Faint Praise en online recensies
Blogpost door Daan Stoffelsen, 11 april 2008 Literaire kritiek
Begin 2007 schreef de Amerikaanse critica Gail Pool een erg goed boek, Faint Praise, over de literaire kritiek in de Verenigde Staten. Ze analyseert de praktische en ethische problemen die het bespreken van een boek met zich meebrengt, en is weinig hoopvol. Elsbeth Etty besprak het groot in NRC Handelsblad en greep het aan om de Nederlandse praktijk kritisch te bekijken. Etty’s kritiek op de ethische standaarden van voorgangers riep veel – soms woedende – reacties op. Maar Pool schreef over meer dan alleen vriendjes begunstigen en vijanden zwartschrijven. Ze is minstens zo pessimistisch over de kwaliteiten van online recensenten. Terecht? Daan Stoffelsen leest, werpt tegen, en is hoopvol.
Eerste lezing: de hoofdlijnen van Faint Praise
Faint Praise is een inzichtrijke inventarisatie van de problemen, een leerzaam kijkje in de keuken, maar vrolijk stemt het niet. Niet voor niets is de ondertitel, vertaald: ‘De ongelukkige situatie van het Amerikaanse boekrecenseren’. Er staat waardevolle literaire kritiek nogal wat in de weg, niet alleen in de dagbladen, maar ook online. Pool analyseert de neergang van de literaire kritiek aan de hand van vijf problemen:
- Een goed beredeneerde selectie is onmogelijk, omdat de hoeveelheid te bespreken boeken zo groot is;
- het freelancebestaan en de slechte beloningen dwingt recensenten ertoe boekenrecensies snel af te werken en als beroepsperspectief schrikt het de echt getalenteerden af;
- het koppelen van boeken aan de juiste, terzake kundige maar niet bevooroordeelde recensent is erg lastig;
- zeer strakke deadlines nopen tot makkelijke generalisaties en vergelijkingen van appels met peren;
- recensenten laten zich beïnvloeden door beperkte ruimte en enorm veel externe factoren – van omslagbeeld tot andere recensies.
Het komt neer op één vaststelling die het hele boek kan samenvatten: het is helemaal niet zo makkelijk om een goed literair criticus te zijn. Het is dat caveat dat misschien Pools gedachten over online literaire kritiek kleurt. En daarom kun je ook niet volstaan met het wegnemen van enkele van bovengenoemde problemen, zoals blijkt uit haar kritiek op de online literatuurkritiek.
Tweede lezing: Faint Praise over literaire kritiek online
‘Underpaid in print, reviewers and even editors are often unpaid on the Web; a volunteer corps, they can devote even less time and fewer resources to quality, and they have fewer incentives to do so,’ schrijft Pool. Onafhankelijkheid lijkt meer gegarandeerd als er geen verplichtingen zijn jegens een werkgever, maar net zoals de gedrukte media zoeken websites naar een bepaalde toon en een bepaald publiek, en passen daar hun recensies op aan. Met kwaliteitsverlies als gevolg.
‘Reviewers and even editors’ – Pool denkt aan redacties, collectieven, en zodra ze dan ook begint over de individuen die op internet bezig zijn, maakt de twijfel over het bewaren van kwaliteit plaats voor harde kritiek. Bijvoorbeeld als ze over de massa anonieme enkelingen spreekt die bij Amazon naar eigen inzicht en commercieel belang kan reageren. Iedereen kan daar maar schrijven, en door de anonimiteit is het uit eigenbelang prijzen of afkeuren oncontroleerbaar. Over individuele bloggers is ze minstens zo negatief.
‘In one sense, the democratization of discourse about books is a good thing, and should lead to a widening of our intellectual horizons. The more people there are out there reading, making discoveries, and advocating for their favorite books, the better. But book bloggers have also brought another, less salutary influence to bear on literary culture: a powerful resentment. Often isolated and inexperienced, usually longing to break into print themselves, bloggers – even the influential bloggers who are courted by publishers –tend to consider themselves disenfranchised. As a result, they are naturally ready to see ethical violations and conspiracies everywhere in the literary world. As anyone who reads literary blogs can attest, hell hath no fury like a blogger scorned.’
