Literair overleven met een behang van boeken
Blogpost door Daan Stoffelsen, 2 december 2008 Literaire kritiek
Het was al crisis in de kritiek, nu ook in de literatuur, en dat, zo schijnt het, is altijd al zo geweest. Jeroen Vullings schreef er een essay over in De Gids (december 2007), Dirk van Weelden wijdde er zijn pamflet Literair overleven aan. Kort samengevat is hun klacht dat er te veel beroerde boeken verschijnen en te weinig goede worden gelezen. Door stapelende, berekenende boekhandelaars? Door uitgevers die het grote publiek ter wille willen zijn? Door het ontbreken van gezaghebbende critici? Telkens twee van hen mochten reageren op Van Weeldens pamflet en gingen daarna met elkaar in discussie. Ook twee schrijvers spraken erover met Lisa Kuitert, in het grote, door de SLAA georganiseerde, literatuurdebat in de Balie op 30 november 2008.
Het negental, waarvan ondergetekende deel uitmaakte, zag de problemen, maar pleitte overwegend voor moedig doormodderen. Oplossingen voor de crisis? Het onderwijs, zei Patricia de Groot. Geen geld meer voor gratis boeken als die van Nederland leest, zei Doeschka Meijsing. Meer Nightwriters-achtige activiteiten, zei Kluun. Dirk van Weelden zoekt het in zijn pamflet in hybride organisaties, met tentakels in zalen, op internet en in druk, die mensen bij de literatuur betrekken. Een enthousiasmerend betoog dat in de opzet van de avond ietwat verloren ging, maar dat hopelijk nog een staartje krijgt.
Voor nu nog een aantal hoogtepunten uit de avond en mijn eigen bijdrage, een betoog voor het recenseren naar beste kunnen zonder beroep te doen op welk gezag dan ook.
- Wim Sluijs (winkelmanager Selexyz Scheltema) verklapte dat bij Selexyz de term ‘behang’ rouleert voor de boeken in de kasten.
– Herm Pol (winkelchef Athenaeum Boekhandel) pleit voor een sanseveria in elke boekhandel, om daarmee de duurzame, echte literatuur te eren.
– Willem Desmense (uitgeverij IJzer) heeft lange tijd op de zak van zijn vrouw moeten leven, maar verkoopt nu toch af en toe duizend boeken.
– Patricia de Groot (Querido) signaleerde dat er veel privémeninkjes op internet te vinden waren. Ik denk daarbij dan aan bijvoorbeeld de meninkjes over boeken van Koubaa, Runia, De Groot en De Groot. Maar die inschatting is privé.
– Vullings gaf een verkorte weergave van zijn essay in De Gids, en was veel aan het woord – ik was het veel met hem eens. Als u nog eens bij De Slegte komt, koop dan zeker zijn essaybundel Meegelokt naar een drassig veldje. Zeer slecht verkocht, maar zeer behartenswaardig.
– En wat ondergetekende nog had willen zeggen: we zijn het nogal eens eens met de traditionele media, neem Gustaaf Peek of Bert Natter, maar we zijn het graag ook oneens, over Heimans en Mortier. Maar bovenal besteden wij in ieder geval aandacht aan auteurs waar u elders niet over leest. We bestaan niet voor niets. Meneer Vullings, lees ons.
– Kluun vond dat het juist heel goed ging met de literatuur in Nederland.
– Doeschka Meijsing klaagde. Schrijvers zijn te arm, de CPNB moet geen gratis boeken weggeven en die AKO-prijs was een enorm welkome verrassing.
– Kluun vond het heel erg dat één recensent heel negatief was over het nieuwe boek van Nelleke Noordervliet, en de ander niet.
– Ik vind dat niet. Gelukkig wordt Noordervliet besproken, heel veel schrijvers blijven in de schaduw staan. Waarom ging het daar niet over?
– Of bedoelde Kluun dat hij het niet vond kunnen dat mensen ad hominem recenseren?
– Ik ben het met hem eens. Iedereen is het met hem eens. – Maar waarom ging het niet over de verderfelijke/fantastische mogelijkheden van internet? Welke kant gaat het op als alles elektronisch wordt? Wat werkt wel literatuurleesbevorderend? Waarin verschilde dit debat van eenzelfde debat dat nog voor mijn geboorte gehouden had kunnen worden? Hoogstens in de aanleiding, die ideeën van Van Weelden. Lees dat pamflet.
En lees dit nog.
