Eén, nee twee boeken, acht recensies elders, heel veel Russen en meningen
Blogpost door Daan Stoffelsen, 14 februari 2008 Literaire kritiek
Als recensies het begin zijn van een discussie over literatuur, hoe ziet die discussie er dan uit? Recensenten nemen vaak geen kennis van de recensies van anderen en ze reageren er al helemaal niet op. Een reactie geven kan vaak ook niet omdat de meeste recensies nog steeds zonder directe reactiemogelijkheid worden gepubliceerd. In dit stuk wil ik reconstrueren hoe er online en in de kranten gereageerd werd op De overtreder, het breed en overwegend positief besproken literaire debuut van Marente de Moor.
De overtreder kwam in oktober 2007 uit. Op 26 oktober werd de recensie van ondergetekende gepubliceerd, die gebaseerd was op de vooruitgestuurde zetproeven; in november en december volgden de andere recensies, die inmiddels voor het grootste deel online staan. In chronologische volgorde:
Daan Stoffelsen, ‘Gekke Russen en een helwitte droom’, Recensieweb (26 oktober)
Max Pam, ‘Karel van het Reve zou trots zijn’, HP|De Tijd (2 november)
Sonja de Jong, ‘Mooi sfeerbeeld van Russen in Amsterdam’, o.a. Gooi en Eemlander (17 november)
Edith Koenders, ‘Een bonte stoet Russen trekt voorbij’, de Volkskrant (23 november)
Erwin Tomissen, ‘Russische roulette’, Cutting Edge(.be) (26 november)
Berkumboek (26 november)
Jeroen Vullings, ‘Irritatie, humor en stijl; beschouwing’, Vrij Nederland (1 december)
Ewoud Kieft, ‘Zonder drank krijgt de ziel hoogtevrees; Smakelijk romandebuut van Marente de Moor over Russische gelukszoekers’, NRC Handelsblad (7 december), verkort tot ‘Zonder drank krijgt onze ziel hoogtevrees’, NRC next (11 december)
Sam Gerrits, Club Propaganda (12 december)
De overtreder werd besproken in twee belangrijke Nederlandse boekenbijlagen (maar niet in Trouw of Het Parool), in twee grote weekbladen en op verschillende websites, waarvan één Vlaamse. Hoewel het boek blijkbaar geen grote prioriteit had – sommige recensies verschenen zo’n zes à zeven weken/boekenbijlages later –, heeft het dus wel behoorlijke aandacht gehad. Wat is daar de oorzaak van?
Dochter van?
Kwam het doordat de auteur de dochter van Margriet de Moor is? Het is wel een terugkerend onderwerp in interviews, en in de recensies wordt er ook aandacht aan besteed. Sam Gerrits in Club Propaganda:
‘Toen de baas van Club P. De overtreder van Marente de Moor in mijn handen duwde, was mijn eerste reactie: gatdamme, dat mens van Eerst Paars Dan Blauw Dan Rood Dan Geel Dan Groen of zoiets heeft ook nog schrijvende kinderen! […] Toen ik het boek omkeerde moest ik mijn mening al enigszins opschorten. Op de achterflap stond ontegenzeggelijk een De Moor, maar deze De Moor keek helder uit haar oogjes, was Slaviste en had reeds haar literaire sporen getrokken in Sint-Petersburg.’
Ook een manier om transparant te zijn over hoe je je laat beïnvloeden, zullen we maar zeggen. Max Pam wijdt er zijn hele inleiding aan, ‘dan hebben wij dat tenminste voorgoed gehad’, en Jeroen Vullings doet het af als ‘… handige info voor praatprogramma’s, maar ons interesseert slechts of hun proza op eigen benen kan staan.’ Maar toch is het maar even genoemd. Omdat dit essentiële informatie is? Of om de recensie te rechtvaardigen? Dat is wel erg slecht gedacht over de heren en dames recensenten; De Moor was immers al bekend met haar columns in De Groene Amsterdammer (gebundeld als Peterburgse vertellingen (1999)) en journalistiek werk in HP|De Tijd, en dat zal haar een goede plek op de stapel hebben gegeven. Maar de ultieme rechtvaardiging voor een recensie is toch de kwaliteit van het boek, zo ook bij De overtreder, de meeste recensies zijn positief.
