<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Recensieweb</title>
	<atom:link href="http://recensieweb.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://recensieweb.nl</link>
	<description>Nieuwe literatuur, nieuwe gidsen.</description>
	<lastBuildDate>Thu, 16 May 2013 10:48:21 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.4</generator>
		<item>
		<title>Een cynische ode aan onverschilligheid</title>
		<link>http://recensieweb.nl/recensie/een-cynische-ode-aan-onverschilligheid/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/recensie/een-cynische-ode-aan-onverschilligheid/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 14 May 2013 20:33:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>carmen</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?post_type=recensie&#038;p=8044</guid>
		<description><![CDATA[Een docent Frans zoent met een leerling en raakt daardoor zijn minnares (tevens moeder van die leerling), zijn baan en zijn vriendin kwijt. In zijn veertiende boek blaast Oscar van den Boogaard in minder dan twintig pagina’s het leven van &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/recensie/een-cynische-ode-aan-onverschilligheid/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een docent Frans zoent met een leerling en raakt daardoor zijn minnares (tevens moeder van die leerling), zijn baan en zijn vriendin kwijt. In zijn veertiende boek blaast Oscar van den Boogaard in minder dan twintig pagina’s het leven van zijn hoofdpersoon op, wiens naam – Albert – slechts eenmaal in de roman genoemd wordt. Deze ik-figuur ontvlucht zijn misère en gaat op reis naar Napels. Het zuiden vrijwaart hem van alle zorgen en verantwoordelijkheden. Met de Italiaan Dario bouwt hij een eigenaardige vriendschap op in een paradijselijke en soms surrealistische omgeving. Ze zijn onverschilligen, tegenover de wereld en tegenover elkaar, maar wel ‘tedere’ onverschilligen. Want hoewel beiden zich nauwelijks in de ander interesseren,  lijken ze van elkaar te houden. Punten voor de titel.</p>
<p>&#8216;Maar om gelukkig te zijn, moet men zich niet te veel met anderen bezig houden.&#8217; Het motto is van Albert Camus. Dankt de ik-figuur zijn naam aan de bekende existentialist? In ieder geval verhief hij diens woorden tot doctrine. <em>De tedere onverschilligen</em> is een psychologische roman over een ontaarde ik-figuur die besluit zich niets meer aan te trekken van anderen. Zijn onverschilligheid ontstaat zowel uit rancune als uit onvermogen anders te reageren op iedereen die hem verlaat. Steeds weer lezen we over de moeizame relatie met zijn ouders in het verleden. Dat ging zo ver dat hij een vervanging voor zijn vader en moeder zocht in respectievelijk een bevriende hoogleraar en zijn onderbuurvrouw Ada. De ik-figuur weigert uiteindelijk zelfs naar de begrafenis van zijn vader te komen. Onbewust duidt hij zijn complex aan de hand van een sociaal experiment met apen. Die zitten immers vaak wat eenvoudiger in elkaar dan mensen:</p>
<blockquote><p>&#8216;De aapjes die in de lege kooien opgroeiden, gescheiden van hun moeders, waren zeer teruggetrokken en geremd. Ze speelden niet en keken doodsbenauwd uit hun ogen. En toen ze volwassen waren konden ze sociaal niet functioneren.&#8217;</p></blockquote>
<p>In Napels vindt hij een gelijke ziel in Dario, die hem herbergt na een overval waarbij hem – symbolisch – het horloge van zijn vader wordt afgenomen. Sindsdien leiden ze samen een onverschillig leventje, afgezonderd van de wereld. Eigenhandig vangen ze octopussen, doen ze boodschappen in de buurt en drinken uitsluitend wijn uit de eigen streek. Dario stelt de ik-figuur tot diens irritatie geen enkele vraag, en toch groeit er een bijna amoureuze vriendschap tussen de twee. Dario mag Alberts snorretje bijscheren, iets wat voorheen alleen zijn vriendinnen deden. Het geslacht of de identiteit van Dario lijkt er niet meer toe te doen voor de ik-figuur en ook diens desinteresse neemt hij op de koop toe. Eindelijk heeft hij iemand om wie hij echt geeft, misschien tegen beter weten in: &#8216;Terwijl ik naar hem kijk in het roodachtige neonlicht van een buitenreclame, zie ik een man in hem, en een vrouw, maar bovenal een wezen.&#8217; Hierin toont Van den Boogaard zich een meester: hij heeft gevoel voor de menselijke relaties en boetseert het karakter van zijn personage minutieus. </p>
<h3>Oproep tot <em>ver</em>schilligheid</h3>
<p>Het verhaal raakt uit balans wanneer het tweetal zomaar meerdere lijken aantreft in een ‘spelonk’. Hun onverschilligheid neemt surrealistische proporties aan wanneer ze de lichamen gewoon laten liggen. Ook een plotselinge vechtpartij tussen de ik-figuur en een vriend van Dario is nogal willekeurig, zeker nadat iedereen het voorval straal lijkt te negeren. Merkwaardig is bovendien de scène waarin Dario quasi-ernstig en voor de lol liegt dat hij nog maar drie maanden te leven heeft, tot grote schrik van Albert. Jammer. </p>
<p>Oscar van den Boogaard creëert in <em>De tedere onverschilligen</em> een grillig paradijs en een mooi, ultiem ontwricht personage dat daarin zijn toevlucht zoekt. De roman ontspoort op sommige plekken en weet in stijl niet echt te verrassen. Niettemin brengt Van den Boogaard een mooie ode aan de onverschilligheid en doet hij misschien tegelijkertijd een oproep tot <em>ver</em>schilligheid. Á la de VARA-slogan: ‘wees verschillig’. In dat geval wordt het motto van Camus ineens cynisch. Ongelukkig is hij die zich niet bezighoudt met andere mensen. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Schrijven vrouwen wel genoeg?</title>
		<link>http://recensieweb.nl/schrijven-vrouwen-wel-genoeg/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/schrijven-vrouwen-wel-genoeg/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 May 2013 19:38:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>peter</dc:creator>
				<category><![CDATA[Literaire kritiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?p=8029</guid>
		<description><![CDATA[De literaire kritiek laat boeken van vrouwen vaker links liggen dan boeken van mannen. Het maandblad Opzij weet hoe dat komt: de heren critici nemen boek van vrouwen minder serieus. Maar de ‘vooroordelen en aannames’ die het blad de boekbesprekers &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/schrijven-vrouwen-wel-genoeg/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De literaire kritiek laat boeken van vrouwen vaker links liggen dan boeken van mannen. Het maandblad <em>Opzij</em> weet hoe dat komt: de heren critici nemen boek van vrouwen minder serieus. Maar de ‘vooroordelen en aannames’ die het blad de boekbesprekers toeschrijft, vormen een valkuil die <em>Opzij</em> zelf ook niet weet te vermijden.</p>
<p>‘Recensenten hebben een duidelijke voorkeur voor het werk van mannelijke schrijvers,’ zo stelt het tijdschrift na een eigen <a href="http://www.opzij.nl/Nieuws-Opinie/Nieuws-Opinie-Artikel/Nu-in-Opzij-Lekker-ding-kan-schrijven.htm " target="_blank">onderzoekje</a>. <em>Opzij</em> turfde 78 boekenbijlagen van drie kranten, en wat blijkt? Slechts 27 procent van de besproken titels is van de hand van een vrouw. ‘De Opzij Literatuurprijs is nog lang niet overbodig,’ zo luidt dan ook de conclusie.</p>
<p>Maar verschijnen er domweg niet minder boeken van vrouwelijke auteurs? <em>Opzij</em> houdt het bij een verwijzing naar het boek <em>Schrijvende vrouwen</em> van Jacqueline Bel en Thomas Vaessens: ‘De verdeling is sinds de jaren zeventig steeds evenwichtiger geworden.’ Evenwichtiger? Dat is wel erg vaag. Iets hardere cijfers graag!</p>
<p>Dat kan. Recensieweb dook in de cijfers, en wat blijkt? Het valt nog wel mee met al die vrouwelijke schrijvers die genegeerd worden door een literaire kritiek die door mannen zou worden gedomineerd. Wie op de website Literatuurplein de Nederlandse fictie van 2012 telt, komt tot 34 procent vrouwelijke auteurs. De groslijst van de Academia-debutantenprijs heeft een vrouwelijk aandeel van 36 procent, en het turven van de inzendingen voor de AKO Literatuurprijs leidt tot een resultaat van 34 procent. Een derde van de boeken is dus van de hand van vrouwen. Dit is slechts een eerste indruk, <em>quick and dirty</em>, zoals sociale wetenschappers dat noemen, maar in opzet niet minder beperkt dan het onderzoek van <em>Opzij</em>.</p>
<p>Ruim een op de drie boeken is geschreven door een vrouw. Ruim een op de vier besprekingen gaat over boeken van een vrouw. Dat scheelt een paar procent. En dan stelt het maandblad ook nog vast dat vrouwen in aantal achterblijven, maar dat ze wel vaker mogen rekenen op lange recensies. Dat scheelt dan weer.</p>
<h3>Glazen plafond</h3>
<p>Bijna gelijk dus. Het zijn dus kennelijk de uitgevers die wat meer hun best moeten doen om de achterstand van vrouwen op mannen goed te maken. Maar dan zullen die uitgevers zeggen dat ze domweg minder manuscripten van vrouwen in hun brievenbussen vinden. Van <em>Opzij</em> mag je dat niet eens veronderstellen. ‘Hé, waar hebben we dat eerder gehoord?’ schrijft het blad in reactie op het verweer van sommige juryvoorzitters dat het aantal goede vrouwelijke auteurs achterblijft bij mannelijke collega’s. Kennelijk hebben ze deze ‘smoes’ eerder gehoord, in het bedrijfsleven bijvoorbeeld, en in de wetenschap. Daar maken glasharde cijfers duidelijk dat <em>old boys networks</em> door glazen plafonds neerkijken op al die getalenteerde en goed opgeleide vrouwen, die het met mindere banen en een lager salaris moeten doen.</p>
<p>Maar de letteren? Worden die ook nog steeds geregeerd door herenclubs vol literaire critici die vrouwen de toegang tot hun gezelschap ontzeggen? Die een boek van een vrouw aan de <em>Libelle</em> overlaten, en zelf liever mannenboeken bespreken? De wetenschappers op wie <em>Opzij</em> zich verlaat, hebben wel een verklaring voor de geringschatting van vrouwelijke schrijvers door critici: ze zien de schrijfster niet in de eerste plaats als schrijver, maar als een zich emanciperende vrouw. Hun blik op een vrouwenboek is niet in de eerste plaats literair, maar sociologisch. Een vrouw die een boek schrijft is een product van een maatschappelijke tendens, niet zozeer van een kunstzinnige ontwikkeling.</p>
