Een prijs van twee publieken
Blogpost door Daan Stoffelsen, 10 oktober 2007 NS Publieksprijs
Zes boeken, vier discussies en veel gewik en geweeg verder nadert de deadline voor NS Publieksprijs-kernjurylid Daan Stoffelsen. Nog twee monologen over de resterende twee nominaties, – Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, de enige non-fictie-titel, en Close-up van Esther Verhoef, en een afsluitende analyse. En een stemadvies?
Ik zou zo twintig mensen uit mijn directe kennissenkring kunnen vinden die met mij in gesprek zouden kunnen gaan over Het zijn net mensen, en ik ben bang dat ik er geen zal vinden die Close-up gelezen heeft. Het zal een tegenstelling zijn die vergelijkbaar is met de tegenstelling De wandelaar en De weduwnaar, Tirza en Het laatste offer, en hij loopt langs de traditionele lijnen van ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur. Terecht?
Openhartigheid leidt tot inzichten
Het zijn net mensen. Beelden uit het Midden-Oosten is een boek over hoe de journalistiek tekortschiet, en waarom, nu eens niet door een stuurman aan wal, maar door een Midden Oosten-correspondent voor de Volkskrant en Radio 1 en voor NRC Handelsblad en het NOS-Journaal.
‘Voor ik correspondent werd, dacht ik dat nieuws ging over het belangrijkste in de wereld. Maar na een halfjaar als correspondent besefte ik dat dit een misvatting was. Nieuws is wat afwijkt van het alledaagse, de uitzondering op de regel. En met een onbekende wereld als de Arabische krijg je dan vertekening. Als op de Dam wordt geschoten, is dat nieuws, maar Nederlanders weten ook dat daar normaal niet wordt geschoten. Ze zijn er zelf wel eens geweest, of kennen iemand die er veilig van is teruggekeerd. Maar hoeveel weten Nederlanders van het dagelijks leven in een Arabisch land? Voor ik naar Syrië ging, had ik op het nieuws beelden gezien van “woedende demonstranten in Syrië”. Geen wonder dat ik concludeerde: die mensen haten ons, je bent je leven niet zeker in Syrië. Wie alleen de uitzondering krijgt, gaat deze aanzien voor de regel.’
Luyendijk is openhartig in zijn twijfels over zijn vak (of eigenlijk, zijn vak? Hij is politicoloog, misschien is hij daardoor zo’n goede observeerder) en over zichzelf, geestig als hij kleingeestigheid blootlegt en Arabische humor probeert uit te leggen (‘De tijd van de dictator is gekomen en God stuurt de Engel des Doods naar de hoofdstad om de dictator op te halen. Maar zoals dat gaat wordt de Engel meteen gearresteerd en gemarteld. “Waar is de dictator?” vraagt God boos als de Engel uitgeput terug is in de hemel. De Engel des Doods vertelt wat er gebeurd is, waarop God krijtwit en met bevende stem vraagt: “Je hebt toch niet mijn naam verraden?”’) en beangstigend serieus als hij de falende systemen van de oude journalistiek uit de doeken doet. En bij de analyse van dat falen geeft hij meteen een goed beeld van het Midden-Oosten, in zijn gesprekken met niet-nieuwswaardige Israeli’s en Palestijnen en zijn alternatieve filter op de beelden.
Het zijn net mensen zet aan tot denken over vooronderstellingen, over waarheid en mening, en over hoe moeilijk die uit elkaar te houden zijn. Zo is het niet alleen interessant en onderhoudend, maar misschien zelfs nuttig. (Lees meer, explicieter enthousiasme op een eigen weblogpost van
een hele tijd geleden.)
Daarin onderscheidt het zich van de andere nominaties: nut. De andere nominaties zijn veel minder concreet in hun doelstellingen, en als je er maatschappelijke thema’s uit wilt halen, dan moet je goed je best doen. Immigratie ( Tirza )? Rouwverwerking ( De weduwnaar )? Goed doen ( De wandelaar )? Je blootgeven ( Close-up )? De geschiedenis van de verliezers ( Het laatste offer )?
