elders op recensieweb
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
Ontdekkingen van 2009: echt ontdekken is meer dan het vinden van iets nieuws
door Karlijn de Winter, 30 december 2009
In december gebiedt de gewoonte terug te blikken. Wat waren de beste boeken van het afgelopen jaar? Maakten Tommy Wieringa en Gerbrand Bakker de hooggespannen verwachtingen voor hun nieuwe romans waar, zetten Thomas Rosenboom en Maarten ’t Hart een nieuwe kroon op hun oeuvre? Maar nog veel liever dan terug te blikken, kijkt Recensieweb vooruit. Al lezende zoeken we naar veelbelovende debutanten, miskend talent of auteurs die onterecht in de marge werken. In ons eindejaarsoverzicht prijken auteurs die ons verrasten en die we vanaf nu scherp blijven volgen: de Ontdekkingen van 2009.
Voor Recensieweb is een ‘ontdekking’ niet per definitie een nieuweling in het literaire veld. Was dit wel het geval, dan konden wij iedere debutant als ontdekking aanmerken, omdat een eerste titel van iemands hand lezen nu eenmaal altijd een verkenning van het onbekende is. Maar bij lange na niet iedere debutant – zelfs niet Maartje Wortel en Thijs Zonneveld voor wie we toch de mogelijkheid van een grote toekomst zien – heeft ons zodanig wakker weten te schudden dat hij voor ons als Ontdekking geldt.
We hebben ook auteurs ontdekt die al langer schrijven, auteurs die we in de meeste gevallen ook al langer kenden. Maar het gaat om die auteurs die, in tegenstelling tot geliefde namen als Jan van Mersbergen, Thomas Verbogt, Annelies Verbeke en Hella Haasse, van wie we het oeuvre dit jaar eerder hebben herontdekt, ons voorheen nog niet of nauwelijks echt waren opgevallen.
Ontdekken is ook meer dan nieuwe auteurs toevoegen aan ons lijstje favorieten. De totstandkoming en het lezen van literatuur zelf is een vorm van ontdekken. literatuur als verkenningstocht van onbekende werelden, mensen, gevoelens, gedachten – maar ook van de lezer zelf. Dat bewijzen de onderstaande boeken stuk voor stuk, ondanks de verrassende en verfrissende breedte van thematiek en schrijfstijl die de literaire oogst van 2009 bood.
Edzard Mik, Goede tijden
‘Al schrijvende ontdekt een schrijver zichzelf, zoals de lezer zichzelf al lezende ontdekt. Ik kan er daarom alleen maar heel gelukkig mee zijn dat Recensieweb mij heeft ontdekt. Het betekent dat meer lezers zichzelf gaan ontdekken via mijn huwelijksroman Goede tijden!’
Zo reageerde Edzard Mik toen hij hoorde dat zijn onlangs verschenen boek door Recensieweb was uitgekozen als Ontdekking van 2009. Ontdekken doe je door de literatuur en via de literatuur, en dat krijgt bij hem een mooie dubbele lading. Zonder hoogdraverij, want hij meet het heel persoonlijke, heel menselijke proporties toe.
Ook zijn roman blijft dicht bij een bekende belevingswereld. De plot, een wirwar van relationele verwikkelingen, dramatische sterfgevallen, gelardeerd met een goeroe en een massa misverstanden, heeft grote overeenkomsten met die van het tv-genre dat vertegenwoordigd wordt door het programma Goede tijden (, slechte tijden). Toch is dat een bleke, uitvergrote kopie van het leven, terwijl dit boek leeft, boeit, raakt. Literatuur is meer dan een verhaal: als iets deze zevende roman van de ons tot nu toe onbekende Edzard Mik bewijst, dan is het wel dat.
Het onderscheid met een soapserie is te vinden in schrijfstijl, waarin Mik excelleert zonder kunstmatig aan te doen. Dat zal met dosering en tempo te maken hebben, zoals Mik telkens een van zijn twee hoofdpersonen rust en ruimte geeft, en de ander de hysterie of de passie gunt. Dat zal vervolgens te maken hebben met het universele karakter van het onbegrip tussen geliefden, dat in deze versie een individuele uitwerking krijgt.