De lokale bebrilde god, of, een evangelie van vrijblijvende literatuurminnerij
Laat ik beginnen met het verdedigen van de context van de stelling die ik vanmiddag aanval. Hoewel de analyse van Dirk van Weelden mij iets te negatief is, zie ik veel in de oplossingen die hij biedt. Literair overleven is slim en optimistisch, denkt vooruit, zoekt de ruimte en verkiest – anders dan de te wreken stelling – verbanden boven onderscheid en tegenstelling.
Maar de stelling die de organisatie van vanmiddag er uitlichtte, is ongenuanceerd, dus onwaar. Laat ik hem even herhalen. Het lot van een literair boek wordt allang niet meer bepaald door de critici, maar door de inkopers en de verkopers. Dat is een aangepaste versie van wat in het pamflet staat; daar staat ook nog eens ‘het lot van een literair boek in de openbaarheid‘. Deze stelling zegt dat ik met mijn recensies voor Recensieweb, privémeninkjes, slechts nog vrienden en familie bereik en, erger nog, dat zij zich achter mijn rug gewoon laten leiden door de aanraders van bol.com en wat er die week in de hoogste stapels in de lokale boekhandel ligt. Kortom, de criticus is overbodig geworden. Kortom, de recensies op de Boeken-site van NRC Handelsblad zijn minder belangrijk – voor mijn vrienden, familie en voor u – dan de CPNB-toptien die daar ook wordt gepubliceerd.
Vroeger was dat anders. Ik was toen nog niet geboren, denk ik, maar Van Weelden legt uit dat er toen gezaghebbende critici waren, die je niet alleen vertelden wat er te koop was, wat je moest kopen, maar ook en passant uitlegden hoe de literatuur in elkaar zat, hoe zo’n boek paste in de cultuur, de maatschappij, het leven, het universum en alles. Vroeger liep je na lezing van zo’n stuk direct naar de boekhandel, al was het twee dorpen verderop. Daar omzeilde je behendig de met bijbels en streekromans gevulde boekenkasten, de adviezen van de brommerige, intellectuele boekverkoper en de lonkende omslagen van publieksboeken om het besproken boek te kunnen kopen. Zo krachtig was het evangelie van de criticus. Vroeger kon een recensent zich nog god wanen.
Maar die gezaghebbende criticus – die grote, dichte drommen mensen als een sekte naar de afgrond kon leiden, naar drassige veldjes in het midden van het heelal – bestaat niet meer.
Was ik slechts al een internetrecensent, en dat is volgens velen al verachtelijker dan een krantenrecensent, nu blijk ik bovendien overbodig. Dat vind ik eigenlijk best comfortabel: ik moet er niet aan denken iemands lot te bepalen, of zelfs dat van een literair boek, in kleine kring of in de grote openbaarheid.
Maar om nu te zeggen dat de boekverkoper de rattenvanger van Hamelen is geworden, dat hij de nieuwe god van het literaire universum is …
Ik denk eigenlijk dat er geen god meer is van dit literaire universum. Vloek ik? Dan liever hard: er bestaat geen god van dit literaire universum! Althans, niet één almachtige, alwetende.
Laat ik mij verklaren, voordat het niet-bestaande opperwezen mij neerbliksemt. De critici, de recensenten, doen hetzelfde als de boekverkopers: ze selecteren en ze geven prioriteit. Ze kiezen uit het immense boekenaanbod het pamflet van Dirk van Weelden, of niet, en wijden er een paginagrote bespreking aan of een signalement van twee regels, ze maken er een torenhoge stapel van of zetten hem direct in de kast. Daarbij leunen ze ook nog op elkaar. De criticus neust in de iets te donkere hoekjes van de boekhandel voor een unieke vondst, de boekverkoper bestelt bij als de recensent laaiend enthousiast was. Voor u, de lezer, doen ze allebei even prominent – of marginaal – hun werk.
Maar dat is, ik geef het meteen toe, een oppervlakkig beeld van de mogelijkheden van criticus en boekverkoper. Idealiter maken ze inhoudelijke, weloverwogen keuzes, die niets te maken hebben met de ruimte die er door hogere machten – krantenbazen, commerciële winkelmannen, gepassioneerde retailers – voor gereserveerd wordt. Idealiter zijn ze klaar voor de ideale lezer. Die vraagt namelijk verder, die leest de bespreking na op de argumenten, die proeft van een citaat, die vraagt zijn boekverkoper wat die ervan vond, en leest pagina 69 na om een idee van de stijl of inhoud te krijgen.