<p>Dat zou best kunnen. Kijk maar naar wat leden van een andere minderheid in letterenland overkomt als ze boeken gaan schrijven. Hafid Bouazza werd er nogal moe van dat de critici hem vaak vooral zagen als een soort exoot, als een Marokkaan die toevallig in het Nederlands schrijft.</p>
<p>Maar een vrouw die een boek schrijft, geldt ook zij nog steeds als een nieuwkomer tegen wie de autochtone heren maar vreemd aankijken? Of sterker: op wie ze <em>neerkijken</em>, want dat is blijkbaar het lot van nieuwkomers. Volgens <em>Opzij</em> zeker: ‘Literatuur van vrouwen wordt minder dan die van mannen op zijn innerlijke merites beoordeeld.’</p>
<h3>Vooroordelen</h3>
<p>Het <em>Opzij</em>-onderzoek naar de <em>kwantiteit</em> van besproken vrouwelijke auteurs bleek minder hout te snijden dan de onderzoekers deden voorkomen. Maar een gedegen relaas over de <em>kwaliteit</em> van boekbesprekingen die worden gedomineerd door mannelijke vooroordelen zou dit verzuim helemaal goed kunnen maken. Helaas. Literatuur van vrouwen wordt dus minder op de eigen verdiensten beoordeeld, maar om dat hard te maken haalt <em>Opzij</em> slechts een blog over een bevooroordeelde Libris-jury aan: een klacht van Pauline Slot over ‘vooroordelen en aannames in de hoofden van juryleden’ en een opmerking van filosoof Jannah Loontjens over het lot van boeken die in de <em>Libelle</em> worden aangeprezen: damesliteratuur.</p>
<p>Diezelfde Loontjens was het slachtoffer van Adriaan Jaeggi, die een recensie van een boek van haar hand opende met de zin: ‘Een lekker ding. Laat ik dat maar vast zeggen.’Jaeggi wist wel hoe je als man de <em>Opzij</em> kan halen! Een provocatie als onderbouwing van een bewering dat vrouwelijke literatuur nog altijd minder serieus wordt genomen.</p>
<p>Het moet gezegd: ga er maar eens aan staan, laten zien dat dit echt zo is. Pak die 78 boekenbijlagen die <em>Opzij</em> onderzocht er nog eens bij en sla dan niet alleen aan het turven, maar ook aan het lezen. Het resultaat van dat simpele turven was al niet echt overtuigend, maar een inhoudelijke blik op het vrouwonvriendelijke karakter van die besprekingen zou pas echt duidelijk kunnen maken of de vrouw er in de kritiek altijd slechter vanaf komt dan de man, of de bewering dat dit echt het geval is, meer is dan een vooroordeel of een aanname.</p>
<h3>Uphoff</h3>
<p>Een literatuurprijs waarbij boeken niet in de eerste plaats op hun kwaliteit maar op het geslacht van de schrijver worden beoordeeld, is volgens <em>Opzij</em> in ieder geval nog lang niet overbodig. Vooroordelen en aannames zijn de jury van een vrouwenprijs verder vreemd. Het boek van een vrouw krijgt daar de aandacht die het verdient.</p>
<p>De laatste <a href="http://www.opzij.nl/Nieuws-Opinie/Nieuws-Opinie-Artikel/Manon-Uphoff-wint-de-Opzij-Literatuurprijs.htm" target="_blank">Opzij Literatuurprijs</a> was voor Manon Uphoff. Eerder haalde ze tweemaal de shortlist van de Libris Literatuurprijs en bij de AKO-Literatuurprijs lukte haar dat eenmaal. Over aandacht van mannelijke critici en juryleden heeft zij nooit te klagen gehad. Aan de kwaliteit van haar werk kan dat in de ogen van het vrouwentijdschrift niet liggen. Daarvoor hebben de heren juryleden te veel last van vooroordelen en aannames. In de denkwereld van <em>Opzij</em> kan Uphoff haar succes onder geletterde mannen maar aan een ding te danken hebben: ze vinden haar een lekker ding.</p>
<p><span style="font-size: 8pt;">Met medewerking van Daan Stoffelsen.</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afgebakende perfectie</title>
		<link>http://recensieweb.nl/recensie/afgebakende-perfectie/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/recensie/afgebakende-perfectie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 May 2013 21:07:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>tom</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?post_type=recensie&#038;p=7979</guid>
		<description><![CDATA[American Beauty, maar dan op zijn Vlaams. Dat is een typering die de nieuwste roman van Saskia de Coster weliswaar lang niet volledig recht doet - toch valt het niet mee om bij het aanschouwen van de familie Vandersanden, die centraal &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/recensie/afgebakende-perfectie/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em>American Beauty</em>, maar dan op zijn Vlaams. Dat is een typering die de nieuwste roman van Saskia de Coster weliswaar lang niet volledig recht doet - </strong><strong>toch valt het niet mee om bij het aanschouwen van de familie Vandersanden, die centraal staat in <em>Wij en ik</em>, niet even aan bovengenoemde Amerikaanse film te denken. Ook in <em>Wij en ik</em> liggen de onderlinge familieverhoudingen behoorlijk scheef, terwijl (vooral door het personage Mieke Vandersanden) naar buiten toe de schone schijn wordt opgehouden. De familie Vandersanden woont in een kast van een villa, gelegen op een berg waar alleen maar villa’s staan (‘ideaal om je schaamte te verbergen’), bewoond door mensen met ‘een druk bestaan’. De mannen zijn ‘drukbezette topmensen’, terwijl de vrouwen hun handen vol hebben aan het huishouden.</strong></p>
<p>De roman is opgebouwd uit hoofdstukken die afwisselend vanuit het perspectief van de verschillende leden van de familie Vandersanden verteld worden en elk een tijdsaanduiding kennen in de vorm van een jaartal. Het verhaal begint in 1980: de lezer maakt kennis met Stefaan Vandersanden, die ooit een verstandig ‘timide boerke op klompen in een West-Vlaams boerendorp’ was, door enorm hard te werken summa cum laude afstudeerde ‘als dokter in de geneeskunde’ en nu een belangrijke hoge functie bekleedt binnen een farmaceutisch bedrijf. Alles lijkt hem voor de wind te gaan, maar hij is getekend door een turbulente jeugd met geheimen: zijn jongere broertje Alain stierf op tienjarige leeftijd en hij verloor zijn vader toen hij achttien was.</p>
<h3>Wanhopig streven naar perfectie</h3>
<p>Stefaan is getrouwd met Mieke Vandersanden-De Kinder, die haar huishouden met de grootst mogelijke ijver bestiert: haar kindertijd heeft haar bijgebracht dat ‘de wereld geen ronde bol of een platte pannenkoek’ is, ‘maar een doolhof met veel ingangen en slechts één uitgang die je enkel kan vinden met het kompas van een moreel hoogstaande opvoeding’. Uit die opvoeding is een hevig perfectionisme en een onophoudelijke drang naar normaliteit voortgevloeid: wordt Mieke ook maar even uit balans gebracht door iets onverwachts, dan reageert ze met ‘oeioei’. De hang naar perfectie is bijvoorbeeld goed weerspiegeld in hoe ze haar huwelijk met Stefaan ziet: ze ‘bewonderde Stefaan omdat hij zo atypisch was, zo bescheiden en zo vasthoudend tegelijk, zo authentiek en zo onmannelijk, zo vol zelfvertrouwen en zo ongrijpbaar.’ Ze blijft proberen hem als ideale echtgenoot te zien, terwijl Stefaan door zijn verleden ‘zo opgesloten zit in zijn eigen wereldje dat hij niet mee kan lachen met de andere kinderen’ en wanhopig probeert te geloven dat het, met name door de harde strijd die hij heeft gevoerd om manager te worden, vanaf nu alleen maar beter zal gaan. Onder meer door middel van rake dialogen tussen Stefaan en Mieke laat De Coster de lezer een zeer geforceerd huwelijk ervaren tussen twee mensen die vooral in hun eigen cirkels blijven ronddraaien en nooit echt tot elkaar komen. De afloop zal dan ook geen verrassing zijn.</p>
<p>Het perfectionisme van de Vandersandens werkt door in de strakke opvoeding van dochter Sarah, die de lezer ziet opgroeien van kind in de jaren tachtig tot adolescente in de jaren negentig en, ten slotte, tot 32-jarige vrouw in 2013. Dat Sarah zich meer en meer probeert te ontworstelen aan de beschutting van haar gezin en omstreeks haar achttiende volop experimenteert (onder meer door op pad te gaan met de met drie vriendinnen gevormde band ‘The Lady Dies’ – de roman ontbeert bepaald geen verwijzingen naar de actualiteit), is dan ook niet vreemd.</p>
<h3>Afbakeningen</h3>
<p>De vele gesprekken die Sarah voert met haar medebandleden en met Jules, die als een soort manager voor ‘The Lady Dies’ fungeert, bevatten enkele rake passages rondom belangrijke thema’s van <em>Wij en ik</em>. Zo laat De Coster het personage Jules een scherpe waarneming omtrent ‘afbakening’ formuleren:</p>
<blockquote><p>‘Waarom moet alles zo afgebakend zijn?’ vraagt Sarah aan Jules, die over het klavier van de computer gebogen zit. Jules draait zich naar haar toe.</p>
<p>‘Er is niets uit zichzelf afgebakend.’</p>
<p>‘Hoe bedoel je?’</p>
<p>‘Afbakeningen bestaan alleen bij de gratie van mensen die ze nodig hebben omdat ze anders niet weten wat met hun leven aan te vangen. Een afbakening geeft structuur, een soort van ritme aan het leven. Maar fuck the rules, wij hebben ons eigen ritme.’</p></blockquote>
<p>Die afbakeningen komen eigenlijk in de hele roman terug: Mieke geeft haar leven structuur door zich op het huishouden te storten en Stefaan probeert zich uit alle macht op zijn werk te concentreren. De eerste probeert zo haar wankele huwelijk overeind te houden, de tweede zoekt tevergeefs een manier om met zijn traumatische verleden om te gaan. Mede dankzij een puntige, vlotte schrijfstijl slaagt De Coster erin de menselijke behoefte aan structuur en hoe ver men daarin kan doorschieten, op treffende wijze aan bod te laten komen in <em>Wij en ik</em>.</p>
<p>Dan is er nog het ‘wij’ dat op diverse plaatsen in het boek opduikt; in sommige hoofdstukken vormt ‘wij’ zelfs de vertelinstantie. Dit gebeurt echter erg sporadisch, waardoor het voor de lezer niet gemakkelijk wordt te bepalen wie of wat dat ‘wij’ is: het zou beschouwd kunnen worden als een geest die van een afstand kritisch neerziet op het leven van de familieleden, met name op dat van Stefaan (‘Daar staat je dochter. Daar staan wij, midden in het leven. En jij, jij bent hier al niet meer.’). Ook is er wat voor te zeggen dat de aanwezigheid van het ‘wij’ onderstreept dat familiebanden eeuwigheidswaarde hebben (‘Wij wandelen verder. Wij zijn altijd onderweg. Het is ontelbare jaren geleden begonnen, we doen er alles aan om door te gaan.’), ondanks de verbrokkeling waarmee een familie zoals Vandersanden te kampen heeft. Met andere woorden: er is altijd een ‘wij’, hoezeer de afzonderlijke familieleden ook als ‘ik’ door het leven gaan. Helaas speelt het ‘wij’ een te weinig prominente rol in de roman om echt te blijven hangen.</p>
