Een evenwicht tussen persoonlijkheid en techniek
Blogpost door Daan Stoffelsen en Marleen Louter, 25 april 2010 Gouden Uil
Update: het is inmiddels traditie. De schaduwjury lijkt het nimmer eens te zijn met de echte jury. Cees Nooteboom won de Gouden Uil met ‘s Nachts komen de vossen . De schaduwjury had niet minder eens kunnen zijn met de juryleden.
Het oordeel of een boek ‘goed’ of ‘niet goed’ is, is in de meeste gevallen wel enigszins te onderbouwen; er zijn allerlei aspecten – originaliteit, stijl, opbouw, karaktertekening, gelaagdheid – op basis waarvan je een roman of verhalenbundel kunt beoordelen, en die combinatie maakt vervolgens dat je een boek als geslaagd, of niet, kunt betitelen. Maar wat maakt een boek tot de beste, tot een winnaar, van een literaire prijs als De Gouden Uil? Wat doet een boek definitief uitstijgen boven het literaire maaiveld, waardoor onderscheidt het zich van alle andere ‘goede boeken’? De shortlist van De Gouden Uil Literatuurprijs was voor de jury meer dan ooit aanleiding om deze vraag te stellen.
Want van tevoren stond al vast dat het een titanenstrijd tussen vijf literaire zwaargewichten zou worden, waarin louter grote namen om de titel strijden: Cees Nooteboom, Thomas Rosenboom, Tom Lanoye, Mensje van Keulen en Arnon Grunberg. Nooteboom heeft van die vijf het indrukwekkendste palmares; zo won hij in 2009 de prestigieuze prijs der Nederlandse letteren. Hij is genomineerd met ’s Nachts komen de vossen, een bundel die een mengvorm lijkt te zijn van memoires, essays en korte verhalen. Maar de schrijver met het grootste oeuvre is paradoxaal genoeg ook de enige wiens nominatie de schaduwjury dit jaar niet kon plaatsen; net als in onze recensie stelden we vast dat het in de bundel ontbroken heeft aan het maken van een duidelijke keuze waardoor de bespiegelingen slechts verwarring en zelfs irritatie opwekken. Het boek vormt geenszins een eenheid, en ondanks een zweem van autobiografie blijft Nooteboom ver van zijn lezer verwijderd.
Dat geldt allerminst voor Arnon Grunberg in Grunberg onder de mensen, een bundeling van de stukken die hij onder dezelfde titel schreef voor NRC Handelsblad. Het is opmerkelijk dat Grunberg zichzelf in zijn stukken steeds onderdompelt in een wereld die de zijne niet is – bij de troepen in Afghanistan, als kamermeisje in een hotel, op bezoek bij de oprichters van de Partij voor Pedofielen, in Guantanamo Bay – maar daardoor als schrijver juist dichter in de buurt van zichzelf lijkt te komen. Door zich nederig op te stellen ziet hij dingen die een ander niet ziet, en zijn observatievermogen en ingetogen stijl maken de bundel dan ook tot een bijzondere titel binnen het literair-journalistieke genre. Maar een winnaar van deze literaire prijs? Nee, dat is het niet. Daarvoor slaat de balans te ver uit naar het journalistieke – Grunberg onder de mensen is gewoonweg geen autonoom kunstwerk geworden.
Dat kan wel worden gezegd van Zoete mond van Thomas Rosenboom, dat in het rijtje de enige echte traditionele roman is. In de letterlijke zin van het woord, want Zoete mond is een haast perfecte roman; technisch voorbeeldig, degelijk opgebouwd en in een zorgvuldige stijl geschreven. Rosenboom toont in zijn roman weer aan de finesses van het vertellen perfect in de vingers te hebben. Zijn roman is af in alle opzichten en vormt een hechte eenheid. Maar daarin toont zich ook meteen het bezwaar tegen het winnen van de Gouden Uil. Het verhaal is misschien te af, te gepolijst. Waar Rosenbooms eerste romans haast pijn deden, is Zoete mond een vloeiend verhaal met haast tragikomische personages waarin je je moeiteloos kunt verliezen, maar echt raken doet het niet.
Dat vormt een schril contrast met de verhalen van Mensje van Keulen in Een goed verhaal. Die zijn bikkelhard, lijnrecht, beklemmend. En ook deze kloppen van begin tot eind. De bundel vormt een hechte eenheid, en is een proeve van Van Keulens vakmanschap. Het lijkt haast ambachtelijk, hoe ze haar techniek zo toepast dat ze de lezer in een ijzeren greep neemt, spanning opbouwt en informatie doseert, in een pijnlijk heldere stijl. De reden waarom ook deze verhalen in onze ogen echter niet de Gouden Uil-prijs winnen, is omdat de verhalen door die perfectie kaalgesnoeid zijn, tot de essentie teruggebracht. Het maakt de verhalenbundel in wezen ook afstotend, en geeft de verhalen – hoe razend knap ook – een haast klinisch karakter.
Het mist iets van de persoonlijkheid van Sprakeloos, een titel die zich onderscheidt door de keuze die Lanoye gemaakt heeft voor een vorm die recht doet aan het verhaal dat hij wil vertellen, en de manier waarop hij dat vervolgens uitwerkt. In een theatrale, rijke stijl waarin hij bovenal blijkt geeft van een uitzonderlijk gevoel voor timing, beweegt Lanoye de lezer in Sprakeloos. Maar het is geen goedkope emotie, geen effect; het is een gevolg van de doorleefdheid van zijn boek, van zijn vakmanschap, de manier waarop hij de informatie doseert. Het is een emotioneel boek zonder meer, een vol boek dat bovendien verre van perfect is. Maar in die imperfectie wordt de thematiek van de roman weerspiegeld, en dat maakt Sprakeloos bovenal een indrukwekkend bouwwerk van taal waarin de schrijver zichtbaar wordt zonder zich naar de voorgrond te dringen. Techniek en persoonlijkheid zijn in evenwicht, en dat maakt Sprakeloos in onze ogen tot de terechte winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Laatste recensies
Een cynische ode aan onverschilligheid
recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013
Afgebakende perfectie
recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013
Brave New Animal Dreamworld
recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013
Adembenemende inkijk in het kermismilieu
recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013
Onnavolgbaar liedje
recensie van Margriet de Moor, Melodie d'amour door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013