Christiaan Weijts
Via Cappello 23
(2008)
Arbeiderspers
329 pagina's
€ 18,95
ISBN 9789029566988
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Stortvloed aan onderwerpen houdt verhaal en personages op afstand
recensie van Art. 285b
Kun je me vingeren? Liefde en vergelding anno nu
recensie van Art. 285b
In de ban van oorspronkelijkheid
recensie van Via Cappello 23
Souplesse en lenigheid in een absurde wereld
recensie van De etaleur
Christiaan Weijts: 'Een roman mag niet volmaakt zijn'
interview
Schaduwjury: De Gouden Uil volgens De Kritiek
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Schaduwjury: Tussen vroegwijs en gevestigd meesterschap
opiniestuk
Schaduw Toplijst AKO Literatuurprijs 2009
opiniestuk
Schaduwjuryrapport AKO-Literatuurprijs 2009: Weijts Wint
opiniestuk
andere recensies
Drama en maatschappijkritiek in Venetiaanse setting
door Tessa Beuse, 4 november 2009
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury
Door de prachtige foto van Venetië op de omslag van Christiaan Weijts’ tweede roman Via Cappello 23 verwacht je een reisverhaal waarmee je de sprookjesachtige waterstad Venetië beter leert kennen. Maar de auteur Christiaan Weijts (1976) zet je al direct op het verkeerde been. Via Cappello 23 blijkt namelijk een adres te zijn in Verona, dat als toeristische trekpleister dient wegens de fictieve tombe van Julia Capuletti uit Shakespeare’s Romeo en Juliet.
Weijts doet een beroep op de algemene kennis van de lezer over het Europese culturele erfgoed. Hij verhandelt uitgebreid over de Renaissancekunst van Titiaan en doorspekt zijn verhaal met referenties aan Shakespeare. Door Weijts zit je weer in de collegezaal te luisteren naar ideeën en beschrijvingen van de docent.
‘Je moet je voorstellen hoe dat concreet in z’n werk ging, zo’n poseersessie. Dat Titiaan zich ervan bewust was dat hij op de drempel van de eeuwigheid stond, dat wil ik best geloven. Maar wordt het model zelf niet door eenzelfde soort verlangen het atelier in gedreven? Zoals die meiden die tegenwoordig allemaal fotomodel willen zijn. Het verlangen naar de camera en de poseerstoel in het atelier is in die zin ook als een kunstzinnige drang te beschouwen.’
De kennis, die Weijts bezit, wordt op bijzondere wijze in het verhaal verwerkt. Weijts plaatst het interactieve internet heden tegenover een Shakespeariaans verleden. De hoofdpersonen moeten hun weg zien te vinden in een verwarrende digitale wereld waarvoor ze, zo lijkt het, nog niet helemaal zijn uitgerust. Arthur Citroen, kunsthistoricus aan de Universiteit Leiden die de verhouding tussen renaissanceschilders en hun modellen onderzoekt, krijgt een verhouding met zijn ultramoderne exhibitionistische studente, Felicia. Samen maken ze pornofilmpjes die kort daarna op het internet verschijnen.
Weijts vergelijkt tussen de onmogelijke relatie van Arthur en Felicia en het dramatische liefdesverhaal van Romeo en Julia. Wanneer ze onder het mom van een studiereis in Venetië zijn, huren ze een appartement waar een halfjaar eerder een zwanger meisje zichzelf van het balkon heeft gestort. Dit onheilspellende voorteken is een indicatie van toekomstige narigheid. Felicia is even naïef als Julia. Zonder over consequenties na te denken stort ze zich in avonturen die haar blijven achtervolgen. Het internetfilmpje dat zij samen met Arthur heeft gemaakt, krijgt veel publiciteit en wordt breed uitgemeten in het nieuws. Dit heeft desastreuze gevolgen.
Journalist Daniël Schaaf, de andere hoofdpersoon in het boek, is voor zijn werk in Venetië, waar hij van zijn belevenissen een voor publicatie bedoeld dagboek bijhoudt. Daarin springt hij achteloos om met de informatie die hij vergaart, en brengt hij Fleur, wier privacy hij schendt, in opspraak. Weijts maakt hier een duidelijk statement over het verval van de journalistiek. Journalisten gaan over lijken om hun brood te verdienen. Daniël Schaaf komt in aanraking met het schandaal van Arthur en Felicia en probeert er een persoonlijk financieel slaatje uit te slaan.
Weijts, behalve schrijver ook journalist en columnist, spreekt zich aan de hand van dit fictieve schandaal en Schaafs omgang ermee uit over de ontmenselijking van de journalistiek. En hij brengt nog meer prangende eigentijdse problemen naar voren, zoals de teloorgang van het universitaire onderwijs, de ‘anything goes- cultuur’ op het internet, de verwording van media, de veranderende verhoudingen tussen de seksen. Dit houdt het gevaar in zich dat zijn personages ondergeschikt worden aan de thematiek en af en toe nogal eendimensionale trekken vertonen. Hetzelfde geldt voor de manier waarop Weijts Venetië als decor gebruikt. Zijn beschrijvingen van de stad zijn adembenemend, maar om toch vooral zijn punt duidelijk te maken valt hij in herhaling. Dat is een klein minpunt in deze rijke roman waarin verder vrijwel alles wat genoemd of geciteerd wordt uiteindelijk functioneel blijkt.
Zo gebruikt Christiaan Weijts bekende citaten als oriëntatiepunten in de tijd. Eén zo’n tijdsbaken is “Ladies and Gentlemen, we’ve got him.”, om de arrestatie van Saddam Hoessein aan te duiden. Er kan geen vergelijking gemaakt worden tussen Shakespeare en Christiaan Weijts – tegen de grote Bard kan tenslotte niemand op – maar Weijts’ veelzijdige talent spat van de bladzijden. Zijn boek is een bijzondere combinatie van stijl, geschiedenis, maatschappijkritiek en een theatrale verbeelding van een veranderende samenleving die geen vaste waarden meer schijnt te kennen. Daarnaast vertelt hij op bijzondere wijze de hedendaagse tragedie van de personages Felicia en Arthur. ’For never was a story of more woe than this of Juliet and her Romeo.’
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