Zo, daar heb ik een paar boeken volstrekt verkeerd samengevat, zeg. Actuele thematiek is nu eenmaal niet de maat waaraan de fictie-nominaties worden afgemeten. Die zijn nu eenmaal meer gericht op vermaak, op welk niveau dan ook – de dubbele bodems van Grunberg zijn een stuk abstracter dan die van Van der Vlugt, maar allebei genietbaar.
De saaiheid van een privéleven
Om maar niet te spreken van de dubbele bodems van Close-up. Verhoef beschrijft in haar literaire thriller de opleving van een jonge vrouw, Margot, in de relatie met haar nieuwe vlam Leon. Na de knauw die haar zelfbeeld heeft gekregen door haar vreemdgaande ex en met de doodlopende baan als meubelvertegenwoordigster mocht dat ook wel. Leon ziet haar talenten, moedigt haar aan haar werk te maken van haar inzicht in interieurs en brengt opdrachtgevers aan. Leon is geweldig, al is hij wel eens jaloers en zit hij nog heel erg met de zelfmoord van zijn vorige vriendin, die ook nog eens heel erg op Margot leek. En hij is wel heel erg anders dan Margots Brabantse familie, van wie ze een beetje vervreemd raakt.
Veel verontrustender zijn de passages die Verhoef invoegt van een anonieme kille moordenaar, die blijkbaar Leons vorige vriendin heeft gedood en nu zijn oog op Margot heeft laten vallen. Zo begint de lezer, die daardoor veel meer weet dan arme Margot, argwaan te koesteren. Bij onenigheid zie je al snel spoken.
‘“Ga gewoon zitten,” sis ik. “Pak iets te drinken, net als de rest. Dan blijven we hier slapen. Je hoeft morgen niet te werken. Doe niet zo moeilijk.”
Het volgende moment komt John in beeld, een beetje onvast op zijn benen. Zijn haar zit in de war en zijn ogen stralen een en al pret uit. Hij legt een arm om me heen en de andere om Leon, waarschijnlijk omdat hij anders niet kan blijven staan. Zijn gewicht drukt ons een beetje tegen elkaar.
“Hé, wat hoor ik nou,” zegt hij met rauwe stem. “Gaan jullie al weg? Doe niet zo ongezellig joh, het begint net leuk te worden.”
In een vloeiende beweging grijpt Leon John bij zijn kraag en geeft hem een enorme slinger. Johns gezicht drukt alleen maar verbazing uit als zijn lichaam door de kracht naar achteren wordt gezwaaid. Hij struikelt en komt zijwaarts op het dessertbuffet terecht. De taart, de flessen drank, alles valt om als in een hels dominospel en klettert op de grond. John probeert zich nog tegen te houden, maar kan niet voorkomen dat hij er weer van afschuift en in zijn val het kleed meeneemt, en daarmee alles wat er nog op stond of lag.’
Wie is de moordenaar? Verhoef gaat nieuwe slachtoffers niet uit de weg en weet ons aan het einde toch nog behoorlijk te verrassen.
Maar spannend? De eerste circa 250 pagina’s (tot voorgaand citaat) waren eerder saai, in een monotone onvoltooid tegenwoordige tijd, over doorsnee relatie- en zelfbeeldproblemen. Dan, na die 250 pagina’s, komt de actie echt op gang, en volgt een ontknoping die je in de verste verten niet aan zag komen.
Publieksprijs? Welk publiek?
Toch is dit boek een bestseller, toch is er een groot publiek voor, en dat is reden te over om het te nomineren voor de NS Publieksprijs. De nominaties zijn ook niet in de eerste plaats bedoeld om mensen te verleiden tot nieuwe boeken – iets wat de grote juryprijzen wel doen -, maar eerder om mensen te verleiden meer te lezen. Meer, niet per se anders.
Eén groot publiek, schreef ik, en daar zit wel een probleem. De NS Publieksprijs wil een prijs voor het hele Nederlandse lezerspubliek zijn, maar zal daar nooit in slagen zolang er zulke verschillende boeken voor in aanmerking komen. De mensen die Luyendijk of Grunberg of Van Dis lezen, lezen niet Van der Vlugt, Verhoef of Kluun. Tenzij ze boekverkoper zijn of recensent. Het ligt zelfs nog ingewikkelder dan deze tegenstelling tussen twee publieken: er zijn mensen die, zoals ikzelf, eerst Luyendijk en Kluun lezen, en dan pas Grunberg en Van Dis. Smaken verschillen, en weinig smaken zijn alomvattend.