De plot: het Groot Russisch Illegalencircus
Waar gaat De overtreder over? Het onderwerp dat dit boek grotendeels beheerst blijkt al uit de titels van de recensies: Russen. En dan in het bijzonder Russen in Nederland. Het is ‘een bonte stoet Russen [...], ze zijn in de illegaliteit verzeild geraakt en dissen een minstens zo bonte verzameling anekdotes op’ (Edith Koenders), ‘het mini-universum van Russisch hartzeer, constante wodka-aanvoer en theatrale melancholie’ (Ewout Kieft), wat resulteert in een ‘schier oeverloze, nergens vervelende evocatie van zoiets als “de Russische ziel” in al die losgeslagen emigrés’ (Vullings). In deze korte opsomming van de beschrijvingen in de recensies blijkt al wel dat de meningen uiteen liggen over hoe de vertellingen over dit bonte gezelschap te beoordelen.
Koenders is het minst enthousiast: ‘treffende passages en lesjes geschiedenis’, maar: ‘een serie sterke verhalen is niet genoeg.’ Ondergetekende sloot zich daarbij aan: ‘…een geestige reeks anekdotes, van heerlijke oostblokkersclichés, die nergens het gewicht krijgt dat Vitali’s sneeuwnachtmerries zouden rechtvaardigen.’ (Over die sneeuwnachtmerries dadelijk meer.)
In de positieve kritiek worden twee aspecten benadrukt. De Moor wordt gewaardeerd om haar journalistieke kwaliteiten, om haar grote kennis over Russen (Erwin Tomissen: ‘ze laat ons Nederland, en dan vooral Amsterdam, zien door Russische ogen’) en om het feit dat die Russen uit het leven zijn gegrepen (Pam heeft het Russische straatcombo regelmatig zelf gezien). Kieft roemt, maar dat is meer stijlkritiek, haar ‘vlijmscherpe observaties’.
Daarnaast blijkt De Moor een goed verteller. Kieft: ‘…de Russische emigrantenscene. Die krijgen zoveel aandacht dat de hoofdpersoon Vitali en zijn queeste enigszins in de schaduw belanden. Dat is niet erg, want wat Marente de Moor opdient aan sterke verhalen, anekdotes en bonte karakters is zo smakelijk, dat je als lezer graag genoegen neemt met een hoofdpersoon die het grootste deel van de roman aan het observeren is’; Sonja de Jong: ‘…hoewel al die Russen eigenlijk precies vol-doen aan het clichébeeld dat wij als Hollanders van ze hebben, weet zij de valkuil van kitscherigheid of overdrijving te vermijden.’
Het tweede boek: zwaarmoedige nachtmerries
Een ander deel van de plot bestaat uit sneeuwnachtmerries en een queeste: Vitali liet ooit als grenswacht aan de Finse grens een andere soldaat deserteren, heeft daar terugkerende nachtmerries over en gaat er uiteindelijk toe over die ander te vinden. De reis die hij met zijn Nederlandse huppelvriendinnetje (Vullings: ‘een winderig meisje’) terug naar Rusland maakt om hem te vinden, slaagt niet. Wel verneemt Vitali wat de ander naar alle waarschijnlijkheid is overkomen, iets waarmee het boek een nogal donker einde krijgt.