‘Misschien luchtte het haar op om hem een verwijt te maken, want haar gezicht ontspande, haar wangen werden zachter, haar ogen vingen de vlammetjes van de kaarsen, de lichtjes van de sfeerverlichting. Ze begon ook te praten, ze was niet meer te stuiten, ze had het op haar heupen gekregen en praatte over haar adem heen, als een wielrenner die net over de finish was gekomen, en leek er geen besef van te hebben dat ze zich in een restaurant bevond, te midden van kunstig gevouwen sevretten, kaarsenstandaards met lange stellen en echtparen die met de grootst mogelijke omzichtigheid hun gerechten aansneden.
Vink hoorde nauwelijks wat ze zei. Verwonderd keek hij naar die beweeglijke lijntjes, die het ene woord na het andere voortbrachten.
Was deden al die woorden ertoe? Waar kwamen ze vandaan en waarom moesten ze zo nodig uitgesproken worden. Kwamen ze alleen maar voort uit een impuls, of betekenden ze nog iets tussen hem en haar?’
Hoe dicht literatuur bij het leven staat, valt ook af te lezen aan de ontdekkingen die Mik zelf deed in het afgelopen jaar: ‘Het Rouwdagboek (Meulenhoff, 2009) dat de Franse filosoof Roland Barthes bijhield na de dood van zijn moeder, en de lichtheid die mij afgelopen maanden beving, een jaar na de dood van míjn moeder – de lichtheid van de wees.’
Brengt Mik ons komend jaar nog meer stof om hem en onszelf nog verder mee te ontdekken? Het heeft er alle schijn van: behalve dat hij een lang essay schrijft over de architect Rem Koolhaas, en een libretto voor de Griekse componiste Calliope Tsoupaki, begint hij aan een nieuwe roman. ‘Weer op het gênante af ijverig dus, in 2010.’
Marie Kessels, Ruw
Marie Kessels (1954) ontdek je alleen door haar boeken te lezen. Ze onthoudt zich van interviews en andere human interest-initiatieven in het literaire circus. Alsof ze wil zeggen: wat heb ik nog aan al die woorden die ik al geschreven heb toe te voegen?
In relatieve stilte heeft ze sinds 1991 (Boa) toch al een behoorlijk oeuvre opgebouwd dat aan de critici niet onopgemerkt voorbijging: in 1999 werd het bekroond met de Multatuli- en in 2001 met de Anna Bijnsprijs. Ondertussen werd haar roman De god met gouden ballen (1996) ook genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Toch heeft Ruw, dat dit jaar verscheen, Recensieweb pas voor het eerst echt goed wakker geschud.
Ontdekken wordt in Ruw een fysieke belevenis. Het is via de tast, het gehoor, de reuk, de smaak en het gezichtsvermogen dat je de wereld om je heen ontdekt. De hoofdpersoon van deze roman, die in feite even verhalend als essayistisch aandoet, ontbeert nu net dat laatste zintuig. Aan de hand van deze jonge vrouw die door een vervelende confrontatie met een vrachtwagen blind is geworden, werpt dit boek een nieuwe blik op de wereld, een die uit alle behalve visuele indrukken is opgebouwd. Er volgt een verkenningstocht langs bekende voorwerpen en terreinen die hun vanzelfsprekendheid volledig verliezen:
’Eenmaal op de stoep, die daar zeker drie meter breed is, een stoep als een speelplaats, viel me de ophoging van de grond op aan de voet van ieder trappenhuis van de lange flat aan mijn rechterhand, op de plaats waar intensiever gewerkt is aan de riolering of wat dan ook en de stoeptegels niet helemaal mooi doorlopen maar golven, net littekens op een gezicht. Bij andere flats vind je op diezelfde plaats juist kuilen. Hoe moet ik uitleggen waarom dat me zo opwindt? Ik ontcijfer de stad!’
De hoofdpersoon beschrijft hier haar wandelroute over het trottoir alsof ze tekens aan het ontrafelen is. Dat doet ze ook met de taal die ze opnieuw moet leren. Ze volgt een cursus braille, en dat nieuwe schrift geeft de woorden voor haar een ongekende sensatie. Woorden zijn geen zwarte figuren meer op het papier, maar tastbare puntjes die vragen om een directe, confronterende aanraking. Ruw zet, in de meest letterlijke zin, tot een nieuwe manier van kijken aan.