Dat brengt ons op een ander probleem: niemand zal van tevoren alle zes de boeken hebben gelezen. En weinigen zullen, zoals de driehonderd kernjuryleden waarvan ik er een ben, in die maand tussen nominaties en stembussluiting hun achterstand hebben ingehaald. In hoeverre kunnen zij dan met recht zeggen dat dit ene boek het beste boek van 2007 is? Vaak heb ik me geërgerd aan de schijnbare willekeur van vakjury’s, maar nu zie ik wat pleit voor een panel van alleslezers.
Dat is winst, en met deze kleine overwinning in zak voor de normale gang van zaken, keer ik terug op, www.nspublieksprijs.nl de site waar ik me een paar maanden geleden aanmeldde als kernjurylid, om te stemmen. Het was een groot genoegen om me eens te verdiepen in boeken die ik anders nooit zou hebben gelezen, al ben ik bang dat dit de laatste literaire thrillers waren die ik zal lezen. Het is fijn een verantwoordelijkheid te hebben en een keuze van gewicht te kunnen maken. Maar het is berelastig uit mijn drie favorieten te kiezen.
Uit de correspondenties en het bovenstaande was al op te maken dat mijn hart meer uitging naar Grunberg, Van Dis en Luyendijk. Zij brachten me aan het schrijven, aan het praten. De pijnlijke schets van de verliezer die Grunberg neerzet, het verlies van het idealisme van Van Dis en de blootlegging van de tekortkomingen van de journalistiek door Luyendijk, ze waren pijnlijk, verrijkend, leerzaam, vermakelijk. Ze toonden wat literatuur vermag, waar betere non-fictie toe in staat is: de grens verleggen, iets meer van de wereld of jezelf laten zien. Daar slaagden, mijns inziens, Van der Vlugt met haar hijgerige fantasiequeeste, Kluun met zijn esoterische zoektocht-naar-zichzelf en Verhoef met haar loze gepsychologiseer niet in.
Mijns inziens. Dit wordt geen stemadvies. Dit kernjurylid heeft gekozen voor de nuance, en tegen het loze effectbejag, maar tot het laatste moment getwijfeld over zijn keuze. Een voorspelling? De grand slam (na de Libris en de Gouden Uil ook de NS Publieksprijs en de AKO) voor Grunberg ligt in de lijn der verwachting, maar Luyendijk is een interessante outsider, en dan heb ik het alleen nog maar over het publiek waar ik zelf deel van uit maak. Wie zegt dat Van der Vlugt niet voor het gros van de stemmers de leeservaring van het jaar was? Ik durf het niet meer te zeggen, tegen wil en dank gegrepen als ik was door dat boek. Wie zegt, ten slotte, niet dat iemand ergens een groot deel van de kernjury en van de publieksjury ervan heeft weten te overtuigen dat Ilja Leonard Pfeijffer, Bart Kouba of Sanneke van Hassel de meeste aanspraak heeft op de prijs? En dan Mulisch de Nobelprijs? Dromen mag.
Stemmen moet. Nog tot en met 11 oktober, 24.00.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Meer van deze Recensent
Preutsheid en het perspectief van een poes
Blogpost door Daan Stoffelsen, 12 mei 2013
in Seks en literatuur
Onnavolgbaar liedje
door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013
Korte zinnen met lucht
door Daan Stoffelsen, 17 april 2013
Boeken kopen voor en schenken aan Recensieweb
Blogpost door Daan Stoffelsen, 9 april 2013
in Recensieweb
Gemakkelijke snelheid, oude beschaving en ongemakkelijke inzichten
door Daan Stoffelsen, 18 maart 2013
Het kleine groot en het verre dichtbij
door Daan Stoffelsen, 15 maart 2013
in Boekenweek
Lees meer van deze recensent...