‘
Pool maakt hier een interessant punt: print is ook onder fanatieke internetgebruikers nog steeds het ideaal. (Wie wil nu niet zichzelf lezen tussen twee kaftjes of op broadsheet?) En doordat dat ideaal maar niet bereikt wordt, wensen sommige bloggers uitsluitend nog de hindernissen en de schandalen te zien, en niet meer de kwaliteit van het werk dat ondanks alles geleverd wordt. Of hoe de tegenstelling tussen online en print door gefnuikte ambities steeds groter wordt.
Even schadelijk als doelgroepdenken, het gebrek aan kwaliteit en controle bij Amazon, en het rancuneuze complotdenken is ten slotte de toon van inhoudsloze bescheidenheid (‘IMHO – in my humble opinion‘) die veel recensies kleurt: realistische kritiek blijft achterwege, om tot halve reclame-uitingen beperkt te blijven.
Tegen Pools lezing: het gelijk en ongelijk van Faint Praise
Pool is overtuigend, en er is dan ook tegen haar voorbeelden weinig in te brengen. Er is slordig en makkelijk werk te vinden op het net. Anonieme, bevooroordeelde kritieken zijn aan de orde van de dag, rancune kleurt veel reacties en waar de literaire kritiek op het internet niet zo uitgesproken is, is hij vaak van een naar bovenmatige positiviteit neigende bescheidenheid. Maar zoveel zwarte zwanen sluiten witte zwanen niet uit.
Neem bijvoorbeeld de kwalitatief goede The Complete Review: een website die niet alleen gedrukte (dus slecht toegankelijke) literair-kritische stemmen samenvat, maar die ook realisme en smaak uitstraalt. Én ze hebben een redactie, en daardoor heeft The Complete Review iets voor op veel andere websites, bloggers en Amazonrecensenten. Ook zij plaatsten een recensie van Pools boek:
‘… while many sites and weblogs do feature distinctive personal viewpoints and often offer little more than opinion-pieces there are a growing number that do offer what must be considered serious criticism (i.e. reviews that meet most of her criteria) – and, not surprisingly, these are sites that tend to have some editorial oversight.’
Nederlandse websites die nog wel eens genoemd worden zijn (naast Recensieweb) 8weekly, DeRecensent, Literair Nederland, De Recensie, de Contrabas, Poëzierapoort… Het zijn allemaal georganiseerde collectieven zoals The Complete Review, met een gezamenlijk eindproduct, en hoewel de recensies dikwijls niet de gevarenzones van schoolse uittreksels en lacherige columns weten te vermijden, vullen ze de beperkte productie van de gedrukte media aan en kunnen ze zich even vaak meten met de traditionele recensies. Een volwaardig alternatief voor de kranten? Nee, maar wel op weg dat te worden.
Er is nog een ander punt, dat Pool in haar hele boek lijkt te missen, en dat ook vorig jaar door Herman Stevens in zijn opiniestuk in NRC Handelsblad werd afgedaan als onmogelijke onzin. Recensies schrijven is geen doffe plicht, of iets als een kantoorbaan, om je geld mee te verdienen, maar iets leuks, iets wat mensen voor hun ontwikkeling en plezier doen. Het is dat enthousiasme waar bovenstaande sites op drijven en dat een alternatief vormt voor de volgens Pool en Stevens noodzakelijke betaling.
Hoe we toch de literaire kritiek in leven kunnen houden Pools oplossingen voor de malaise – die overigens van alle tijden is, suggereert ze – zijn vooral gericht op de traditionele media.
- ‘First, and most essentially, I think we need to devise better means of choosing books for review.
- Second, we need to find better ways to reward reviewers.