<p>De Coster heeft met <em>Wij en ik</em> een mooie roman geschreven die niet eens zo opzienbarend is wat betreft verhaalverloop, maar wel blijft boeien dankzij de uitgebreide en levendige portretteringen van de diverse familieleden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Brave New Animal Dreamworld</title>
		<link>http://recensieweb.nl/recensie/brave-new-animal-dreamworld/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/recensie/brave-new-animal-dreamworld/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 May 2013 19:14:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>carmen</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?post_type=recensie&#038;p=8018</guid>
		<description><![CDATA[Een mix van Aldous Huxleys Brave New World en George Orwells Animal Farm, daar lijkt de nieuwste roman van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg, nog het meest op. In dit dunne boekje, dat misschien beter een novelle genoemd zou &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/recensie/brave-new-animal-dreamworld/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een mix van Aldous Huxleys <em>Brave New World</em> en George Orwells <em>Animal Farm</em>, daar lijkt de nieuwste roman van Peter Verhelst, <em>Geschiedenis van een berg</em>, nog het meest op. In dit dunne boekje, dat misschien beter een novelle genoemd zou kunnen worden, wordt een ongeciviliseerde aap gedomesticeerd, tot hij net zo ontwikkeld is als wij, de mens. De arrogantie die aan deze gedwongen beschaving ten grondslag ligt, wordt door Verhelst geridiculiseerd: in <em>Geschiedenis van een berg</em> confronteert hij ons op vermakelijke wijze met onze meest bespottelijke gewoontes.</p>
<p>De novelle begint geenszins vermakelijk, namelijk met de brute gijzeling van een aapachtige familie. Zij worden uit het wild gehaald en moeten in een Auschwitzgelijkende mars meelopen naar een voor hen onbekende bestemming. Een onmenselijke situatie, die des te pijnlijker is omdat Verhelst schrijft vanuit het perspectief van een van de gevangenen:</p>
<blockquote><p>&#8216;Hoe overleef je zoiets? Door te pakken wat je kunt pakken. Elke druppel water, elk maiskorreltje telt. Valt er iemand? Dan stap je over hem heen. Met gesloten ogen. Niet verdrietig zijn, want verdriet kost krachten.&#8217;</p></blockquote>
<p>Eenmaal aangekomen in het parallelle universum dat Droomland genoemd wordt, dwingt de mens deze groep apen (en ook allerlei andere diersoorten) tot beschaving. Dit proces verloopt in stappen: zij moeten onder meer leren glimlachen, rechtop lopen, schrijven, spreken en converseren, waarbij die laatste twee niet met elkaar verward kunnen worden. Converseren is spreken over koetjes en kalfjes, kortom, praten zonder daadwerkelijk iets te zeggen. Met een speels sarcasme beschrijft Verhelst het uitwisselen van holle beleefdheden, een typisch menselijke gewoonte:</p>
<blockquote><p>&#8216;&#8221;Vandaag is een bijzonder belangrijke dag,&#8221; zei de mens. &#8220;Vandaag leren we te con-ver-se-ren.&#8221; We moesten een kring vormen. De mens kwam voor elk van ons staan en begon een conversatie zoals hij het verwoordde, over koetjes en kalfjes. [...] We probeerden het van ’s ochtends tot ’s avonds. ’s Nachts werd ik soms wakker omdat iemand in zijn slaap vroeg: &#8220;Hoe gaat het met u? Goed? Met mij gaat alles goed, dank u.&#8221;&#8216;</p></blockquote>
<p>Dieren worden door het aanleren van dergelijke gebruiken telkens meer mens, terwijl de mensen zich ondertussen van hun dierlijkste kant laten zien (zo zijn er bezoekers van Droomland die almaar brutaler om ‘lekkere wijfjes’ vragen). Wanneer het civilisatieproces ten einde is en de aap tot een volwaardig mens geëvolueerd is, krijgt hij een gouden D opgespeld. Bovendien ontvangt hij een apparaat dat het summum van menselijke beschaving symboliseert: de mobiel.</p>
<h3>Bekend thema, originele invulling</h3>
<p>Het sarcasme ligt er dik bovenop, maar pijnlijk wordt het niet. Elke lezer herkent zichzelf in de mens, en kan de humor inzien van zijn eigen bespottelijke gedrag en gewoontes. Deze luchtigheid levert passages als bovenstaande op, die origineel en goed gevonden zijn. <em>Geschiedenis van een berg</em> is erg vermakelijk, totdat het utopische beschavingsideaal – waarvan al vanaf het begin vaststond dat het niet zo utopisch was als de mens ons wilde doen geloven – ontmaskerd wordt.</p>
<p>Anders dan Orwells en Huxleys literaire producten lijkt Verhelst novelle geen uitgesproken politieke lading te hebben – eerder propagandeert de auteur een algemeen cultuurrelativisme, waarin iedereen in zijn recht gelaten wordt. De keerzijde van deze gedwongen beschaving viel dan ook te verwachten, net zoals het geval is bij de vermenselijkte dieren in <em>Animal Farm</em> en de ‘gekweekte’ mensen uit <em>Brave New World</em>.</p>
<p>De climax, waarin natuur en cultuur botsen, is indrukwekkend en wederom origineel. Jammer is wel dat Verhelst zijn novelle daar niet mee laat eindigen: na de climax volgt een terugblik waarin de aap zijn eigen gedrag en keuzes onder de loep neemt. Zijn tot dan toe concrete acties en gedachten maken plaats voor abstracte, filosofische reflecties, hetgeen leidt tot uit de context gerukte en nietszeggende zinnen als:</p>
<blockquote><p>&#8216;Het ontroostbare troostende: dat ik het niet ben die mezelf of de woorden hoeft te begrijpen, maar dat er woorden zijn. Die mij begrijpen. Alsof ze precies de vorm hebben van het gat in mijn ziel.&#8217;</p></blockquote>
<p>De luchtigheid en de speelsheid, die <em>Geschiedenis van een berg</em> tot een zeer vermakelijk verhaal maken, verdwijnen in het laatste deel. Met welk doel? Laten zien dat de aap zo ver geëvolueerd is dat hij nu zulke poëtische gedachtes heeft? Of is het juist een vorm van verzet tegen de opgelegde banaliteit van de menselijke samenleving? Misschien wil de auteur laten zien dat hij meer kan dan alleen speels sarcastisch zijn? Dat was wat mij betreft niet nodig geweest – Verhelsts thema is weliswaar bekend, maar zijn invulling is tot aan het laatste deel origineel, expressief en grappig.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Preutsheid en het perspectief van een poes</title>
		<link>http://recensieweb.nl/preutsheid-en-het-perspectief-van-een-poes/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/preutsheid-en-het-perspectief-van-een-poes/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 May 2013 08:49:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>daan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Seks en literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?p=8010</guid>
		<description><![CDATA[Het lijkt wel komkommertijd: na koningin, koning, herdenking, viering en kampioenschap, gaat het weer over seks en literatuur. Vanaf 12 mei, een week lang bij De Avonden. 25 mei, in De Balie. Eigenlijk altijd. De doorverwijzingen, de context, het commentaar &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/preutsheid-en-het-perspectief-van-een-poes/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het lijkt wel komkommertijd: na <a href="http://www.groene.nl/2013/19/elastiek-journalistiek" target="_blank">koningin, koning, herdenking, viering en kampioenschap</a>, gaat het weer over seks en literatuur. Vanaf 12 mei, een week lang bij <em><a href="http://programma.vpro.nl/deavonden/artikelen/2013/seks-geen-kunst.html" target="_blank">De Avonden</a></em>. 25 mei, in <a href="http://www.debalie.nl/artikel.jsp?articleid=478015" target="_blank">De Balie</a>. Eigenlijk altijd. De doorverwijzingen, de context, het commentaar om u weer vooruit te helpen.</p>
<h3>De nieuwe preutsheid of het verdwijnen van het politieke?</h3>
<blockquote><p>‘Jeroen van Kan praat maandagavond met Joost de Vries en Elsbeth Etty over de vraag of een nieuwe preutsheid in de letteren heeft postgevat of niet. Verder zijn er die week bijdragen van onder anderen Marita de Sterck, Hafid Bouazza, David Pefko, Daan Heerma van Voss, Jamal Ouariachi, Arnon Grunberg, A.L. Snijders, Anja Meulenbelt, Maartje Wortel, Thomas Verbogt, Coen Simon en Ester Naomi Perquin. De Avonden is elke werkdag te horen, van 21.00 tot 23.00 uur op Radio 6.’</p></blockquote>
<p>Vanaf maandag 11 mei dus, <a href="http://programma.vpro.nl/deavonden/artikelen/2013/seks-geen-kunst.html" target="_blank">hier</a>. Ook ‘onze’ <a href="http://recensieweb.nl/juist-het-onverwachte-in-de-veiligheid-van-de-leesstoel/" target="_blank">Simone van Saarloos</a> schijnt nog acte de présence te geven. <a href="http://boeken.vpro.nl/artikelen/2013/mei/nieuwe-preutsheid.html" target="_blank">VPRO Boeken</a> noemt als aanleiding <a href="http://www.groene.nl/2013/5/een-string-maakt-nog-geen-zomer" target="_blank">het <em>Groene</em>-essay</a> [waarschuwing: abonneemuur] van Joost de Vries, over seks in de HBO-serie <em>Girls</em> en preutsheid, dat besluit met twee alinea&#8217;s over de hedendaagse Nederlandse literatuur. De Vries:</p>
<blockquote><p>‘Hoe dan ook lijkt Roiphe’s these [<a href="http://www.nytimes.com/2010/01/03/books/review/Roiphe-t.html?pagewanted=all&amp;_r=0" target="_blank">Roiphe, wier stuk ook in de <em>New York Times</em> stond</a>: ‘Deze jongere schrijvers zijn zo zelfbewust, zo verankerd in een bepaald soort liberale opvoeding dat hun personages zichzelf hun eigen seksuele impulsen niet toestaan, they are, in short, too cool for sex’.] ook van toepassing op Nederlandse fictie: in de jonge oeuvres van schrijvers als Franca Treur, Daniël Rovers, Gustaaf Peek, Maartje Wortel en Y.M. Dangre (allemaal ver onder de veertig) komt seks slechts met kleine regelmaat voorbij, het is zeker niet iets waarnaar gestreefd wordt. Christiaan Weijts schreef veel over seks, maar dan alleen over de geforceerde variant, stalking (in <a href="http://recensieweb.nl/recensie/stortvloed-aan-onderwerpen-houdt-verhaal-en-personages-op-afstand/" target="_blank"><em>Art. 285 b</em></a>) en pornografie (in <a href="http://recensieweb.nl/recensie/in-de-ban-van-oorspronkelijkheid/" target="_blank"><em>Via Capello 23</em></a>); in de nieuwste roman van Esther Gerritsen, <a href="http://recensieweb.nl/recensie/drentelende-dialogen/" target="_blank"><em>Dorst</em></a>, wordt er flink op los gefellationeerd, maar dat is telkens een uiting van wanhoop – seks die bovendien volledig zelfbewust wordt ondergaan, in een poging van het hoofdpersonage zichzelf te straffen en los te dwingen uit haar emotionele afstandelijkheid.’</p></blockquote>