Richard Hemker, Scherzo
Ontdekken doen mensen niet alleen met de zintuigen of met het verstand, maar ook met het hart. Het verklaart waarom het gevoel dat iets een ‘ontdekking’ is, vaak moeilijk met een systematische analyse valt te verklaren. Scherzo ontdek je dan ook bij uitstek via de opspelende gevoelens. De personages in deze verhalenbundel slingeren heen en weer tussen zelfmedelijden en berouw, tussen opvliegerigheid en ergernis, tussen passie en zelfzucht. In een decor dat broeieriger is dan we gewend zijn, vaak Italië. Hun driften brengen de hoofdpersonen nogal eens in een netelige positie. Maar samen met de excentrieke plots blijven ze – misschien juist daarom – boeien.
Dat is ook toe te schrijven aan de stijl die eveneens de oerhollandse nuchterheid en kleurloosheid van zich heeft afgeworpen. Of het nu een panische uitspatting of een zwaarmoedige gedachtegang is, Hemker gaat de gemoederen achterna in een soms gedurfde, barokke stijl. Datgene wat door een mens heen flitst en kolkt, en wat zich in hem ophoopt, probeert hij te benoemen:
‘Nee, een mooi hoofd is het zeker niet, dacht Seger. Zijn gezicht was een roze vlek in de beslagen badkaerspiegel. Niet echt lelijk ook, maar onrustbarend in vlezigheid. Bovendien is de neus slordig geboetseerd. Het heeft alles iets onzorgvuldigs. Als een goed maar slecht uitgewerkt idee. Er is stellig alcohol aan te pas gekomen bij mijn verwekking.’
Met de benoeming van Scherzo als Ontdekking van 2009 voelt Hemker zich vereerd. ‘Het zijn serieuze criteria. Dit is een belangrijke virtuele onderscheiding.’ Zelf ontdekt Hemker vooral klassiekers, die in zijn ogen al lang tot de canon hadden moeten behoren: ‘Dit jaar twee Weense schrijvers uit het begin van de vorige eeuw. De verhalen van Arthur Schnitzler heb ik achter elkaar verslonden. Twee romans van Leo Perutz, Der Schwedische Reiter en Der Meister des Jüngsten Tages zijn van een onweerstaanbare avontuurlijkheid. Verder Europe´s Tragedy, a History of the Thirty Years War van Peter H. Wilson. Een indrukwekkend boek. Geen fictie, al vraag je je af hoe de werkelijkheid al die gruwelen heeft overleefd.’
Zelf werkt Hemker nu aan een roman, die we mogen waarschijnlijk in 2011 tegemoet mogen zien. Verder heeft het er alle schijn van dat we via zijn werk de komende tijd nog heel wat andere klassiekers leren kennen: ‘In 2010 wil ik de vertaling afronden van Tre Croci, een novelle uit 1920 van Federigo Tozzi en zal ik enkele lichte essays op internet zetten over in ieder geval de filosoof en historicus Giovanni Battista Vigo (1668-1744) en Andrea di Pietro della Gondola (1508-1580), bekend als de architect Andrea Palladio.’
Philip Huff, Dagen van gras
Dat zijn debuutroman door Recensieweb als Ontdekking is aangemerkt doet Philip Huff plezier. ‘Want daardoor horen weer meer mensen van Dagen van gras. En denken misschien: dat moeten we lezen.’
Horen, luisteren en vertellen – dat zijn ook de kanalen waardoor het universum van Ben van Deventer, hoofdpersoon, op de lezer afkomt. Een stijve schrijftaal past niet bij deze achttienjarige. In plaats daarvan converseert hij rechtstreeks met zijn publiek – in korte zinnetjes, met spreektaal-achtige tussenwerpsels (‘maar echt’, ‘ik bedoel’). En af en toe verontschuldigt hij zichzelf (‘Man, moet je mij nu horen’). Daarmee komt hij overtuigend, authentiek over. Alsof hij aan het webloggen is, of even zijn Twitter aanvult.
Minstens even sterk als zijn stem weergalmt de klank van muziek door dit boek. Heel precies beschrijft Huff wat dat in een mens los kan maken:
‘De naald cirkelde over het zwarte vinyl heen en zwenkte de muziek onversterkt de kamer in. The Beatles waren een band met leden van nog geen halve centimeter hoog, met gitaren van drie millimeter, en ze speelden een klein privéconcert voor mij. Op mijn luchtgitaar speelde ik met ze mee.’
