Een ketter zo groot als een kathedraal

9 maart 2012
interview met Tom Lanoye

Het thema van de Boekenweek 2012 is ‘vriendschap en andere ongemakken’. Tom Lanoye, schrijver van het Boekenweekgeschenk Heldere hemel, vindt vooral een goede vijand belangrijk. Een interview over angstpsychoses, en over kunst als godsdienst.

De Vlaamse schrijver Tom Lanoye is een paar dagen in Nederland om over zijn Boekenweekgeschenk te vertellen. Hij verblijft aan de Herengracht, met uitzicht op het donkerzwarte water vanuit een koningsblauwe hotelkamer. Met een even sprankelend blauw overhemd lijkt Lanoye helemaal op z’n plek. Hij glundert, de auteur van het Boekenweekgeschenk wordt verwend – hij wil er graag gewoonte van maken. Maar vanmiddag vertrekt hij alweer vanuit Amsterdam naar Antwerpen, waarna hij doorvliegt naar Kaapstad, zijn tweede thuis.

Enkele weken geleden bestempelde koningin Beatrix de angst voor de hoofddoek publiekelijk als onzin. Een stellingname waarin Lanoye zich vinden kan: In zijn kamer, niet ver verwijderd van het Nederlandse Koninklijke paleis, verafschuwt hij de ‘opgeklopte angst’ rondom de islam. In zijn Boekenweekgeschenk zijn de karakters eveneens bang: bang voor een pilootloos vliegtuig dat over de grens van het communistische Oosten naar het vrije Westen trekt, bang ook voor het verlies van de jeugd en wegsijpelende liefde.

Gelogen waarheid
Heldere hemel bevat meerdere verhalen die elkaar uiteindelijk op drastische wijze snijden. Het is een compacte, weinig complexe opbouw voor een Bourgondiër die anders zo dol is op woorden. Lanoye strijdt, ter compensatie van zijn ‘kleine gestalte’, normaliter tegen dat wat hij de ‘literaire anorexia nervosa’ van de boekenbranche noemt. In het verleden resulteerde die schrijfstrijd in een Monstertrilogie van duizend pagina’s en een toneelstuk van een dag. Het Boekenweekgeschenk mocht niet langer zijn dan 24.000 woorden. Toch heeft hij de meest essentiële eigenschappen van kunst in de novelle weten te verwerken. Door het persoonlijke verhaal van de verloren vrouw Vera te verbinden met een historisch feit (het onbemande MiG-vliegtuig dat tegen het einde van de Koude Oorlog neerstort in het Belgische gehucht Kooigem) legt Lanoye de grillige grenzen van menselijke controle bloot. Het is een klassiek motief: een vrouw die een kleine ramp probeert te doorstaan, veroorzaakt daardoor ongewenst een grotere ramp. ‘Als kleine enkeling, als individu, denk je dat je bent opgewassen tegen het mysterie van het leven, tegen de immensiteit van het bestaan. Maar daar kun je niet tegenop.’

Als auteur wil je dat de lezer zich afvraagt: wat zou ik doen? Dat inzicht kan de wetenschap niet bieden, vindt Lanoye. Literatuur is daarom een ‘soort emotionele filosofie.’ Historici pretenderen de waarheid te kennen, literatoren ‘liegen de waarheid.’ Maar die leugen is niet nutteloos. ‘In Vlaanderen is een interessante discussie gaande. Knack-redacteur Joël de Ceulaer schrijft dat je, wanneer je wat over het leven wilt leren, beter een hoofdstuk van Darwin kunt lezen dan de werken van Shakespeare. Maar wanneer je iets wilt weten over jaloezie, lees je dan Othello of The Origin of Species? En wanneer je iets wilt weten over de liefde, lees je dan de wet van de zwaartekracht of Romeo en Juliet?’

Pillendoos
In Heldere hemel worden, zoals ook gebruikelijk in de klassieke tragedie, verschillende standpunten vertolkt: die van de Republikein, de Democraat, de NAVO-Chief of Staff, de vreemdganger, de minnares en de verlaten vrouw. Lanoye voelt voor de dragers van elk van de standpunten wel empathie. De lezer moet maar kiezen: ‘Een echte tragedie dwingt geen oordeel of veroordeling af.’ In het Boekenweekgeschenk komt dat zeker twee keer expliciet naar voren: je denkt te weten wie je bent, maar ’de enige waarheid ligt in het moment.’ Dan pas wordt iemands ‘ware aard’ onthuld. Een pleidooi voor het opschorten van een oordeel? ‘Dat kun je zo lezen,’ beaamt Lanoye, ‘maar je zult in het boek evenveel voorbeelden vinden waar het tegendeel wordt beweerd.’ Juist daarom verkiest hij literatuur boven politiek, waar hij zich in columns graag mee bemoeit, maar waar hij naar eigen zeggen niet geschikt voor is: ‘op één bladzijde literair proza kun je tegenovergestelde dingen opschrijven. De kunst van de kunst bestaat erin dat je dit zo overbrengt dat de lezer deze tegenstrijdigheden niet alleen tolereert, maar zelfs begrijpt.’

