Literatuur van formaat in een klein speelveld

Blogpost door Wouter Bok, Carmen Meuffels en Gemma Venhuizen, 8 mei 2010 Libris Literatuurprijs

Zoekt Literatuur met een grote L de grenzen op en schopt zij overal tegenaan, of mag een literair (meester)werk zich ook juist concentreren op details en geborgenheid?
Waar de genomineerde titels voor de Libris Literatuurprijs 2009 uitblonken in maatschappijkritiek en het straatrumoer opzochten, valt aan de shortlist van 2010 juist op dat het literatuur op de vierkante centimeter betreft. De schaduwjury (bestaande uit Wouter Bok, Carmen Meuffels en Gemma Venhuizen) vond het opvallend dat het speelveld van de verschillende boeken klein is, in die zin dat de schrijvers niet pretentieus over willen komen en niet de wereld pogen te vatten in één boek. Ze houden het klein, blijven bij een bepaald onderwerp en kiezen dat tot hun hoofdthema, ook als het heel particulier is – zoals het gezinsleven of een overleden moeder. De boeken laten zien dat een kleine, besloten wereld zowel beklemmend als bevrijdend kan zijn, variërend van de benauwdheid van een donkere kelder tot een nieuwe werkelijkheid die het verlies van gezichtsvermogen met zich meebrengt.

Die kleine wereld zien we wel heel letterlijk in de Kleine dagen van Bernard Dewulf. In een poëtische stijl beschrijft hij met oog voor details hoe hij zijn jonge zoon en dochter ziet opgroeien. Met scherpe observaties tekent hij niet alleen het doen en laten van zijn kinderen op, maar zet hij ook zijn eigen vadergevoelens treffend neer. Het resultaat is een vaak vertederend portret van het gezinsleven, ook herkenbaar voor wie geen kinderen heeft. Met zijn rake typeringen en vooral de columnachtige stijl doet Dewulf denken aan Martin Bril. Dit columnachtige zorgt er echter wel voor dat de stukken achter elkaar minder tot hun recht komen en vooral minder beklijven; daardoor is er ook niet echt een verhaal of spanningsboog. Er is bovendien ook sprake van overlap en herhaling. De schaduwjuy kon duidelijk merken dat Dewulf een achtergrond als dichter heeft, maar dit pakt ook nadelig uit. De vele metaforen die hij gebruikt zijn soms treffend, maar soms ook vergezocht en langgerekt.

Ook langgerekt is Ruw van Marie Kessels. Het betreft hier niet zozeer de metaforen, maar het verhaal op zich, waarin de auteur te lang voortborduurt op hetzelfde thema. Het gegeven van een vrouw die onlangs haar gezichtsvermogen heeft verloren spreekt op zich goed aan, maar is niet optimaal uitgewerkt. De ik-figuur beschrijft hoe zij stapsgewijs met haar blindheid om leert gaan. Dat zou aanleiding kunnen zijn voor een meeslepende roman, maar het resultaat is een spanningsloos boek en dat zit hem vooral in de stijl van Kessels: ze zegt weinig met veel woorden. Daardoor verloopt het lezen van Ruw ongeveer zo traag als het lezen van braille. Misschien is dit opzet van de auteur, maar de schaduwjury denkt dat de omfloerste stijl en de summiere plot hier toch vooral debet aan zijn. Gelukkig zijn er ook enkele pluspunten te noemen.Bijzonder aan het boek is dat je als lezer aan het denken wordt gezet over dingen die in eerste instantie vanzelfsprekend lijken en dat de zintuiglijke ervaringen treffend zijn verwoord. Je kunt je voorstellen hoe het is om blind te zijn; ook de informatie die Kessels over braille (lezen) geeft is interessant.

Zoals Marleen Louter in haar recensie van Een goed verhaal al zegt, betreft het in deze verhalenbundel van Mensje van Keulen literatuur op de vierkante centimeter. En dat is niet alleen omdat de verhalen zich veelal in huiselijke kring afspelen, maar vooral ook vanwege de puntgave stijl. In het werk van Van Keulen staat geen woord te veel, er is sprake van natuurgetrouwde dialogen en ze schrijft krachtige, niet-gekunstelde zinnen. Bovendien is er in alle verhalen een spanningsboog aanwezig. De eindes zijn verrassend, hoewel je na het lezen van een aantal verhalen wel al begint te anticiperen op dat onverwachte einde. Uit haar stijl vloeit een subtiele vorm van humor voort. Nadeel is dat de verhalen van wisselende kwaliteit zijn; ze beklijven niet allemaal. Een degelijk boek, maar meer ook niet.