In Dagen van gras spreekt een overtuigend verteller. Het is iemand die zijn lezer mee kan nemen, en doet geloven in alles wat hij zegt. Want het klinkt zo natuurlijk, het klopt. Onderlinge verbanden roept hij op zonder die er al te luid, al te dik bovenop te leggen. Hij vertelt zijn geschiedenis, en de lezer die deze aanhoort vult het zelf aan, maakt het zelf af. Het ontdekken van de tekst is hier een vorm van communicatie, zoals communicatie al langer als een vorm van ontdekken werd beschouwd. Een zender die subtiel zijn woorden uit doet komen, en een ontvanger die ook zelf participeert: literatuur als communicatie in wederkerigheid dus.
Gevraagd naar zijn eigen ontdekkingen van 2009 noemt hij twee andere debutanten: ‘Dit is jouw huis van Maartje Wortel. En Begeerte heeft ons aangeraakt van Bert Natter vond ik ook erg goed.’ Waar kunnen we volgend jaar naar uitkijken? ‘Nog een herdruk van Dagen van gras, hopelijk. En misschien een nieuw boek, aan het einde van het jaar. Maar dat zou ook zomaar voorjaar 2011 kunnen worden. En ik ben van plan mijn website, philiphuff.net, beter te gaan bijhouden. Je kent ze: goede voornemens, hè?’
Ivo Victoria, Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)
Ivo Victoria werd al als grote ontdekking van 2009 het literaire landschap ingetroond nog voor hij zijn roman had voltooid. Zes pagina’s, daar waren de loftuitingen op gebaseerd die hij kreeg toebedeeld. Recensieweb ontdekte de roman pas na het verschijnen ervan. De verrassing was er, ondanks alle media-aandacht die er al geweest is, voor Victoria niet minder om: ‘Het mooie is dat het niet lijkt te wennen. Iedere nieuwe e-mail of recensie of reactie doet mij veel plezier. Ik weet dat bij Recensieweb alleen hele toegewijde lezers werken, uit liefde voor de literatuur – dus een compliment als dit is voor mij heel bijzonder.’ Zelf werd hij ‘dit jaar zodanig door mijn eigen boek in beslag genomen, dat ik erg weinig gelezen heb. Dat is alvast een goed voornemen voor 2010: leesachterstand inhalen. Ik ben in 2009 wel verdergegaan met het ontdekken van Haruki Murakami; ik las De Opwindvogelkronieken. Wat een wonderlijke, haast gedachteloos vanzelfsprekende manier van vertellen heeft die man, ik ben er jaloers op. Ook erg genoten van Verdwenen tijd van Thomas Verbogt, van wie ik nooit eerder een boek las.’
In Victoria’s debuutroman verloopt het ontdekken door te dromen, te fantaseren, plannen te smeden. Maar ook door terug te kijken, het geheugen door te graven, en zo de waarheid weer onder ogen te zien. Ivo Victoria, behalve pseudoniem ook naam van de hoofdpersoon, leeft als kind in een wereld van verzinsels. Zo speldt hij zijn beste vriend Dries – en eigenlijk vooral zichzelf – op de mouw dat hij een eersteklaswielrenner is, dat hij zelfs de niet-bestaande ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen gewonnen heeft. Hij gelooft heilig in zijn dromerijen, tot hij, wanneer hij een vorm van volwassenheid bereikt, zich verplicht voelt zijn leugens te bekennen. Hij is op weg naar de naakte waarheid, maar dreigt zijn mooie idealen te verliezen.
De roman switcht daarmee tussen een verleden waar hij aan vast wil houden, en een heden dat hij niet durft te aanvaarden.
‘Mijn moeder heeft een mobiele telefoon van Bosch. (...) Niemand heeft een mobiele telefoon van Bosch. Het is ook geen écht mobieltje, met dat lompe, donkere, massief plastic frontje met afgeronde hoeken, dat knullige lcd-schermpje van welgeteld twee digits hoog, toetsen ter grootte van de vingerafdruk van een dokwerker. Het is meer een prototype van een mobiele telefoon. Eentje die ze in ’58 nog op de grote expo hadden getoond met de gedachte “Steek niet te veel tijd in het ontwerp, dat mobiele bellen wordt toch nooit wat, maar dan weten de mensen tenminste dat het kán.” Een mobieltje met de uitstraling van een bakelieten telefoon. Een gsm voor mensen die mee willen met de nieuwe tijd zonder afscheid te nemen van de oude.’