Ondanks de invloedrijke rol van literatuur, gelooft hij niet dat schrijven en politiek bedrijven met elkaar te verenigen zijn. Dit geldt bovenal omdat de politicus naar compromis streeft, terwijl de schrijver juist de complexiteit van het leven uiteenzet. In politieke besluitvorming leidt die complexiteit al gauw tot een toevlucht tot populistische partijen die simplistische antwoorden bieden. Lanoye, die een afkeer heeft van ‘alle theocratieën’, heeft een andere remedie gevonden. ‘Mijn lapmiddel, mijn pillendoos heet literatuur. Mijn godsdienst heet kunst. Daar vind ik de nodige steun door telkens weer die grote onoplosbare existentiële vragen aan te snijden – door dat in literatuur verwoorden heb je op z’n minst het gevoel dat je er iets mee gedaan hebt.’

In navolging van zijn voorbeelden, Arthur Miller, Shakespeare, Sophocles en Tjechov, die ook allemaal ‘echt een band met maatschappij, politiek en kunst hadden en dit expliciet naar voren brachten in hun werk’, wil Lanoye in zijn fictie universele en politieke problemen aansnijden, maar hij schuwt een eenduidig, moreel beladen en dogmatisch antwoord, laat staan een advies.

‘Mijn ouders hebben een kind verloren: mijn broer, de middelste van vijf. Mijn moeder had een intens verdriet waar ze geen vorm aan kon geven. Ze wilde niet meer leven. Uiteindelijk heeft mijn vader haar overtuigd om een spiritist te bezoeken. Nou, ik geloof niet in klopsignalen en entiteiten die vreugdevolle boodschappen brengen over het hiernamaals, maar ik heb wel gezien dat het mijn moeder troost bood. Wie ben ik om dan te zeggen dat die rituelen niet mogen? Neem religie. Ik ben een ketter zo groot als een kathedraal, maar ik heb ook genoeg van het schuimbekkend atheïsme dat ons wordt ingelepeld en waarbij er op den duur geen enkele duimbreedte respect meer overblijft voor mensen die, zolang ze mij maar niet gaan zeggen hoe ik als seculier moet leven, voor de rest in een glorieuze en vaak heel mooie poppenkast rituelen bedrijven die hun troost verschaffen. Wie ben ik om hen de les te spellen?’

Beesten temmen
En toch, geheel waardevrij is schrijven niet. In tegenstelling tot zij die publieke functies vertolken, wier posities getroebleerd zijn door de mens achter de functie. Net als de Chief of Staff in Heldere hemel, moeten sommige mensen – beïnvloed door kleine, onnozele details en persoonlijke aversies of voorkeuren – zware beslissingen nemen. ‘Je realiseert je: “Oh mijn god. Het zijn allemaal ook maar mensen.”’ Misschien mag de schrijver, in tegenstelling tot de politicus, wat meer mens zijn. Dat maakt het schrijverschap zo mooi: ‘Je mag je inleven in het kwade, zonder maatschappelijke bestraffing. Het kwade is zelfs lekker, wanneer je het acceptabel op de planken zet.’ De Vlaming verwijst enthousiast naar Freud. ‘Mensen hebben een diep, onuitroeibaar verlangen om vrij van regels te leven. Daarom is het zo lekker om over het slechte te lezen of op het podium te zien.’ Hoewel rebellie volgens Lanoye een verkoopwaar is geworden in onze maatschappij – ‘heel de reclamewereld speelt daar op in: je kan een rebel zijn als je Canada Dry drinkt.’ – is de schrijver juist het tegenovergestelde van een rebel. ‘Godzijdank! Domesticeren, temmen. Enige deernis bijbrengen. Respect en beheersing. Al die woorden horen we niet graag, maar eigenlijk dient kunst als beste instrument om het beest in ons te temmen.’

Van het Boekenweekgeschenk zullen 900.000 exemplaren verschijnen, waarmee Lanoye een breed publiek bereikt. ‘Dus nu…’ Lanoye lacht en maakt de zin af: ‘Ga ik alle beesten temmen!’

Maar de angsten die ieder mens ervaart, lijken moeilijk te temmen. Angst is er altijd, vindt Lanoye, maar waarvoor we bang zijn, verschuift. Op het moment dat het onbemande MiG-vliegtuig op 4 juli 1989 neerstortte, was heel de wereld bang voor de uitbraak van een nucleaire oorlog. ‘Nu moeten we bang zijn voor alles wat met de islam te maken heeft: de angstpsychose heeft zich verplaatst.’ Angst is een politiek middel, maar ook ‘heel menselijk’. Een goede vijand is nuttig, ‘om de interne problemen te overstijgen.’ Dat is direct het meest belangrijke verband met het thema van de Boekenweek: vriendschap en andere ongemakken. ‘Een goede vijand is minstens zo belangrijk als een goede vriend, zéker als het over politiek gaat.’ Binnen twintig jaar werken we samen met de islamitische wereld uit angst voor de Chinezen, voorspelt Lanoye. ‘De economie dwingt ons om vooral voor China te vrezen. Enfin,’ verontschuldigt de schrijver zich, ‘ik probeer in een glazen bol te kijken.’

Lanoye vreest vooral voor een lamme hand. Zijn ogen twinkelen. ‘900.000 exemplaren! Wanneer ik daar 1 procent van moet signeren, zijn dat al 9000 boeken. Reken 20 seconde per boek en ik ben wel even bezig. Dat wens ik mezelf niet toe.’ Maar Lanoye vindt het vooral uniek om auteur van het Boekenweekgeschenk te mogen zijn. Mochten zijn collega’s er in de toekomst wel tegen opzien: ‘Ik wil het volgend jaar best opnieuw doen.’

Dit interview verscheen eerder in het tijdschrift Babel

Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.

Steun ons! Volg ons!