Fictie en werkelijkheid lopen naadloos in elkaar over in Terug naar Walden van Walter van den Broeck. De subtiele vermenging van de actualiteit en realiteit met de verbeelding zorgt ervoor dat je zonder moeite binnenstapt in het verhaal en bereid bent mee te gaan in alles wat de schrijver zegt, ondanks de soms ongeloofwaardige plotwendingen. Wij vroegen ons zelfs af of hoofdpersonage Ruler Marsh echt bestond. Als je eenmaal in Terug naar Walden bent begonnen kun je het niet meer wegleggen. Het is voortdurend grappig en spannend. Jammer is wel dat de vele personages vaak flat characters zijn en niet genoeg psychologische diepgang hebben meegekregen. Van alle genomineerde schrijvers is Van den Broeck nog wel het meest maatschappijkritisch. Het decor van Terug naar Walden is weliswaar niet zo kleinschalig als dat van andere boeken, maar de wereldproblematiek wordt er wel in teruggebracht tot een klein gebied: de Belgische Kempen. Van den Broeck gaat in op de grote rol die geld speelt in deze (crisis)tijden, maar helaas sneeuwt zijn boodschap onder in de chaos van intriges, avonturen en verhaallijnen die vaak losse eindjes blijken. Terug naar Walden had een meesterwerk kunnen zijn, als Van den Broeck die eindjes wat beter aan elkaar had geknoopt.

Een rijkgevuld en ontroerend requiem voor een geliefde en overleden moeder is Sprakeloos van Tom Lanoye. Alle genres waarin duizendpoot Lanoye zich heeft bekwaamd – proza, poëzie, essays, toneel – komen op een of andere manier stilistisch terug in het boek. Dat maakt het moeilijk om er een stempel op te drukken, maar het boek onttrekt zich ook aan stempels, net zoals Lanoye lijkt te weigeren zijn moeder te bestempelen. Hoewel het onderwerp zich leent voor individueel en sentimenteel jankproza, is Lanoye erin geslaagd om er een mijlpaal in zijn schrijverschap en in zekere zin ook een ode aan de verbeelding en een inspirerend, eerlijk verhaal van te maken. Lanoye heeft gekozen voor een goed doordachte vorm en schrijft ongekunsteld, ontwapenend en ontroerend. Toch weet hij tegelijk ook humor in het verhaal aan te brengen, en de verhaallijnen met elkaar te verweven. Taalvuurwerk!

Een samensmelting van Hermans en Kafka, zo zou de stijl van Peter Terrin kunnen worden omschreven. Ook in De bewaker toont Terrin zich een meester in het neerzetten van een beklemmende setting door middel van een krachtige, staccato schrijfstijl. Met weinig woorden en een beperkt decor (een keldergarage van een nagenoeg verlaten appartementencomplex) weet hij veel sfeer op te roepen. De hoofdpersonages zijn goed uitgewerkt, de dialogen benadrukken het oog voor detail. Terrin bezit een grote verbeeldingskracht; hij schrijft suggestief, impliciet en ironisch. Het claustrofobische van de hoofdpersonages slaat op de lezer over. Jammer is het wat warrige einde en het gebrek aan maatschappelijk engagement. Niettemin een ijzersterk boek.

Eindoordeel
Wanneer we de boeken onderling vergelijken valt ons, naast de terugkerende kleine thema’s, op dat er in drie boeken sprake is van een beperking. In zowel Ruw als De bewaker wordt deze beperking gevormd door een verminderd gezichtsvermogen (ofwel door een handicap ofwel door een donkere kelder); in Sprakeloos leidt een hersenbloeding tot het verlies van het spraakvermogen. Verschillen zijn hier echter ook; deze handicap is in Sprakeloos en De bewaker veel pakkender beschreven dan in Ruw. Naar onze mening zijn de drie beste boeken in oplopende volgorde Terug naar Walden, De bewaker en Sprakeloos. Wij vermoeden dat de jury uiteindelijk kiest voor Sprakeloos, omdat het boek vorm, stijl en meeslependheid weet te koppelen aan een onderwerp dat je aan het denken zet. Het verenigt de pluspunten van de andere boeken: de humor van Een goed verhaal, de spanningsboog van De bewaker, het confronterende van Ruw, de ontroering en verzorgde, poëtische stijl van Kleine dagen en de veelzijdigheid van Terug naar Walden – en voegt daaraan ook nog een vleugje ontwapening en eerlijkheid toe.

Maandag 10 mei wordt de uitreiking van de Libris Literatuurprijs 2010 live uitgezonden op Nederland 2

Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.

Laatste recensies

Fijn jongensboek gaat langs het randje

recensie van Bert Wagendorp, Ventoux door John Hermse, 19 juni 2013

Speelbal van opportunisten

recensie van Saul van Stapele, Witte panters door Tom Boeije, 16 juni 2013

Oppervlakkige literaire grootheden

recensie van Jolien Janzing, De Meester door Else Boer, 14 juni 2013

Een en al venijn in een al te bruusk portret

recensie van A.F.Th. van der Heijden, De helleveeg door Evi Hoste, 11 juni 2013

De fictie van een troonopvolger

recensie van Joost de Vries, De republiek door Just Houben , 31 mei 2013

Steun ons! Volg ons!