De telefoon zweeft ergens ‘tussen toen en nu’, net als de hoofdpersoon zelf.
De auteur Victoria heeft volop plannen voor het komende jaar: ‘Ik start in februari met het schrijven van Boek twee. Daar kijk ik heel erg naar uit; ik zet er mijn andere werkzaamheden voor aan de kant. Ik hoop het boek tegen het eind van het jaar te voltooien zodat het in het voorjaar van 2011 kan verschijnen. Maar als het meer tijd kost, dan is het ook maar zo; het moet bovenal mooi worden. Verder heb ik mij voorgenomen weer regelmatig verhaaltjes en stukjes te schrijven op mijn weblog, ivovictoria.com.’
Carolina Trujillo, De terugkeer van Lupe García
Recensieweb maakte pas laat kennis met Carolina Trujillo. Dat gebeurde eensklaps bij de nominatie van De terugkeer van Lupe García voor de AKO Literatuurprijs; voordien was haar oeuvre ons volledig ontgaan. Het was toen meteen raak. De Schaduwjury aarzelde niet om de roman op haar eigen shortlist te plaatsen. Daarna volgde ook de ‘echte’ AKO-jury, waarop Trujillo samen met grote namen als Christiaan Weijts en Erwin Mortier om de prijs streed. De verkiezing van Trujillo en haar collega’s op de AKO-shortlist, en de overeenkomst met de lijst die Recensieweb opstelde is een mooie illustratie van de eensgezindheid over de ‘beste’ boeken van het jaar, een verkiezing waarover in andere jaren wel eens meer discussie heeft bestaan.
De AKO-nominatie is echter niet de enige reden waarom Trujillo is aangemerkt als Ontdekking van 2009 – iets wat ze overigens ‘heel sympathiek van Recensieweb’ vindt, maar waar ze wel de aanmerking bij maakt ‘al vraag ik mij af hoe zo’n verkiezing tot stand komt’. Om daar een antwoord op te geven: glasharde criteria hanteren we hier niet. Misschien is ‘sympathiek’ wel de best mogelijke typering van een verkiezing door literaire critici die zich hoogstens als goed ingelezen en nauw betrokken bij literaire vernieuwing beschouwen, en die inderdaad een basis van sympathie en waardering – idealisme misschien – heeft.
De centrale vragen die in De terugkeer van Lupe Garcia spelen zijn: wat betekent het om in een dictatuur te leven? Als je vader gevangen wordt genomen? Als de halve bevolking uit het land wegvlucht? Wat voor erfenis laat zo’n periode na, wanneer er eenmaal een democratisch verkozen leider regeert? De ervaringen en gesprekken van een groep kinderen van revolutionaire opstandelingen in het dictatoriale Uruguay van de jaren ’70 gunnen een intense blik hierop. Maar ook de Nederlandse lezer wordt bij het verhaal betrokken. Een van deze inmiddels volwassen geworden kinderen heeft hier namelijk lange tijd doorgebracht. Zij, steun en toeverlaat van de verteller, zorgt ervoor dat het verhaal een brug slaat tussen de twee landen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan:
‘”Weet je wat ze op Texel deden?
Ik wist niet wat Texel was.
De Zespuntisten waren daar een weekend heen gegaan. Volgens Lupe heetten ze zo vanwege de zes neuronen die ze met z’n allen hadden. Ze waren een afsplitsing van de 26-maartbeweging, die weer een afsplitsing was van iets anders. Ter voorbereiding op de dag dat ze het land weer terug zouden winnen op de militairen hadden ze een oefening georganiseerd. Een verlaten boerderij moest ons land voorstellen en de weilanden waren de zee. Ze hadden zich bewapend met speelgoedgeweren en waterpistolen. De granaten werden diezelfde dag nog vervaardigd van verse sneeuw.’
Ontdekken gaat in De terugkeer van Lupe García via een verteller met andere wortels. Ontdekken is daarmee andere landen, andere werelden ontdekken. Maar ook je eigen positie relativeren en, via de nieuwe kijk van de verteller, herontdekken.