<p>Philip Huff is de uitzondering, stelt De Vries, met enkele langere seksscènes, al toont hij ook ‘die geïnternaliseerde, zelfbewuste houding die het schrijven over seks in de weg staat’. Te weinig seks, te veel literatuur. De Vries gaat niet in de ongecompliceerde seks van iets oudere auteurs als Bert Natter en Kees &#8216;t Hart (ook Huff heeft overigens wat ongecompliceerde seksscènes, zie ook ons <a href="http://recensieweb.nl/de-beste-en-slechtste-literaire-seks-van-2012-de-groslijst/" target="_blank">2012-overzicht</a>), maar hij zoekt het contrast dat Roiphe zocht, met seks als stellingname (Roth, Updike, Mailer). Ja, dat is een tijd geleden. Het voornaamste, misschien wel het enige waar seks in de literatuur nog stelling over neemt, is over eenzaamheid. (Maar geldt dat niet voor alle literatuur?)</p>
<p>Je mag je afvragen welke strijd de jonge schrijvers dan nog moeten strijden. Is het wel preutsheid? Of is er simpelweg geen ander doel meer waarvoor seks kan dienen?</p>
<h3>Poezelige en pornografische seks</h3>
<p>Het andere evenement dat aanhaakt aan deze thematiek, is &#8216;Rake woorden&#8217;, een onderdeel van het <a href="http://www.debalie.nl/artikel.jsp?articleid=477980" target="_blank">Logos-festival</a> van De Balie en De Krakeling eind deze maand. In <a href="http://www.debalie.nl/artikel.jsp?articleid=478015" target="_blank">de beschrijving</a> van 25 mei zit geen spoortje erotiek, maar Ouariachi&#8217;s inleiding op Facebook liegt er niet om:</p>
<blockquote><p>‘[Jamal Ouariachi] staat dezer dagen blijkbaar te boek als sexpert en gaat in die hoedanigheid een potje babbelen over erotiek en literatuur. [...] Schoon slipje zelf meenemen.’</p></blockquote>
<p>Gek is het niet. De schrijver van <em><a href="http://recensieweb.nl/recensie/wat-is-er-toch-mis-met-mij/" target="_blank">Vertedering</a></em> en <em><a href="http://recensieweb.nl/recensie/van-bevlogen-kunstenaar-tot-ordentelijk-psychotherapeut-en-andersom/" target="_blank">De vernietiging van Prosper Morèl</a></em> is bezig aan een <a href="http://www.querido.nl/web/Nieuws/Nieuwsartikel/Drie-jonge-schrijvers-brengen-literaire-erotische-trilogie.htm" target="_blank">literaire erotische trilogie</a>, in samenwerking met Daan Heerma van Voss en David Pefko. Ik ken Heerma van Voss&#8217; werk niet helemaal, maar niet als erotisch, en dat van Pefko helemaal niet, maar dat sluit een interessant en/of opwindend resultaat niet uit. Ouariachi laat in <em>Vertedering</em> al wel zien wat hij kan op dit gebied. Er is een aardige scène vanuit vreemd perspectief:</p>
<blockquote><p>‘Buscemi vertoonde een uitdrukking op zijn gezicht die je bij mensen ‘verontwaardigd’ zou noemen, en reden tot verontwaardiging had hij: die withuidreus met het opgestoken haar – kijk, ze trok het nu los, het stroomde langs haar schouders omlaag – dat was een hartenbreekster. Zo-even had ze hem nog opgegeild en nu ineens wees ze hem botweg af en bracht ze haar strelende klauwen naar die andere withuidreus, die met het korte haar, het schepsel dat zich de laatste dagen als redder-vader-vriend-en-cipier had opgeworpen, ja, hij was het die nu alle aandacht kreeg. De langharige withuidreus begon de vacht van de kortharige af te stropen. Dat moest pijn doen maar de kortharige hield zich flink, al keek hij enigszins gekweld, en toen het over was nam hij wraak op langhaar door ook bij haar de vacht af te stropen, waardoor haar drinkspenen zichtbaar werden en korthaar begon aan die drinkspenen te zuigen, wellicht omdat hij ineens dorst had (waarbij je je kon afvragen waarom hij niet gewoon even naar de keuken liep, waar – Buscemi wist het precies – in de deur van de koelkast een anderhalveliterpak halfvolle melk stond). De langharige maakte nu gekwelde geluiden en -’</p></blockquote>
<p>Voorspel, vanuit het perspectief van een kat. Niets spannends aan, wel geestig, ‘dat moest pijn doen’. Later in de roman is er een andere vrouw in beeld, en hier wordt de seks functioneel (om de vorige vrouw terug te winnen &#8211; laat maar, het is complex), pornografisch:</p>
<blockquote><p>‘Ze kroop weer naar boven en begon hem te zoenen, die korte kusjes van haar, alsof ze telkens wanneer hij zijn tong in haar mond liet glijden, schrok. De smaak van zijn eigen voorvocht, van zijn geslacht, drong zijn mond binnen, de lauwe geur van deeg, een zoutige smaak.<br />
Nu rolde hij háár op haar rug en daalde af tussen haar benen. Hij had verwacht daar iets neutraals aan te treffen, iets waar hij onmogelijk van in beroering zou kunnen raken, maar haar kut zag er bijzonder zinnelijk uit. Weelderige schaamlippen, roze en rimpelig, tegen elkaar aangeplakt. Hij liet van onderaf zijn vinger ertussendoor glijden, opende haar, ze was al vochtig, de lippen krulden glinsterend naar buiten, vertoonden nu de curve die mannen met hun handen maakten als ze een vrouwenlichaam met wespentaille wilden uitbeelden.<br />
Hij zoende haar met droge, gesloten mond, liet zijn lippen vervolgens dezelfde opwaartse glijbeweging maken als hij daarnet met zijn vinger had gemaakt, hij voelde hoe ze hem bevochtigde en nu opende hij zijn mond en liet zijn tong naar buiten komen, streek van de opening van haar kut naar boven, naar haar clitoris. Ze kreunde voor het eerst. Na nog een aantal trage halen met zijn tong over de volle lengte van haar geslacht versnelde hij het tempo en concentreerde zich nu op dat kleine ronde brandpunt van haar opwinding.’</p></blockquote>
<p>Seks volgens afspraak, naar voorbeeld van de film, afstandelijk, beschrijvend. Uiterst functioneel naakt: hier laat Ouariachi zien hoever zijn personage gaat in een zakelijke, therapeutische relatie om een romantische relatie terug te winnen. Eng.</p>
<p>Volgende week en over twee weken meer. En op Recensieweb.nl natuurlijk, als de komkommers zich weer aandienen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Adembenemende inkijk in het kermismilieu</title>
		<link>http://recensieweb.nl/recensie/adembenemende-inkijk-in-het-kermismilieu/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/recensie/adembenemende-inkijk-in-het-kermismilieu/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 May 2013 18:50:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>carmen</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?post_type=recensie&#038;p=7971</guid>
		<description><![CDATA[De moderne Vlaamse literatuur spreekt tot de verbeelding en staat garant voor zinnenprikkelende literatuur. Vertegenwoordigers van die literatuur hebben, hoewel ze binnen hetzelfde taalgebied schrijven, hun eigen stem. Die van theatermaker en schrijver Erik Vlaminck lijkt op die van Dimitri &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/recensie/adembenemende-inkijk-in-het-kermismilieu/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De moderne Vlaamse literatuur spreekt tot de verbeelding en staat garant voor zinnenprikkelende literatuur. Vertegenwoordigers van die literatuur hebben, hoewel ze binnen hetzelfde taalgebied schrijven, hun eigen stem. Die van theatermaker en schrijver Erik Vlaminck lijkt op die van Dimitri Verhulst, maar is wat ingetogener. In de novelle <em>Miranda van Frituur Miranda</em> – alleen de titel spreekt al boekdelen – bereikt hij met rake, beeldende zinnen een nieuw hoogtepunt.</p>
<p><em>Miranda van Frituur</em> speelt zich af in de kermiswereld, die kleurrijk, volks en plat is. De oudere Miranda kijkt naar de witte stippels op haar armen, veroorzaakt door spatten kokendheet vet op haar huid, en ziet terug op haar leven. Ze vertelt over haar man Arthur van Hooylandt, haar zoon Tony en haar minnaar Modest Verreycken. Zijn overlijden, op het parkeerterrein van een Aldi terwijl hij bierblikken en hondenvoer in zijn armen hield, is de aanleiding voor haar bespiegeling. Er is iets wat haar van het hart moet. Met zinnen als: &#8216;Nu vraag ik me af of hij toen al iets wist van wat ik later door scha en schand zelf te weten ben gekomen,&#8217; houdt Miranda de lezer op het puntje van zijn stoel.</p>
<p>De personages zijn net als de kermis zelf kleurrijk. Echtgenoot Arthur is een halve forain, zoals een kermisexploitant in Vlaanderen genoemd wordt. Hij is de eigenaar van kindermolen <em>De kinderdroom</em>. Omdat hij vanwege een verwaarloosde appendicitis zijn halve darm kwijt is, zit hij lang op de <em>koer</em>. Collega Modest van de schietkraam was getuige tijdens het huwelijk van Miranda en Arthur. Hij verloor al vroeg zijn vrouw en kreeg een geheime relatie met Miranda. Miranda noemt haar twee mannen af en toe bij hun volledige naam om daarmee de afstand tot hen aan te geven.</p>
<h3>Verheven en aards tegelijk</h3>
<p>Het is de toon die de muziek maakt en die is hemels. Het Vlaams is verheven en aards tegelijk. Dit is poëtische literatuur van een auteur die de kunst verstaat om treffende details weer te geven. Elke zin proef je op je tong en wil je nog eens lezen. Een willekeurig voorbeeld over de sansculottehoed die Arthur op zijn trouwdag droeg: &#8216;Gij moogt daar vooral niet mee lachen wanneer hij daar voor de zoveelste keer over begon door te drammen.&#8217; Het proza ontstijgt de alledaagsheid; niet alleen de woordkeus, maar ook de anekdotiek is origineel. Zo schrijft Vlaminck over datzelfde huwelijk:</p>
<blockquote><p>&#8216;Van Arthurs vader – die er voor zijn loterijkraam een veel te grote voorraad van had gekocht – kregen wij een koffiezetapparaat.</p>
<p>Maar Arthur wilde het toestel mordicus niet in de woonkamer hebben.</p>
<p>Omdat hij geen koffie met kalk erin wilde drinken.</p>