Terwijl de ideale lezer die pagina leest – interessant! – pak ik nog even de minder ideale lezer erbij, die er in veel grotere getale is, ook nog eens tv heeft en graag de magazines en lifestylebijlages leest. Die lezer zoekt niet actief naar handvatten om zijn keuzes te maken, maar krijgt ze aangereikt: mediagenieke schrijvers praten over hun jeugd op tv en lepelen hun favoriete recept op in een tijdschrift. En langzaamaan raakt onze minder ideale lezer toch nieuwsgierig naar de boeken die deze halve BN-ers hebben geschreven. Hij laat zich leiden, al is het niet door één brommerige recensent of boekverkoper.
Kijk (pagina 69 is uitgelezen, wát een pagina), de ideale lezer is geen mak schaap, en geen eenzijdig krantenlezer of boekhandelklant. Hij is nieuwsgierig, leest verder op internet en in andere kranten of tijdschriften, heeft het er eens over met zijn echtgenote of collega, en langzaam, langzaam laat hij zich overtuigen, niet door de autoriteit van één figuur, maar door de argumenten van een aantal figuren, van de recensent van Vrij Nederland tot die van Recensieweb tot zijn medeleesclubleden tot, uiteindelijk, de boekverkoper. De ideale lezer beziet dat pantheon van literaire lotsbepalers, wikt en weegt, leest en koopt.
De minder ideale lezer is zich dan wel niet bewust van de grootte van zijn pantheon, maar ook hij leest en koopt.
Volgt nu een bekentenis. Ook ik ben een lezer, met ideale en minder ideale trekjes. Ik ben eigenlijk best menselijk, en daarmee al bij voorbaat ongeschikt om de enige god van het literaire universum te zijn. Maar ik probeer als recensent die ideale lezer wel te bieden waar hij naar op zoek is: argumenten, verbanden, en toegang tot andere interessante literatuur. Niet alleen navertellen en duiden, maar ook beoordelen. Niet alleen gebruikmaken van je beperkte alwetendheid, maar ook van je beperkte almacht.
Ik geloof dat ik hetzelfde doe als wat die gezaghebbende criticus van voor mijn geboorte deed, maar dan zonder aanspraak te maken op dat gezag, en met de vrijblijvendheid van iemand die weet dat zijn mening niet de enige is en dat niemand iets van hem hoeft aan te nemen. Ik ben liever een obscure, manke en slechthorende Griekse lokale god, een van velen, dan een eenzame oppermachtige oudtestamentische god van het literaire universum.
Ook als bebrild lokaal godje heb je de macht om goed te doen, en daarvoor hebben we Recensieweb opgericht. Niet zelden zijn traditionele media en boekhandels te selectief, en de tv-presentatoren en lifestyleredactrices zeker, en worden boeken over het hoofd gezien. Wij van Recensieweb – u kunt ook op pagina 69 van dit boekje over ons lezen – proberen ook de selectieprocessen van traditionele media en boekhandels te overstijgen. We proberen alle oorspronkelijk Nederlandstalige romans, verhalenbundels en novellen te bespreken, in de hoop dat een zoektocht op Kluun, Nooteboom, Rosenboom of Wieringa ook de aandacht vestigt op Kouba, Natter, Runia of Van Weelden. In de hoop dat ideale, minder ideale en menselijke lezers hun horizon kunnen verbreden.
We volgen grote literaire prijzen en frisse debutanten, we interviewen de minder belichte interessante auteurs, we organiseren avonden over literaire kritiek en met bijzondere auteurs. We geloven niet meer in één god, maar we hopen dat een lezer bij ons zijn boek vindt, en door blijft lezen. Misschien een verwaterd ideaal voor de strenge monotheïsten van weleer, maar wel een om voor te vechten.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Meer van deze Recensent
Preutsheid en het perspectief van een poes
Blogpost door Daan Stoffelsen, 12 mei 2013
in Seks en literatuur
Onnavolgbaar liedje
door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013
Korte zinnen met lucht
door Daan Stoffelsen, 17 april 2013
Boeken kopen voor en schenken aan Recensieweb
Blogpost door Daan Stoffelsen, 9 april 2013
in Recensieweb
Gemakkelijke snelheid, oude beschaving en ongemakkelijke inzichten
door Daan Stoffelsen, 18 maart 2013
Het kleine groot en het verre dichtbij
door Daan Stoffelsen, 15 maart 2013
in Boekenweek
Lees meer van deze recensent...
Elders op internet
Van Weeldens bijdrage aan de middag, genoteerd voor NRC Handelsblad. Van Weelden over de middag op zijn weblog. Een voorpublicatie van _Literair overleven_ staat bij de collega's van Literair Nederland. een verslag door NRC Handelsblad