal nog niet over nagedacht. Ik weet het eigelijk niet. Ik heb alleen Van Dis en Grunberg gelezen. Als ik moet kiezen tussen die twee is het toch eerder Grunberg denk ik. Een niveautje hoger als je het mij vraagt. Maar ik wil eerst ook Het zijn net mensen nog lezen. Tot wanneer kan ik eigenlijk stemmen?

Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.

Laatste recensies

Filosofisch lamenterende schrijfmachines

recensie van Dirk van Weelden, Het laatste jaar door Annette Jenowein, 22 mei 2013

Een cynische ode aan onverschilligheid

recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013

Afgebakende perfectie

recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013

Brave New Animal Dreamworld

recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013

Adembenemende inkijk in het kermismilieu

recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013

Steun ons! Volg ons!