<p>Omdat hij niet elke ochtend het papier van de filterzakjes, dat volgens hem dezelfde smaak heeft als goedkoop wc-papier, bij zijn ontbijt wilde proeven.</p>
<p>Het koffiezetapparaat in kwestie heeft jarenlang, ingepakt in een doos, liggen rammelen onder de passagiersstoel in de cabine van de Bedford.&#8217;</p></blockquote>
<p>Daarbij is de compositie van de korte hoofdstukjes bijzonder: het stukje <em>Moderniteiten</em> is van kop tot staart een afgerond geheel. Het begint met een uitspraak van Arthur over een stilstaande klok die twee keer per dag juist staat en eindigt ermee dat niemand die stelling zal kunnen weerleggen.</p>
<p>Behalve de mooie taal en levendige karakters biedt het boek ook een boeiende plotlijn. Dit maakt <em>Miranda van Frituur Miranda</em>, dat voortbouwt op de roman <em>Suikerspin</em> (2008), in zijn totaliteit adembenemende literatuur. In het colofon staat trouwens ook nog vermeld dat fragmenten van deze tekst verwerkt zijn in de theaterversie van <em>Suikerspin</em>, die vorige maand in Antwerpen in première is gegaan.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De roman als IKEA-bouwpakket: schaduwjuryrapport Libris Literatuurprijs 2013</title>
		<link>http://recensieweb.nl/de-roman-als-ikea-bouwpakket-schaduwjuryrapport-libris-literatuurprijs-2013/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/de-roman-als-ikea-bouwpakket-schaduwjuryrapport-libris-literatuurprijs-2013/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 May 2013 19:39:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>wouter</dc:creator>
				<category><![CDATA[Libris Literatuurprijs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?p=7956</guid>
		<description><![CDATA[Ook dit jaar zette een schaduwjury van Recensieweb zich vol enthousiasme aan de Libris Literatuurprijs 2013. Er prijken grote en gelauwerde schrijvers op de shortlist dit jaar: Esther Gerritsen, Arnon Grunberg, Oek de Jong, Elvis Peeters, Christiaan Weijts en Tommy &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/de-roman-als-ikea-bouwpakket-schaduwjuryrapport-libris-literatuurprijs-2013/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ook dit jaar zette een schaduwjury van Recensieweb zich vol enthousiasme aan de Libris Literatuurprijs 2013. Er prijken grote en gelauwerde schrijvers op de shortlist dit jaar: Esther Gerritsen, Arnon Grunberg, Oek de Jong, Elvis Peeters, Christiaan Weijts en Tommy Wieringa. De selectie van de jury roept bij ons toch wel enkele vragen op, zeker wanneer we de motivatie van dit eerbiedwaardige college van beoordeling eens nader bekijken.</p>
<p>Wat bijvoorbeeld te denken van deze opmerking over ‘IKEA-romans’ in het juryrapport:</p>
<blockquote><p>‘De jury hekelt […] het groot aantal boeken dat geschreven was als een bouwpakket [=de IKEA-roman] bestaande uit een handvol personages, een groot geheim in het verleden, tegengestelde belangen en loyaliteiten, een verliefdheid hier of juist wroeging en verdriet over een verbroken relatie daar.’</p></blockquote>
<p>Ondanks deze bedenkingen belandde toch <em>Euforie</em> op de shortlist, een roman waarin bovengenoemde elementen nadrukkelijk vertegenwoordigd zijn en die ook nog eens over architecten gaat. Over bouwpakket gesproken!</p>
<p>Ook stootte de Libris-jury in hun zoektocht naar een <em>goede </em>roman naar haar smaak te vaak op egodocumenten waarin auteurs niet zozeer de kaart van <em>een</em> bestaan tekenden maar de kaart van <em>hun</em> bestaan. Opmerkelijk is dan de plaatsing op de shortlist van <em>Pier en Oceaan</em>, toch overduidelijk de <em>coming of age</em> van Oek de Jong. Overigens nam de Libris-jury naar ons oordeel iets te opvallend al een voorschotje op hun uiteindelijke favoriet, door te verzuchten tijdens het lezen van de 170 romans regelmatig verlangd te hebben ‘naar een robuust, ouderwets, ambachtelijk meubelstuk’. We kunnen ons natuurlijk vergissen (en of dat zo is weten we spoedig), maar als men daar niet <em>Pier en Oceaan</em> mee op het oog had, dan weten wij het niet meer.</p>
<p>Na deze kanttekeningen bij het juryrapport wordt het hoog tijd voor ons eigen schaduwjuryrapport. Laten we ons richten op de shortlist. Wie moet naar onze mening vanavond gelauwerd worden met de Libris Literatuurprijs 2013? Wie hoort bij iedereen in de Billy-boekenkast van IKEA thuis?</p>
<p><strong>Esther Gerritsen – Dorst</strong></p>
<p>In <em>Dorst</em> heeft Esther Gerritsen weinig woorden nodig om een indringend portret van een onalledaagse familie neer te zetten. In heldere en doeltreffende taal beschrijft Gerritsen hoe de aan kanker lijdende Elisabeth in haar laatste levensdagen wordt bijgestaan door haar dochter Coco. Drijvende kracht achter de spanning tussen de twee vrouwen die nooit veel liefde voor elkaar hebben gevoeld, zijn de dialogen waarin de wrijving bijna fysiek voelbaar is. Ook de keuze om het perspectief afwisselend bij de moeder en de dochter te leggen pakt goed uit. Bovendien laat Gerritsen genoeg in het ongewisse om de lezer aan het denken te zetten. Gaat Coco bij haar moeder wonen uit liefde of plichtsbesef, of wil ze er zelf beter van worden? De waarheid moet  ergens in het midden liggen: &#8216;Je kunt niet besluiten lief te hebben. O jawel, dat kan wel. Ze besluit.&#8217;</p>
<p>Toch is er ook wel wat op <em>Dorst</em> aan te merken. Gerritsen pompt een forse hoeveelheid platte seks in haar boek, om tot uitdrukking te brengen dat Coco, hopeloos op zoek naar geborgenheid, liefde met seks verwart. Helaas verstoort  die zoektocht de navrante sfeer van in zichzelf opgesloten, gemankeerde en om elkaar heen draaiende personages. De seks is er te nadrukkelijk bij gehaald om werkelijk te prikkelen. Aanvankelijk is de stunteligheid van de personages bij tijd en wijle humoristisch, bijna absurdistisch. Maar na verloop van tijd wordt het aanvankelijke stijlmiddel van richtingloze dialogen een omslachtige manier om te omzeilen wat er echt aan de hand is. Het voortkabbelende geneuzel irriteert, vooral omdat de plot verder niet veel voorstelt. Moeder en dochter zitten elkaar in de weg en dat blijft zo, een patstelling. Er zijn geen openingen, geen ontsnappingen. Het verhaal gaat dan ook nergens meer naar toe en zwalkt stuurloos naar een weinig verrassend einde.</p>
<p><strong>Arnon Grunberg – <em>De man zonder ziekte</em></strong></p>
<p>Als de Indiaas-Zwitserse architect Samarendra Ambani, kortweg Sam genoemd, voor een opdracht van een vage Irakees naar Bagdad gaat, wordt hij door gemaskerde Arabieren gevangengenomen, ondervraagd en mishandeld. Ze maken hem duidelijk dat hij van terrorisme wordt verdacht. Na een paar ellendige dagen wordt hij plotseling door tussenkomst van het Rode Kruis vrijgelaten. Het moet allemaal op misverstanden berusten maar opgehelderd wordt de zaak nooit. Het maakt de naïeve argeloze Sam niet rancuneus, integendeel. Voor een nieuwe opdracht – een bibliotheek met geheime bunker in Dubai – reist hij zonder aarzeling andermaal af naar het Midden-Oosten.</p>
<p>Als zijn compagnon Dave suggereert dat Sam wel niet veel zin zal hebben in ‘dat soort reisjes’, ‘na alles wat jij hebt meegemaakt in Irak’, antwoordt hij : ‘Ik heb niets meegemaakt.’ Hij heeft niets tegen Dubai. ‘Ik ben er nog nooit geweest, ben benieuwd hoe het daar is, ik heb er juist zin in.’</p>
<p>Arnon Grunberg is er een meester in om de lezer op het verkeerde been te zetten. Verwijst de titel van <em>De man zonder ziekte</em> niet ondubbelzinnig naar <em>Der Mann ohne Eigenschaften</em> van Musil? Is de situatie waarin hoofpersoon Samarendra Ambani –kortweg Sam – belandt niet bij uitstek kafkaësk? Ons deed het verhaal van de naïeve architect bij vlagen denken aan de film <em>Rendition</em> van Gavin Hood, waarin de in Chicago wonende geboren Egyptenaar Anwar El-Ihabrimi (Omar Metwally) door de CIA verdacht wordt van connecties met een terroristische organisatie en op de terugreis na een congres in Zuid-Afrika wordt opgepakt, ondervraagd en gemarteld.</p>
<p>Deze associaties met andere vergelijkbare werken werkt de indruk in de hand dat Grunberg een wat snel geschreven boek maakte, een tussendoortje, ware het niet dat de ironie er op een grimmige manier duimendik bovenop ligt en dat de grunbergiaanse thema’s ook hier prominent aanwezig zijn: brandhaarden, mensenrechten, conformisme, opportunisme en naïviteit. Overigens maakt Grunberg deze thema’s geen moment expliciet zichtbaar. In die zin is <em>De man zonder ziekte</em> als de bunker die Sam ontwerpt voor de bibliotheek in Dubai, die zich ‘per definitie half of helemaal onder de grond bevindt’.  Je denkt met een helder plot te maken te hebben maar halverwege het boek, als het ook in Dubai dankzij Sams argeloosheid weer gruwelijk mis gaat, draait die zekerheid zich honderdtachtig graden om. Je weet het nooit bij Grunberg, maar ‘half of helemaal’ onder de grond zitten ze, de verhaallagen. De lezer is gewaarschuwd.</p>
<p><strong>Oek de Jong – <em>Pier en Oceaan</em></strong></p>
<p>Het mag inmiddels geen geheim meer heten dat Oek de Jong in <em>Pier</em> <em>en</em> <em>Oceaan</em> veel van zijn eigen jeugdherinneringen heeft verwerkt. Maar <em>Pier</em> <em>en</em> <em>Oceaan</em> afdoen als een <em>Bildungsroman</em> is wel wat kort door de bocht. De roman gaat namelijk over zoveel meer dan Abels eerste achttien levensjaren; het schetst een groot tijdsbeeld van het naoorlogs Nederland. De manier waarop Oek de Jong de andere personages rondom Abel portretteert heeft een sterke sfeerbepalende betekenis. Door de uitgesponnen <em>streams</em> <em>of</em> <em>consciousness</em>, <em>monologues intérieurs</em>  en beeldende beschrijvingen onderga je <em>Pier</em> <em>en</em> <em>Oceaan</em> eerder als een toneelstuk of film dan als een boek. Je weet niet precies waar je naar kijkt maar je wordt in al die levens als vanzelf meegezogen. Dit effect wordt nog versterkt door het gebruik van de ruimte als wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van de jonge Abel. Deze ruimte wordt in de beste tradities van het naturalisme en realisme wijdlopig geschetst.</p>