- Third, we need to train – or as Stuart P. Sherman said, ‘develop’ – reviewers and review editors, better preparing them for the technical restraints and demands of the genre and, more broadly, alerting them to critical and ethical issues in the field.’
Helaas concretiseert Pool die genoemde oplossingen niet. Die selectie uit het boekenaanbod van honderdduizenden titels, die bij de meeste Amerikaanse kranten door één persoon gedaan wordt, zou vergemakkelijkt kunnen worden door recensenten erbij te betrekken. Maar zelfs met een team kun je niet al die boeken lézen. Over haar tweede punt kunnen we kort zijn: de boekenbijlagen in de VS, en in mindere mate in Nederland, slinken. We mogen niet meer geld verwachten.
Wat overblijft is het derde en onduidelijkste punt. Hoewel Pool weinig vertrouwen heeft in het opleiden van recensenten – als middelmatige recensenten doceren, dan zul je alleen maar meer middelmatige recensenten creëren –, heeft ze dat wel in algemene richtlijnen. Etty, zelf opleider van recensenten, zal hoopvoller zijn dan Pool over de opleidingsmogelijkheden, maar benadrukte in haar NRC-stuk ook die (ethische) richtlijnen als de oplossing voor de Nederlandse malaise.
In de Nederlandse situatie hebben we al eens voorstellen daartoe zien langskomen, zoals de recensiebijsluiter, en de gedragscode die de Raad van Journalistiek voorstelt voor traditionele én burgerjournalistiek. Volgens sommigen gaan die voorstellen te ver, volgens anderen weer helemaal niet. Zelf verwacht ik eigenlijk geen overeenstemming tussen alle partijen. Kwesties als deze, ethisch of niet, blijven uiteindelijk de verantwoordelijkheid van elke redactie en de recensent zelf. Maar het kan geen kwaad voor redacties online en van kranten en tijdschriften om de discussie te blijven voeden, met stukken als dat van Etty, van Van Kan en de stukken die hier onregelmatig verschijnen.
Het kan ook geen kwaad om, ondanks Pools pessimisme over het opleiden van recensenten, dat te blijven proberen. Op universiteiten, hogescholen voor journalistiek, maar ook bij een website als deze. In de luwte van Recensieweb mogen talenten groeien.
Het kan, en dan houd ik op, ook geen kwaad om het internet als serieus alternatief te overwegen. Wikipedia heeft de kracht van het collectief en de mogelijkheden van onbeperkte ruimte al aangetoond, én zwakheden als het gebrek aan interne inhoudelijke discussie en opleiding. Sites als Recensieweb en 8weekly beogen, op kleinere en gecontroleerdere schaal, dezelfde voordelen te benutten en de nadelen te ontwijken.
Doorgaan met discussie, opleiding en serieus omgaan met de mogelijkheden van internet: deze drie dingen kunnen ervoor zorgen dat er mensen blijven die met een kritische blik lezen en schrijven, hun stukken kunnen publiceren, zonder het overzicht te verliezen. Met wat enthousiasme, hoe onbetaald ook, moet dat de literaire kritiek nog even in leven kunnen houden.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Meer van deze Recensent
Preutsheid en het perspectief van een poes
Blogpost door Daan Stoffelsen, 12 mei 2013
in Seks en literatuur
Onnavolgbaar liedje
door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013
Korte zinnen met lucht
door Daan Stoffelsen, 17 april 2013
Boeken kopen voor en schenken aan Recensieweb
Blogpost door Daan Stoffelsen, 9 april 2013
in Recensieweb
Gemakkelijke snelheid, oude beschaving en ongemakkelijke inzichten
door Daan Stoffelsen, 18 maart 2013
Het kleine groot en het verre dichtbij
door Daan Stoffelsen, 15 maart 2013
in Boekenweek
Lees meer van deze recensent...
Elders op internet
The New Republic Boston Globe The Complete Review Klasse! (Fabian Stolk) _Faint Praise_ bij Google Books