Na lezing van alle recensies bekruipt me het gevoel dat die twee verhaallijnen op levensgrote afstand van elkaar liggen: het triest-vrolijk-groteske leven van de Russen in Amsterdam en het in deprimerende geschiedenis en slechte vooruitzichten ondergedompelde bestaan in Rusland. Alsof het twee verschillende boeken zijn. Hoe heb ik dat kunnen missen? Ik beperkte me tot de opmerking dat ik die nachtmerries meer waardeerde dan het Groot Russisch Illegalencircus, maar deed geen poging de boeken te verenigen of de verschillen in toon te duiden. Ik ben de enige niet. De meeste beschrijvingen van het boek volgen de chronologie – Vitali laat ‘_De overtreder_’ gaan, Vitali gaat naar Nederland, Vitali wordt onderdeel van bonte Russische kolonie, Vitali keert terug en leert de vreselijke waarheid – en beperken zich tot commentaar als het hierbovenstaande.
Koenders ziet deze rode draad bedolven worden door anekdotes, mist de innerlijke noodzaak; Kieft ziet een queeste in de schaduw verdwijnen; Tomissen een ‘op het eerste gezicht wat zwaarmoedige ondertoon’; Vullings noemt het een ‘bedrukkende problematiek’ die niet de kracht van het boek is; Pam ten slotte noemt het slot ‘nog wat te literair – dat wil hier zeggen: warrig’.
Constructiever zijn de pogingen om beide verhaallijnen onder dezelfde thematiek te scharen, die van de Russische ziel (Koenders): ‘…er zijn geen grenzen, dat wil zeggen; een Rus is in Amsterdam nog steeds een Rus.’ Of, algemener: ‘…vertrekken en reizen zullen altijd door blijven gaan, zonder een uitkomst te vinden, welk doel je ook hebt ‘ (Berkumboek); ‘…vertrekken is blijkbaar nooit een begin, maar altijd een eind.’ (Recensieweb). Het algemeenst drukt De Jong zich uit: ‘Waarmee het simpele gegeven van een man die zijn land ontvlucht, uitgroeit tot een metafoor voor iets veel omvattenders.’ Wat dat omvattende dan precies is, dat moeten we maar uit het boek opmaken.
Fraaie stijl! ’Gnuivende zeevogel’?
Bij het positieve eindoordeel is voor de meeste recensenten De Moors stijl belangrijker dan bedolven en beschaduwde verhaallijnen. Kieft roemt, ik noemde het al, haar ‘vlijmscherpe observaties’, die een journalistieke achtergrond verraden; Pam is ambiguer als hij zegt dat ‘haar journalistieke verleden haar zeer van pas komt in de bijna Jeroen Bosch-achtige taferelen die zij beschrijft’ (want welke kwaliteit beschrijft hij nu? Die van de auteur of van de taferelen?). De Jong stelt, met instemming van ondergetekende, vast dat ‘zij in staat is om zonder een woord te veel te gebruiken in een of twee zinnen een persoon of een plek te typeren’. Vullings stelt dat ze een ‘fraaie stijl’ heeft, en preciseert: ‘Bovendien kan ze schrijven [en] beschikt ze over een rijk vocabulaire…’
Berkumboek en Gerrits onthouden zich van stilistisch commentaar, Koenders is weer het negatiefst. In tegenstelling tot haar collega’s illustreert ze haar oordeel echter wel: ‘… soms wordt haar hang naar mooischrijverij bijna potsierlijk. Wat te denken van “onkruid dat zich met gebalde vuistjes omhoogwerkte” en “een gnuivende zeevogel”?’
Vergelijking: de snor van Gogol
Na lezing van het bovenstaande zijn de standpunten van de recensenten goed te reconstrueren. Als de net begonnen website goedslecht.nl De overtreder in zijn overzichten had opgenomen, dan hadden de recensies van NRC Handelsblad, HP}De Tijd, Vrij Nederland, Gooi en Eemlander, Cutting Edge en Club Propaganda in het groene rijtje (goed!) gestaan, met in het donkergroen Recensieweb en Berkumboek (gemiddeld!) en in het rood de Volkskrant (slecht!). Opvallend als je naar de argumenten kijkt, is dat de webrecensenten, ook ik, zich vooral concentreren op de plot, en zich amper uitspreken over de stijl; ze beperken zich ook meer tot beschrijving, minder tot analyse. Wel is er online meer ruimte om te citeren dan een enkele zin tussendoor, wat bij Club Propaganda en Recensieweb dan ook gebeurt. Een ander onderscheid tekent zich af tussen de traditionelere, journalistiekere recensies en enkele wat minder traditionele, die meer een column- of bloginslag hebben.