<p>Helaas gaat die wijdlopigheid op den duur irriteren. De jury werd vaak afgeleid van waar het in het boek werkelijk om lijkt te gaan, de universele mensvraag: waartoe zijn wij hier op aarde? Ook het herhalen van hetzelfde woord of beeld, soms in één en dezelfde zin, het gebruik van soms nogal voor de hand liggende metaforen en clichés (‘dichte sneeuwjacht’) had naar onze smaak wel een onsje minder gemogen.</p>
<p><em>Pier en Oceaan</em> is, hoewel een niet erg modern boek, wel een <em>mooi</em> boek. De Jong gebruikt het klassieke literaire model van de familiegeschiedenis op virtuoze wijze om te laten zien hoe erfelijkheid en omgeving  – <em>Blut und Boden</em> – in een onlosmakelijk verbond de mens vormgeven. En  <em>Pier</em> <em>en</em> <em>Oceaan</em> leert ons dat met het afwijzen van het geloof het stellen van spirituele vragen niet automatisch hoeft op te houden. Jammer genoeg doet de roman als geheel weinig vernieuwend aan.</p>
<p><strong>Elvis Peeters – <em>Dinsdag</em></strong></p>
<p>Hij heeft een leven vol spektakel en twee weldadige liefdes achter de rug, maar tegenwoordig slijt de hoofdpersoon uit Elvis Peeters&#8217; novelle <em>Dinsdag</em> zijn dagen als bejaarde wiens belangrijkste uitdaging het wegblijven uit een verpleeghuis is. Opgebouwd uit fragmentarische scènes ontstaat een beeld van een man die zich liet leiden door impulsen, zich als een beest heeft gedragen, tot rust kwam bij twee vrouwen die te vroeg stierven en die vooral nergens spijt van heeft en alle herinneringen op een rebels laconieke manier verwoordt. Als hij naar Congo wordt gestuurd omdat hij een meisje heeft verkracht: &#8216;Maar mijn leven ging gewoon voort. Ik was bijna negentien en op het punt beland dat ik vrouwen wilde neuken. Dat moest in Congo, ver van de bemoeienissen van mijn vader, ook kunnen.&#8217; Zo simpel kan het zijn. Misselijkmakend zelfzuchtig, maar enorm intrigerend dit personage – ondersteund door een taal die uitblinkt in vanzelfsprekende uitdrukkingskracht.</p>
<p><strong>Christiaan Weijts – <em>Euforie</em></strong></p>
<p>In <em>Euforie</em> van Christiaan Weijts wordt Den Haag getroffen door een terroristische aanslag. Architect Johannes Vermeer vangt slachtoffers van die aanslag op. In één van hen meent hij Isa te herkennen, zijn vlam van de middelbare school. Zijn architectenbureau dingt later mee om een monument te ontwerpen voor de plaats van de aanslag, maar Vermeers idee van de Kunst vindt geen gehoor in een cultuur van corruptie, omkoperij en ‘snelle jongens’:</p>
<blockquote><p>‘Wat kun je als architect nog doen, vraagt hij zich af, anders dan de schappen uittekenen? Even flitst een mogelijkheid door zijn hoofd die hem zalig voorkomt: weigeren, de hele zaak afblazen, de hele zooi in de verpulveraar van de vergetelheid storten en opnieuw beginnen, ontwerpen zonder rekening te houden met wie dan ook. […] Tekenen zonder de geweerloop van je opdrachtgevers. Vrij… Wanneer is hij nu werkelijk vrij geweest?’</p></blockquote>
<p>Met <em>Euforie</em> schreef Weijts een ambitieuze, volle roman, een zedenschets van onze tijdgeest die eigenlijk té vol en té ambitieus is. <em>Euforie</em> is doordrenkt van mini-essays van Vermeer over de architectuur, de rol van de Kunst, maar ook immigratie, de schuldencrisis, de huizenmarkt, Europa.. Ze remmen het verhaal enorm, en ook Vermeer zelf komt minder goed uit de verf. Daarentegen is het contrast tussen Vermeer en de harde wereld van het grote geld goed en vermakelijk neergezet, net als de verhaallijn over Vermeer en Isa tijdens hun middelbareschooltijd. Helaas wordt de roman, die teveel een samenraapsel is van van alles en nog wat, hiermee niet gered.  <em>Euforie</em> komt weliswaar dicht bij het bouwwerk waarnaar de Libris-jury op zoek was, maar door fouten in de constructie helt het vervaarlijk voorover.</p>
<p><strong>Tommy Wieringa – <em>Dit zijn de namen</em> </strong></p>
<p>De vluchtelingen uit <em>Dit zijn de namen</em> van Tommy Wieringa zwerven dagenlang door een verlaten steppe, op zoek naar het beloofde land. Hun ‘exodus’ eindigt In Michailopol, waar commandant Pontus Beg zich over hen ontfermt. Hij heeft net ontdekt dat hij joods is en omarmt zijn nieuwe identiteit volledig. <em>Dit zijn de namen</em> is een grootse roman over zoekende mensen. ‘De reis liet geen ruimte voor andere gedachten. Ze waren mensen zonder geschiedenis geworden, ze leefden nog slechts in een acuut heden.’</p>
<p>Het verhaal beklijft en blijft boeien door het goede verteltempo en de afwisseling van verhaallijnen. Ondanks de onderwerpkeuze valt het boek niet zwaar door subtiel gebruik van humor. De roman maakt diepe indruk; vooral Wieringa’s schildering van de lijdensweg van de vluchtelingen is prachtig. Zijn stijl is verheven en poëtisch, maar ook agressief wanneer het moet. Wieringa schittert in zorgvuldige woordkeuze.<br />
<strong><br />
Conclusie</strong></p>
<p>Welke roman moet nu van ons de Libris Literatuurprijs krijgen? Met <em>Pier en Oceaan</em> heeft Oek de Jong weliswaar een gedegen bouwwerk afgeleverd, maar zijn ‘Tolstoj in de polder’ doet te ouderwets aan om hem een eerste plaats te gunnen. Ook het on-Grunbergs dunne <em>De</em> <em>man zonder ziekte </em>achten wij niet Librisprijs-fähig, daarvoor gaat Grunberg naar onze smaak teveel ondergronds en is het verhaal te oppervlakkig uitgewerkt. Christiaan Weijts lijkt met <em>Euforie</em> een serieus boek te hebben willen maken waarin hij zijn eruditie breed kon uitmeten, maar zijn gebouw wankelt onder de looiige last van zijn drang tot uitleggen. Daardoor wil het ondanks het zeer hedendaagse gegeven –terrorisme &#8211;  maar niet spannend worden. Esther Gerritsen gooit met <em>Dorst</em> terecht hoge ogen door de koele, zakelijke en bij tijd en wijle hilarische manier waarop haar hoofdpersonages omgaan met ‘zware’ onderwerpen als kanker en autisme. In bloedstollend gortdroge dialogen, en in soms onwerkelijk mooie zinnen –haiku’s bijna –, schetst ze de onmacht van mensen om zonder remming lief te hebben.</p>
<p><em>Dinsdag</em> is een beklemmende, volstrekt originele, gedurfde roman over een man die, net als zijn scheppers, uit twee wezens lijkt te bestaan. De kracht van <em>Dinsdag</em> schuilt niet alleen in het <em>rücksichtslos</em> doorbreken van taboes maar evenzeer in de schitterende stijl waarin de huiveringwekkende schaamteloosheid en gespletenheid van de hoofdpersoon wordt beschreven. Toch waren wij van Tommy Wieringa’s <em>Dit zijn de namen </em>nog meer<em> </em>gecharmeerd, niet in de laatste plaats vanwege zijn virtuoze spel met de verschillende verhaallijnen. Wieringa schreef een groots boek dat de aandacht van de lezer blijft vasthouden en zijn taal is ronduit schitterend. <em>Dit zijn de namen </em>is een prachtig portret van ontheemde zielen; het is een ambitieus boek en maakt die ambities meer dan waar. Wat de schaduwjury betreft ontvangt Tommy Wieringa dan ook de Libris Literatuurprijs 2013.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onnavolgbaar liedje</title>
		<link>http://recensieweb.nl/recensie/onnavolgbaar-liedje/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/recensie/onnavolgbaar-liedje/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 May 2013 07:00:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>daan</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?post_type=recensie&#038;p=7827</guid>
		<description><![CDATA[Viermaal een alles overstijgende, het verstand te boven gaande, niet-exclusieve, warme liefde: dat is de korte samenvatting van Margriet de Moors nieuwe roman Melodie d&#8217;amour. Of: liefde, ondanks. Of: overspel zonder pijn, waanzin zonder slachtoffers. Deze zoete, kabbelende, af en &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/recensie/onnavolgbaar-liedje/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Viermaal een alles overstijgende, het verstand te boven gaande, niet-exclusieve, warme liefde: dat is de korte samenvatting van Margriet de Moors nieuwe roman Melodie d&#8217;amour. Of: liefde, ondanks. Of: overspel zonder pijn, waanzin zonder slachtoffers. Deze zoete, kabbelende, af en toe kletserige roman-in-verhalen is niet zonder zuur of rafelranden of onverklaarbaarheid, en dat maakt hem zeer aanstekelijk.<span id="more-7827"></span></p>
<p>De iets langere samenvatting is:</p>
<p>- Gustaaf blijft van Atie houden na een kind bij een ander verwekt te hebben, en nadat ze ziek geworden is, en hem heeft verdreven (&#8216;Zijn vader, zijn moeder&#8217;).<br />
- Cindy heeft eindelijk in de getrouwde Luuk, de zoon van Gustaaf, haar grote liefde gevonden (&#8216;Zijn jammerlijk stuk vrouwmens&#8217;).<br />
- Leonore heeft een nieuwe vriend, Luuk (!), maar treurt nog steeds over haar jonggestorven broer (&#8216;Haar broer&#8217;).<br />
- Myrte, inmiddels ex van Luuk, wandelt in Friesland met een oude vriendin en denkt terug aan de vader van die vriendin, haar eerste grote liefde (&#8216;Myrte&#8217;).</p>
<p>De Moor heeft de vier delen of verhalen elk een eigen verteltoon gegeven. Het eerste verhaal, dat in naoorlogs Rotterdam speelt, heeft een alwetende verteller, die dicht op de personages zit. Dat doet wat  gedragen aan, en die toon wordt door de wederopbouwmotieven (Gustaaf is baggeraar, zijn bedrijf floreert) en de duistere beginscène (zie <a href="http://www.athenaeum.nl/leesfragment/margriet-de-moor-melodie-d-amour" target="_blank">de voorpublicatie op Athenaeum.nl</a>) nog eens versterkt. Maar kijk naar de openingszinnen:</p>
<blockquote><p>&#8216;Hij is op de fiets gekomen. Het regent niet meer, ergens komt zelfs een beetje maanlicht vandaan. Het is precies vijf voor acht als Gustaaf Doesburg bij het laatste huizenblok van de Goudsesingel afstapt en zijn fiets tegen een lantaarnpaal op slot zet, goed, elk verstandig mens doet dat, al heeft hij vast al wel aangevoeld dat hij op weg is naar een waanzinsscène.&#8217;</p></blockquote>
<p>Alwetend is een verkeerde term. Het suggereert objectiviteit, onafhankelijkheid, en zo&#8217;n groteske term als &#8216;waanzinsscène&#8217; is dat allebei niet. Het geeft een glimp weer van de intimiteit  en eigenaardigheid van de personages in dit boek. Onaffe, sympathieke mensen zijn het, die je in hun handelen en denken leert kennen, maar die je nooit helemaal begrijpt &#8211; ook daar slaat &#8216;alwetend&#8217; de plank mis. Dat geldt evenzeer voor de drie andere verhalen, die uitsluitend vanuit de vrouwelijke hoofdpersonen verteld zijn.</p>
