Tommy Wieringa
Caesarion
(2009)
De Bezige Bij
366 pagina's
€ 19.90
ISBN 9789023429975
bij Athenaeum Boekhandel
(24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Ik was nooit in Isfahaan
Krachtige mix van romantiek en werkelijkheid
recensie van Joe Speedboot
Zonder vernietiging geen vooruitgang
recensie van Caesarion
Schaduwjury: Sievez of Speedboot?
opiniestuk
Schaduwjury: Constistent gebrachte complexiteit
opiniestuk
Schaduwjury: Een keuze voor het individuele engagement
opiniestuk
Schaduw Toplijst AKO Literatuurprijs 2009
opiniestuk
Schaduwjuryrapport AKO-Literatuurprijs 2009: Weijts Wint
opiniestuk
andere recensies
NRC Handelsblad
de Volkskrant
Trouw
Het Parool
Vrij Nederland
8weekly
LiterairNederland
Deadline
Zoon zonder gezicht
door Eveline Vink, 21 juni 2009
De nieuwste roman van Tommy Wieringa, Caesarion, gaat niet over dromen, toekomst en mogelijkheden, zoals zijn veelgelezen en –geprezen voorganger Joe Speedboot, maar over teleurstelling, geschiedenis en kapotmaken. Een heel ander boek dus, en dan druk ik me voorzichtig uit: duidelijk van een even grote stilist, maar met een andere maatvoering.
Caesarion, naar de zoon van Cleopatra en Julius Caesar, is Ludwig Unger. Deze zoon van een ex-pornoster en een destructieve kunstenaar arriveert in de Engelse kustplaats waar hij met zijn moeder Marthe zijn jeugd doorbracht in een huis aan de rand van de klif. Een plek waar de zee bij elke storm een paar meter van het land snoepte, net zolang tot Ludwig hun huis zag verdwijnen in een afgrond van wind en water. Hun vroegere buurman is overleden en Ludwig komt voor de begrafenis. Hij ontmoet de blonde Linny, aan wie hij tussen aankomst en plechtigheid nachtenlang zijn levensverhaal vertelt.
Dat verhaal gaat vooral over de gestoorde relatie met zijn moeder, die hem als kind opmaakte waarna hij zich ging aftrekken, en de afwezigheid van zijn vader, die na zijn vertrek op één ansichtkaart na nooit meer iets van zich liet horen. De obsessie met die ansichtkaart is een thema, net als zijn boosheid over Marthes herintreding in de porno-industrie. Ludwig heeft zijn ouders lief, maar zet zich vooral tegen ze af.
Jammer is dat Ludwig weinig gezicht krijgt in deze vertelling. Als kind een mietje, later rugbyspeler, barpianist, rusteloze reiziger, vaderhater. Slechts in één deel van Ludwigs geschiedenis komt hij een beetje tot leven, namelijk in zijn relatie met het activistenmeisje Sarah. Eindelijk, nu nestelt hij zich onder mijn huid, dacht ik. ‘Ik was een stamelaar geworden. Iemand die zei – Je rug. Mooi.’ Maar met het uitgaan van de relatie doofde ook het lichtje in Ludwigs persoonlijkheid.
De introductie van Linny en het vertrouwen dat Ludwig direct in haar stelt door het vertellen van zijn hele geschiedenis doen vermoeden dat ze later nog een belangrijke rol zal spelen in zijn leven. Dat dit niet zo is, versterkt de indruk dat Wieringa’s personages nogal eens slechts vehikels voor zijn boodschap zijn. Ze hoeven geen connectie met elkaar, doel in het verhaal of zelfs karaktertekening te hebben, als ze hun functie maar vervullen binnen de geschiedenis.
Ludwigs moeder Marthe komt het beste uit de verf. Een wispelturige, trotse vrouw die haar kind een paar keer maandenlang achterlaat, wat diepe wonden bij hem slaat. Nadat ze voor de zoveelste keer voor zichzelf kiest, weigert hij nog langer genegeerd te worden. Een obsessieve, eisende Ludwig reist met haar mee tijdens de opnames voor haar pornocarrière, zijn vriendin achterlatend.
‘We zijn beiden zoon, we weten hoe moeilijk het is allemaal. Onze eerste behoefte is een moeder die zich voor ons weggeeft. Maar het weggeven zit mijn familie niet in het bloed. Ik kan het weten, want ik heb het geprobeerd. Het offer werd niet geaccepteerd, zoals ik eigenlijk al had voorspeld. Ik dacht dat het ons misschien bij elkaar zou brengen, dat we weer bij elkaar zouden horen als een van beiden de moed zou hebben zijn eigenbelang te vergeten, zonder restricties, zonder voorwaarden, al die dingen die het offer het aanzien geven van een transactie.’
Zijn bespiegelingen op deze – mislukte – onderneming tonen niet alleen Ludwigs gebrek aan zelfinzicht, maar vooral ook Wieringa’s keus om de idee te laten prevaleren boven de tekening van het personage. Na de afwijzing door Marthe – ze stuurt hem weg – vervalt Ludwig in een patroon van seks met oude vrouwen, een levensstijl die hij volhoudt tot zijn moeder ziek wordt en hem weer nodig heeft. Het moedercomplex vliegt je van alle kanten om de oren, maar wezenlijk voelbaar maakt Wieringa Ludwigs keuzes nergens.
De verwijzingen naar de klassieken zijn niet alleen in de verhaallijn maar ook in de tekst veelvuldig aanwezig, zonder daarbij vernieuwende inzichten aan te dragen of werkelijk iets aan het verhaal toe te voegen. Bovendien laat Wieringa geen moment onbenut om de lezer wat extra informatie te verschaffen over onderwerpen en plaatsen die in Ludwigs geschiedenis passeren. Het gevoel dat iets er alleen staat omdat het anders zonde van de research was, dringt zich geregeld op. Wieringa weet veel, kijk maar, en hij kan het ook heel mooi opschrijven, lees maar.
‘Uit de samenscholing achter de receptie maakte zich een jongeman los, zijn brede lach, de obscene hartelijkheid. Mevrouw Unger was niet op haar kamer. Ik ging terug naar de bar. De stoel was alweer bezet, ik ging onder een groot televisiescherm met een geruisloze basketbalwedstrijd zitten. Ik walgde opeens van het Loews, die tempel van hoeren en sjacheraars. De stoffering van de leugen.
- Ludwig!
Ik keek op. De knellende band van mijn gedachten drukte mijn ogen.
- Ludwig, waar kom jíj vandaan? Hoe heb je het hier gevonden?
Vade retro.’
Het is gewoon een beetje te veel allemaal. De overdaad aan mooiheid in het taalgebruik, de grote thema’s doordrenkt van symboliek, de veelheid aan plaatsen en gebeurtenissen die er niet per se toe doen. En dat alles zonder een lekker verhaal of goed opgebouwde personages die je er doorheen slepen.
Het is natuurlijk een beetje flauw om nu te zeggen dat ik terugverlang naar Joe Speedboot – wat ik wel doe – want sommige boeken kun je niet vergelijken. In plaats daarvan zeg ik dus: ik verlang naar een Wieringa die durft te kiezen – tegen pretentieuze ballast, vóór zijn verhaal.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