Voor Trujillo’s eigen literaire ontdekking van dit jaar blijven we in Latijns-Amerika, met Het feest van de bok van Mario Vargas Llosa: ‘Bijzonder daarin vind ik hoe de auteur drie plotlijnen door elkaar heen ‘snijdt’. De ene bestrijkt iets van 40 jaar, terwijl in de andere maar een paar dagen) en in de derde maar een middag. Kundig geschreven. Hulde.’
Voor volgend jaar staan er een paar projecten op stapel. Twee daarvan raken echter posiblemente in 2010 niet af: een nieuwe roman en de Spaanse vertaling van De terugkeer van Lupe García. Verder kijkt ze uit naar het schrijven van columns voor een vooraanstaand maand- of weekblad – ‘zodra die zich aangemeld heeft’.
Mark Boog, Ik begrijp de moordenaar
In het gros van de politieromans, thrillers en detectives doen de personages ontdekkingen, die hen op weg helpen naar een oplossing. Een oplossing die hen vervolgens uitsluitsel en, heel geruststellend, vaststaande kennis kan bieden. Ik begrijp de moordenaar van dichter-romancier Mark Boog is daarop bij uitstek de uitzondering.
Hoe dieper wij verzeild raken in de cold case die deze bijna gepensioneerde rechercheur moet onderzoeken, hoe minder we ervan begrijpen. De moordenaar is immers bekend, de omstandigheden zijn helder, en het inlevingsvermogen van onze hoofdpersoon, geweldloos geheelonthouder is ijzersterk – maar de moord lijkt alsmaar onoplosbaarder. Boog heeft zich voor dit als roman vermomde politierapport een zakelijk, langzaam ontsporende stijl aangemeten, en dat is uiterst effectief. Als je het boek uit hebt, dan begrijp je de moordenaar – maar een prettige gewaarwording is dat niet.
‘Ik drink tot ik niet meer wil, en daarna drink ik door. Zomaar. Omdat er een tweede fles is en omdat er over de onmatigheid goede verhalen de ronde doen. [...] Ik ga naar binnen om mijn glas nog eens bij te vullen en om mijn pistool te halen. Het is zwaarder dan anders, zwarter ook, en ik kijk er vertederd naar terwijl ik terugloop naar het balkon. Jullie kunnen bewegen, denk ik, maar ik krijg jullie toch wel. Ik doel op de sterren.’
Het idee dat je van ontdekkingen wijzer en vooral tevredener wordt loopt in Ik begrijp de moordenaar dus een stevige knauw op. Zoals echt goede romans dat doen, zal dit boek de verwachtingen van zijn lezers vooral ontregelen.
Hoe vindt Boog het dat Recensieweb hem als Ontdekking heeft aangemerkt? ‘Ik ben nog altijd – dat is niet helemaal vanzelfsprekend – erg tevreden met het boek, en niet alleen dat: het is me ook erg dierbaar, dus ik ben blij dat het aandacht blijft krijgen, ook nog bijna een jaar na verschijnen.’
Maar op de vraag wat zijn eigen Ontdekkingen van 2009 waren, trekt hij de betekenis van die term toch in twijfel: ‘Ik heb een paar sterke dichtbundels gelezen (van Nachoem Wijnberg, Toon Tellegen, Arjen Duinker, Elma van Haren), maar van dichters die ik al goed kende, en waarvan ik eerdere bundels ook al goed vond, dus ontdekkingen kun je dat nauwelijks noemen.’ Deze lijst toont aan dat Recensieweb zijn twijfels heeft over zo’n enge definitie. De nieuwe roman van David Grossman, Een vrouw op de vlucht voor een bericht komt misschien wel voor Boogs typering in aanmerking, maar ‘het is een dik boek, meer dan 800 bladzijden, en zoveel lees ik nu ook weer niet, dus uitsluitsel daarover krijg ik pas begin 2010.’
In diezelfde periode kunnen we van hem ook weer iets nieuws verwachten: ‘Dan komt mijn nieuwe dichtbundel uit, Er moet sprake zijn van een misverstand.’ Daarnaast is hij begonnen aan een nieuwe roman met de werktitel Het lot valt altijd op Jona. Maar wanneer we die onder ogen krijgen is nog niet in te schatten.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