Zo zijn de argumenten van Club Propaganda’s Sam Gerrits niet allemaal gehoord. Die zijn ook het best samen te vatten als een juichende rave op De overtreder, slechts onderbroken door een citaat van acht regels. ‘ De overtreder is natuurlijk nog geen Dostojewski, maar bij de snor van Gogol, Marente is goed bezig, zeg. Als ze zo doorgaat maakt ze een goede kans om over, zeg, drie boeken tot mijn plankje Russen te promoveren. Weet je wat, ik zet haar er alvast bij.‘
Max Pam benoemt losjes de verwijzingen in het boek (Vitali zou naar de straatmuzikant uit Alleen op de wereld vernoemd zijn; de Peterburgse vertellingen zijn natuurlijk van Gogol), wat hier niet meer dan wat couleur locale gaf, maar bij een eerdere recensie van het nieuwste boek van Tim Krabbé een leuke reactie van de veronderstelde referent opleverde. Maar Pam zegt ook naar aanleiding van een eigen observatie (een Russische schaker die verbijsterd is over een supermarkt), en vergelijkbare observaties van De Moor: ‘Ik denk dat Karel van het Reve trots op Marente de Moor geweest zou zijn, als hij deze roman nog had kunnen lezen.’ De stappen tussen Pams eigen observatie en Karel van het Reves trots laat Pam in columnistische brevitas even weg.
Ten slotte de kortste recensie, die van Berkumboek, de website van Nannie en Hugo van Berkum, die in een bewonderenswaardig tempo literatuur en non-fictie tot zich nemen en becommentariëren. Hun teksten beschrijven vooral, en hun oordelen zijn kort. Hun eisen zijn ook anders: ‘De roman blijft wat hangen in de hilarische en tegelijkertijd droefgeestige gebeurtenissen in Amsterdam en De Moor neemt niet duidelijk een standpunt in. Dat moet je als lezer kennelijk zelf doen.’
Lees!
Zelf een standpunt innemen lijkt mij juist een aanrader, dat maakt mij nieuwsgierig. Gemeenschappelijk kenmerk van alle hier besproken recensies – met of zonder stijlkritiek, traditioneel of niet – is dat ze tot lezen aanzetten. Is het niet door de grote uitgesprokenheid, dan wel door de vragen die ze opwerpen. De discussie over literatuur leidt in dit geval niet tot interactie tussen de recensenten maar tot de literatuur zelf, tot nadere lezing en beschouwing. Voorlopig, want begin januari werd bekend gemaakt dat de prestigieuze Duitse uitgeverij Suhrkamp De overtreder gaat vertalen. De Duitse kritiek zal er ook nog iets over gaan zeggen. Wordt vervolgd dus…
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Meer van deze Recensent
Preutsheid en het perspectief van een poes
Blogpost door Daan Stoffelsen, 12 mei 2013
in Seks en literatuur
Onnavolgbaar liedje
door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013
Korte zinnen met lucht
door Daan Stoffelsen, 17 april 2013
Boeken kopen voor en schenken aan Recensieweb
Blogpost door Daan Stoffelsen, 9 april 2013
in Recensieweb
Gemakkelijke snelheid, oude beschaving en ongemakkelijke inzichten
door Daan Stoffelsen, 18 maart 2013
Het kleine groot en het verre dichtbij
door Daan Stoffelsen, 15 maart 2013
in Boekenweek
Lees meer van deze recensent...