<p>In het eerste deel, getiteld &#8216;Zijn vader, zijn moeder&#8217;, zien we de grote liefde tussen Gustaaf en Atie, dan de parallelle liefde tussen Gustaaf en hun huurster Marina en de fysieke en psychische ongemakken die Atie steeds meer belemmeren (onder andere een Transient global amnesia! Nooit eerder van gehoord, nu in twee romans, Daan Heerma van Voss&#8217; <em>De Vergeting</em>, en deze, kort op elkaar). Parallel daaraan ontstaat de zwangerschap en het moederschap van Marina, en volgt Atie&#8217;s besluit Gustaaf weg te sturen. Het is een liefdesverhaal dat misloopt maar desondanks doorloopt.</p>
<p>Wat Gustaaf en Atie beslissen, of eigenlijk niet eens beslissen, maar gewoon laten gebeuren, is moeilijk te duiden, laat staan te veroordelen. Zijn er schuldigen? Omstandigheden? Daar gaat het niet om. De Moor laat je toe in een wereld met gefilterd zomerzonlicht en een onnavolgbaar liedje.</p>
<h3>Geklets</h3>
<p>Wie voor wat verantwoordelijk is, is in de andere verhalen al een stuk duidelijker door de ik-vertellers. En dat maakt het ook wat kneuterig &#8211; nog een graadje erger dan in dat andere liefdesboek, Bert Natters <a href="http://recensieweb.nl/recensie/een-slechte-vrouw-met-een-onvoltooid-verleden/" target="_blank"><em>Hoe staat het met de liefde</em></a>. Uitroeptekens, nadruk, sentiment en grote woorden:</p>
<blockquote><p>&#8216;Hoe het begon? Hoe het kón beginnen verdomme, patsboem! een man en een vrouw in een tragische liefdesband gevangen? In ieder geval met drie dagen storm.&#8217;</p></blockquote>
<p>Of, veel later:</p>
<blockquote><p>&#8216;Hou onmiddellijk je mond, dacht ik terwijl er een zeer kwaaie, zeer plotselinge woede in me oplaaide. Kop dicht alsjeblieft! Ik betreurde het dat ik niet over een revolver met knaldemper beschikte.&#8217;</p></blockquote>
<p>De Moors Cindy, een vrijgezelle docente klassieke talen, is een emotioneel mens (dus ja, het is <em>in character</em>), en dat wordt me af en toe wat te veel. Ze kletst, ze houdt het verhaal op. Maar wel op een paradoxale manier. Het was al zo dat we nergens doorkrijgen wat Luuk, overal de onzichtbare tweede (in &#8216;Zijn vader, zijn moeder&#8217; onzichtbare vierde) terwijl hij toch bij al die vrouwen het hoofd op hol brengt, nu bezielt. Maar ook van Cindy begrijpen we in steeds mindere mate wat haar drijft. Dus dat expliciete, dat beschrijven en benoemen, wat De Moor elders achterwege laat, dat is maar schijn. Ze laat het zien, ze toont het, maar ze laat niets zien. Want wat ziet Cindy nu in hem? En waarom begint ze te raaskallen over revolvers?</p>
<p>Overigens is dat sentiment en dat overvloedige in de stijl niet aan Cindy alleen voorbehouden. Myrte&#8217;s verhaal begint met een ergerlijke zweverigheid:</p>
<blockquote><p>&#8216;Het regent. Als de zon goud is en de maan zilver, dan is de regen het simpele, met de hand gemaakte tin. Terwijl ik vanaf de sluizen de zeedijk weer op klim denk ik na over de regen die in tegenstelling tot de zon en de maan het werk van de aarde is, dus iets van onszelf.&#8217;</p></blockquote>
<p>En een paar alinea&#8217;s verder vallen er andere grote woorden:</p>
<blockquote><p>&#8216;Je neemt een beslissing, doet er niet toe welke, en moet je eens zien. Voor je het weet wordt de hele boel overgenomen en ontrolt zich een verte waar alles maar doet, zijn gang maar gaat. Heeft iets van een spelletje, je mag meedoen, er iets van snappen is niet nodig, of je dat in je hart nou vreemd vindt of niet.&#8217;</p></blockquote>
<p>Ja, voor je het weet, ach, tja, in je hart. Je moet er niet te lang bij stilstaan, bij zulke weemakende overwegingen.</p>
<h3>Platonisch, ideale liefdes met een vlekje</h3>
<p>Nee, De Moors verdiensten liggen elders, bij raadselen die verder gaan dat wat je vreemd vindt in je hart. De Moor verklaart niets, maar laat de felle liefdes vlammen, zonder dat er een druppel lichaamssap vloeit, vreemd afstandelijk. De romances hebben iets ideaals, iets gelijkmatigs, zonder daders en slachtoffers &#8211; en ze hebben een vlekje. Want iets klopt er niet.</p>
<p><em>Melodie d&#8217;amour</em> irriteert op momenten, maar fascineert ook, intrigeert, sleept mee, en bedient zo zowel de kritische scherplezer als de sentimentele gemakslezer in mij. Dat is wat literatuur moet doen.</p>
<p>p.s. dit is de eerste roman van Margriet de Moor die ik gelezen heb. Mis ik typische De Morismen? Moet ik teruglezen? En wat dan? Reageer, ik reageer terug.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gouden Boekenuil voor Oek de Jong met Pier en Oceaan</title>
		<link>http://recensieweb.nl/gouden-boekenuil-voor-oek-de-jong-met-pier-en-oceaan/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/gouden-boekenuil-voor-oek-de-jong-met-pier-en-oceaan/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 04 May 2013 19:23:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>john</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gouden Boekenuil]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?p=7921</guid>
		<description><![CDATA[De Gouden Boekenuil 2013 gaat naar Oek de Jong voor zijn roman Pier en Oceaan. Hij krijgt een prijs van 25.000 euro. Volgens de jury is Pier en Oceaan geschreven zoals een oude meester schildert. Oek de Jong verwees in zijn dankwoord naar Belgische &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/gouden-boekenuil-voor-oek-de-jong-met-pier-en-oceaan/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De Gouden Boekenuil 2013 gaat naar Oek de Jong voor zijn roman <em><a href="http://recensieweb.nl/recensie/de-gesel-van-gods-woord/" target="_blank">Pier en Oceaan</a>. </em>Hij krijgt een prijs van 25.000 euro. Volgens de jury is <em>Pier en Oceaan</em> geschreven zoals een oude meester schildert.</p>
<p>Oek de Jong verwees in zijn dankwoord naar Belgische auteurs die belangrijk voor hem zijn geweest, onder wie Hugo Claus. Hij noemde de prijs de bekroning van het warme en grootse onthaal dat <em>Pier en Oceaan</em> in België kreeg.</p>
<p>Tommy Wieringa won met <em><a href="http://recensieweb.nl/recensie/wieringa-heeft-het-woord-niet-nodig/" target="_blank">Dit zijn de namen</a> </em> de Prijs van de Lezersjury. Hij ontvangt 2500 euro.</p>
<p>De andere kanshebbers op de belangrijkste Vlaamse literaire prijs waren Marja Vuijsje, (<em>Ons kamp), </em>Arnon Grunberg (<em><a href="http://recensieweb.nl/recensie/puccini-in-bagdad/" target="_blank">De man zonder ziekte</a>) </em>en Peter Terrin, die met <em><a href="http://recensieweb.nl/recensie/gekunsteld-metaliterair-spel/" target="_blank">Post Mortem</a> </em>vorig jaar de AKO Literatuurprijs won.</p>
<p>Vorige jaar sleepte David Pefko met <a href="http://recensieweb.nl/recensie/een-typisch-engelse-kaalkop-van-de-regen-in-de-drup/" target="_blank">Het voorseizoen</a> de Vlaamse prijs in de wacht. De Prijs van de Lezersjury was toen voor <a href="http://recensieweb.nl/recensie/er-is-iets-in-dat-verleden/" target="_blank">Grip</a> van Stephan Enter.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Obscuur en vergeten (9): Over Nederlandse schrijfsters, horror en Ab Visser (1913-1982)</title>
		<link>http://recensieweb.nl/obscuur-en-vergeten-9-over-nederlandse-schrijfsters-horror-en-ab-visser-1913-1982/</link>
		<comments>http://recensieweb.nl/obscuur-en-vergeten-9-over-nederlandse-schrijfsters-horror-en-ab-visser-1913-1982/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 29 Apr 2013 08:40:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>daan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Obscuur & vergeten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://recensieweb.nl/?p=7883</guid>
		<description><![CDATA[Er zijn boeken die het onmogelijk maken om andere activiteiten te ondernemen. Die andere activiteiten, verplichtingen vaak, bijvoorbeeld een zwembroek aanschaffen, een artikel schrijven, rummycuppen of een romantische avond, zijn slechts hinderlijke onderbrekingen van het andere leven dat in het &#8230; <a href="http://recensieweb.nl/obscuur-en-vergeten-9-over-nederlandse-schrijfsters-horror-en-ab-visser-1913-1982/">Lees verder <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Er zijn boeken die het onmogelijk maken om andere activiteiten te ondernemen. Die andere activiteiten, verplichtingen vaak, bijvoorbeeld een zwembroek aanschaffen, een artikel schrijven, rummycuppen of een romantische avond, zijn slechts hinderlijke onderbrekingen van het andere leven dat in het boek wordt beleefd. Ze zijn als drugs, ze bedwelmen en werken verslavend, en in sommige gevallen beïnvloeden ze ook nog eens de waarneming.<br />
Elke lezer een potentiële Don Quichot.</p>
<h3>Literatuur en film</h3>
<p>Een vriendin van mij had een dergelijke leeservaring naar eigen zeggen onlangs bij Bram Stokers <em>Dracula</em> (1897) – het beet zich in haar vast als een vampier, vertelde ze – een roman die door zijn latere bewerkingen voor bioscoop en televisie ten onrechte in de hoek van ‘griezelamusement’ terecht is gekomen.</p>
<p>Hoezeer ik ook van film houd, een speelfilm blijft qua psychologische tekening van de personages oppervlakkig, omdat het slechts in anderhalf à twee uur een verhaal moet vertellen, en welke schakeringen in een karakter vallen er in zo’n korte tijd te kennen? Er gaat aan subtiliteit verloren.</p>
<p>Film moet het hebben van eenduidige uiterlijkheden, grove emoties, sensatie, niet van een subtiele psychologische tekening of ontwikkeling van de personages.</p>
<p>En <em>Dracula</em> is zoveel meer dan plat amusement. Het is een psychologische thriller in de vorm van een briefroman met een onderhuidse erotiek waar niet-victorianen een puntje aan kunnen zuigen.</p>
<p>Net als <em>Dracula </em>zijn de meeste andere griezel- en avonturenromans – literaire genres die hun hoogtepunt beleefden in de negentiende eeuw – niet zozeer vergeten als wel vrijwel volledig vervangen door hun bewerkingen voor film en televisie.</p>
<p>De roman ontwikkelde zich – noodgedwongen? – in de richting van de psychologie. Alle moderne klassiekers, in Nederland <a href="http://recensieweb.nl/recensie/het-individu-in-zijn-onaantrekkelijke-herhaling/" target="_blank"><em>De avonden </em></a>(1947), <a href="http://recensieweb.nl/recensie/alle-lof-waard/" target="_blank"><em>De donkere kamer van Damokles </em></a>(1958), <em>Turks fruit </em>(1969), <em>Mystiek lichaam </em>(1986), alle zijn ze ten diepste psychologisch van aard.</p>
<p>De avonturenroman daarentegen heeft geen diepgaande psychologie nodig, hij sluit het feitelijk uit, en daardoor verdween dit genre wellicht in de literatuur, althans in die voor volwassenen. Niemand leest meer Jacob van Lenneps avonturenroman <a href="http://www.dbnl.org/tekst/lenn006lotg01_01/" target="_blank"><em>Ferdinand Huyck</em></a> (1840), en navolgers heb ik niet kunnen ontdekken.</p>
<p>Griezelverhalen, detectives en thrillers hebben echter altijd in de marge van de literatuur voort kunnen bestaan, omdat het medium van het boek deze genres misschien nog wel grotere mogelijkheden biedt dan film of televisie. Dit geldt ook voor de pornografische roman, zoals recentelijk duidelijk is geworden door het succes van de <em>Vijftig Tinten</em>-serie.</p>
<h3>Schrijfsters en horror</h3>
<p>Na <em>Dracula</em> wilde de vriendin in kwestie meer en ik raadde haar <em>Frankenstein</em> (1818) van Mary Shelley aan, die ze ook verslond – vrouwen en horror gaan hand in hand, had ik ooit gehoord in de film <em><a href="http://www.youtube.com/watch?v=QAyhY1XSClA" target="_blank">Ed Wood</a></em> (1994).</p>
<p>Vervolgens kregen we naar aanleiding van Shelley een discussie over vrouwelijke literatoren. De vriendin in kwestie vroeg zich af waarom er maar zo weinig interessante schrijfsters zijn en ze wilde weten hoe de stand van zaken was in de Nederlandse literatuur (ze is Hongaarse).</p>
<p>‘<em>Horrible</em>,’ zei ik. ‘En het ziet er niet naar uit dat daar verandering in gaat komen. Op dit moment hebben we Franca Treur, zij is vooral dom, Maartje Wortel is zo koud als diepvriesgroente, Esther Gerritsen lijkt meer moeder dan schrijver, en Hanna Bervoets is er trots op dat ze in Amsterdam-Noord woont.’</p>
<p>Waarna ik haar aanspoorde om Nederlands te leren en de vrouwelijke Nederlandse literatuur te redden. Later dacht ik aan positieve uitzonderingen als Kira Wuck, in het verleden natuurlijk Annie M.G. Schmidt, en van Frida Vogels heb ik nog altijd boeken liggen die ik moet lezen.</p>
<p>Ik moest vervolgens denken aan het verwijt dat ik van een lezeres van deze serie had gekregen dat ik alleen maar vergeten en obscure ‘dode witte mannen’ besprak en nooit eens een keer een schrijfster, terwijl ik echt mijn best had gedaan; met misogynie had het allemaal niet te maken.</p>
<p>Zo heb ik Carry van Bruggen (1881-1932) geprobeerd, maar hoewel ze me intrigeerde, leek haar proza weinig leesbaar, en als lezer ben ik toch een schuw en naïef jong meisje dat met passie wil worden veroverd.</p>
<p>Mary Dorna (1881-1971) was ik ook van plan te lezen, maar daar ben ik helaas niet meer aan toegekomen.</p>
<p>Ik heb ook gezocht in <em>Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf</em> (2006) van Joris van Casteren, een bundeling van een prachtige serie uit <em>Vrij Nederland</em> over (levende) vergeten prozaschrijvers. Geen boek dat de treurigheid van de Nederlandse literaire wereld beter belicht – men leze het stuk over Alexander Zwagerman, de broer van.<br />
Schrijnend is ook de frase uit recensies die in vele gedaanten in het hele boek terugkomt dat de lezers waarschijnlijk nog veel zullen horen van de schrijver/schrijfster in kwestie.<br />
Tot mijn spijt heb ik in dit boek wederom geen schrijfster kunnen vinden van wie ik dacht dat ze door middel van haar pennenvruchten mijn hart zou veroveren.</p>
<p>Het zal allemaal wel latente homoseksualiteit zijn, maar de laatste schrijver die ik zou willen bespreken is van het mannelijk geslacht.</p>
<h3>Terug bij het begin</h3>
<p>De schrijver op wie ik doel wordt niet in Van Casterens boek besproken – hij leeft niet meer – maar wordt daarin geregeld als recensent geciteerd. Hij heeft een vrij kleurloze naam en misschien was hij me daardoor niet opgevallen. Na een nieuwsbericht op de site van<em> <a href="http://www.tzum.info/2013/02/nieuws-presentatie-biografie-ab-visser/" target="_blank">Tzum</a></em> leerde ik hem echter kennen en het bleek een kleine ontdekking.</p>
<p>Het gaat om de dichter, romanschrijver, detective-, thriller- en kinderboekenschrijver, essayist, recencent en vertaler Ab Visser (1913-1982), een auteur met een gigantisch – en divers – oeuvre.</p>
<p>Het berichtje op <em>Tzum</em> was naar aanleiding van de verschijning van Vissers <a href="http://www.uitgeverijpassage.nl/content/view/392/" target="_blank">biografie</a> door Michiel van Diggelen. Coen Peppelenbos noemde hem op die site ‘een schrijver met meer boeken dan lezers’. Dat deed een tragische ironie vermoeden en ik was er dan ook als de kippen bij om de biografie te bemachtigen, vooral nadat me ik me realiseerde dat ‘de kromme Casanova’, zoals zijn vriend Hans van Straten hem noemde in een biografische schets, C.C.S. Crone persoonlijk heeft gekend, hem waardeerde en ook over hem had geschreven.</p>
<p>Wat Visser over Crone had geschreven bleek ik te kennen maar ik had verder niet stilgestaan bij de auteur ervan. Gerard Reve, die brieven van Ab Visser in <em>Het lieve leven</em> (1974) opnam en hem beschouwde als een van zijn beste critici, had hem aangeraden om zijn voornaam te veranderen in bijvoorbeeld Albert.</p>
<p>Kortom, met Visser was ik weer terug <a href="http://recensieweb.nl/obscuur-en-vergeten-2-c-c-s-crone-1914-1951/" target="_blank">waar ik was begonnen</a>.</p>
<h3>Kerkhof van de Nederlandse literatuur</h3>
<p>Antiquarisch bestelde ik wat van zijn boeken, uit verschillende periodes en genres, onder andere een geschiedenis van de mafia uit 1972 en een occulte thriller uit 1947, <em>De man zonder hoofd</em>. Wie denkt dat ik dat laatste verzin, begrijp ik wel; het is te mooi om waar te zijn.<br />
Of ben ik de enige die zich meer thuis voelt op een kerkhof dan een literaire avond?</p>
<p>Het eerste wat ik van Visser las, was <em>Het klooster van Sint Jurriaan, Pauwhof-herinneringen</em>, over het <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Pauwhof" target="_blank">Pauwhof</a>, een schrijvershuis in Wassenaar waar Visser vaak verbleef en ook bijvoorbeeld Crone had leren kennen. In het schrijvershuis kwamen veel (indertijd) bekende schrijvers zoals J.C. Bloem, maar ook onbekendere en niet minder interessante figuren uit het kerkhof van de Nederlandse literatuur.</p>
<p>Volgens mij heb ik nog nooit zo gelachen om een boek over de Nederlandse literatuur. Visser, een maniak in de goede zin van het woord, dist hilarische anekdotes op over drankgelagen en practical jokes in en rond de toenmalige ‘artists in residence’-woning.<br />
Momenteel heb ik het aan iemand uitgeleend, dus ik kan er niet uit citeren. Iedereen die geïnteresseerd is in Nederlandse literatuur (en gevoel voor galgenhumor heeft) zou het in zijn kast hebben moeten staan.</p>
<h3>Constant Pettex</h3>
<p>Als tweede bladerde ik in <em>25 Jonge Franse Dichters</em> (1938), een bloemlezing die Visser samenstelde toen hij 25 jaar oud was. In de <a href="http://www.tzum.info/2013/04/nieuws-weduwe-ab-visser-noemt-biograaf-een-onbenul/" target="_blank">omstreden</a> biografie door Van Diggelen staat dat Visser later aan Van Straten toevertrouwde dat de gedichten deels van bestaande dichters en deels van hemzelf waren. De pseudoniemen zou hij uit een Franse krant hebben geplukt.</p>
<p>Van Diggelen durft het niet met zekerheid te zeggen, maar dichtersnamen als Claude Bohème, Marthe Fleury, Georges Larmignat-Lamy en G. Lengellé zijn inderdaad wat verdacht. Ook Vissers voorwoord, waarin hij ingaat op het te snel publiceren van onrijp werk, doet vermoeden dat het om een mystificatie gaat. Na ‘mislukte’ carrières als meubelmaker en onderwijzer was Visser als dichter gedebuteerd. Wellicht was hij niet tevreden over zijn ‘jeugdzonden’ en wilde hij op een ironische manier revancheren.</p>
<p>Hoe dan ook, met de wetenschap dat het pseudoniemen zijn valt er zelfs te genieten van de minder interessante gedichten in deze bundel. Niet alle natuurlyriek is aan mij besteed.</p>
<p>Mijn exemplaar bevat een opdracht van Visser en het is vrij gehavend. Dat moet, zo las ik later bij Van Diggelen, zijn gekomen doordat Visser bij de auteursexemplaren de overslaande rand van het boek had afgeknipt.<br />
Visser was relatief jong, maar het is typerend voor zijn, hoe zal ik het noemen, enthousiaste – in de filosofische zin van het woord – karakter.</p>
<p>Voor de liefhebbers van liefdeslyriek een strofe uit het gedicht ‘Lied der kleine smarten’ van ene Constant Pettex:</p>
<blockquote><p>&#8216;O, hoe hield ik van haar mond,<br />
La ri ré.<br />
Van haar mond, die zoet kon liegen,<br />
Wild kon zoenen, lief bedriegen.<br />
O, haar lach, haar oog, haar mond,<br />
O, haar wilde – la ri ré,<br />
O, haar wilde mond.<br />
Adieu.&#8217;</p></blockquote>
<p>Voor de aardigheid tikte ik Constant Pettex in op Google en tot mijn aangename verrassing lijkt <a href="http://leslecturesdelonclepaul.over-blog.com/article-portrait-de-dominique-arly-103689278.html" target="_blank">Pettex</a> echt te hebben bestaan.</p>
<p>Onder pseudoniem van onder andere Dominique Arly, Dominque Egleton en Dominique Egly is hij na een periode als dichter thrillers, detectives, erotica en kinderboeken gaan schrijven, bijvoorbeeld <em>L’image fantôme</em>, waarin een man op een televisie zijn dode vrouw ziet opduiken, en <em>Adorables patineuses</em>, een boek over – als we afgaan op het omslag – vrouwen die naast kunstschaatsen ook een ietwat zwoelere hobby hebben.</p>
<p>Pettex’ carrière lijkt grappig genoeg op de carrière van Visser zelf, die eveneens met gedichten begon en zich later ontwikkelde tot expert op het gebied van ‘pulp’.<br />
Volgende maand: uiteraard meer Ab Visser.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss></wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
