Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

In Bruid van de dood spreekt de stilte

door Marije Klein, 19 februari 2012

‘Je hebt toch zelf je witte shalwar kamiz in je koffer gedaan? Met die bruidssluier? Hoe kun je nu doen alsof je van niets weet?’ Nooit leek er meer afstand te liggen tussen de belevingswereld van een moeder en een dochter.

Volgens de moeder heeft de zeventienjarige Sophia volmondig ingestemd met haar verloving met neef Iskander in Londen. Sophia echter is geschokt en voelt zich verraden als ze pas op de boot naar Harwich achter de ware aard van het bezoek aan haar oom komt.

Het is in deze tijd moeilijk voor te stellen dat een dochter niet gewoon aan haar moeder vraagt waarom dat opvallende kledingstuk bovenop in haar koffer ligt. Maar de wereld van de Pakistaans-Nederlandse Sophia, hoofdpersoon van Bruid van de dood van Naema Tahir, is een wereld van gefluister en suggesties, een wereld van veelzeggende blikken, zwijgen en het opkroppen van gevoelens. In elke conversatie liggen grenzen die niet zichtbaar en niet voelbaar zijn, totdat je ze aanraakt en overschrijdt; en dat gebeurt in een oogwenk in gesprekken met moeder en vader. De wereld van Sophia is van porselein: één verkeerde beweging en je breekt iets. De omzichtigheid waarmee het meisje de gespannen relatie met haar ouders onderhoudt wordt pijnlijk voelbaar gemaakt.

De beeldende beschrijvingen van Sophia’s beklemmende gehoorzaamheid en haar geestelijke gevangenschap zorgen ervoor dat de roman uitstijgt boven de bekende clichés. Met de thematiek begeeft Tahir zich namelijk op glad ijs: uithuwelijking, eerwraak, de kloof tussen het westerse leven buiten en de krampachtig in stand gehouden eigen cultuur binnen, een stiekeme relatie, de autoritaire vader en de onderdanige maar voor de dochter nog strengere moeder, het meisje dat zich ’westers’ voelt en totaal met haar familie en cultuur moet breken teneinde vrijheid te verwerven; het zijn clichés geworden, ook in de literatuur. Zonder dat ik de ernst van gedwongen uithuwelijking en de beknotting van de vrijheid van (vooral) meisjes wil bagatelliseren, die verhalen kennen we nu wel.

Sophia is niet zo’n meisje. Weliswaar heeft ze een geheime relatie met haar overbuurjongen Alexander, maar dit brengt geen verlossing. Integendeel, ook bij Alexander is ze die ander, zoals ze zich op de basisschool al een vreemde eend in de bijt voelde. Zijn wereld is niet haar wereld. Zo doet Alexander nogal luchtig na hun eerste keer seks en kan hij totaal geen begrip opbrengen voor Sophia’s drang haar ouders gelukkig te maken.

Het is die drang waardoor ze met alles in lijkt te stemmen. Des te beklemmender doen de beschrijvingen aan waarmee moeder de grote kist kleding die Iskander naar zijn verloofde heeft gestuurd, onderzoekt. Sophia ligt op bed en is half slapend getuige van de precisie van moeders werk:

‘Ik hoorde haar krabben aan borduursels, aan stiksels, zelfs verborgen naden onderzocht ze met haar nagels. Ze snoof, ze snifte. Ze rook aan de stoffen. Ze tikte ingelegde parels tegen haar tanden. Tussen mijn wimpers door zag ik hoe ze het kledingstuk na het ophangen een knikje gaf, alsof dat deel was van het huwelijksritueel. Het vooruitzicht haar dochter vorstelijk gekleed te zien gaan als bruid maakte moeder trots en deed haar jonger ogen.’

Sophia is gemodelleerd naar dochters uit migrantengezinnen. Zij worden vaak als slachtoffer gezien, als slachtoffer van een verstikkende traditie, slachtoffer van de roddelcultuur in de sociale omgeving, slachtoffer van masculiene autoriteit. De kwesties van uithuwelijking en eerwraak worden veelal in dit slachtofferdiscours besproken. In Bruid van de dood wordt afgerekend met de slachtofferrol, juist doordat Sophia zelf inziet en accepteert dat ze laat bepalen door anderen wie zij is.

‘Ik gaf vader de macht en het mandaat om een Pakistaans bestaan voor me uit te stippelen. Mijn timide gedrag, mijn gehoorzaamheid, mijn kuise kleding, mijn woorden en zwijgzaamheid en vooral mijn eeuwig aanvaarden wat vader en moeder wilden, gaven hun alle ruimte te bepalen wie ik was.’

Bruid van de dood is eerder een verslag van de zoektocht naar een eigen identiteit (wie ben ik los van mijn ouders, los van mijn culturele wortels maar ook los van de ‘vreemde’ culturele omgeving hier?), dan een relaas van een meisje dat slachtoffer is van een beklemmende thuissituatie en het conflict met die zo andere buitenwereld niet aandurft omwille van haar ouders. Het blijkt, uit de historie van migratie en de confrontatie met de andere cultuur, dat de waarheid vaak in het midden ligt. In deze roman is dat ook het geval: Sophia is geen westerse vrouw, maar toch ook niet de zwijgzame Pakistaanse dochter . Als ze voor het eerst wat vrijheid verwerft door bij een organisatie te gaan werken die migrantenvrouwen in moeilijke of gewelddadige thuissituaties hulp biedt, moet ze afstand nemen van haar timide zelf en kordaat leren optreden. Haar ouders kunnen niets anders dan het aanzien.

Nichtje Samia, de zus van verloofde Iskander, heeft een ongelukkig huwelijk in Londen. Als Sophia daar na lange tijd achter komt en besluit Samia te gaan helpen, is het te laat. Samia’s verhaal is gebaseerd op de waargebeurde zaak-Samia Sarwar die in 1999 doodgeschoten werd door een familielid in het kantoor van haar advocates omdat ze een echtscheiding wilde. Ook nichtje Samia wordt slachtoffer van een schietpartij; haar minderjarige broer Osman is de dader. Samia’s moeder, Sophia’s tante Naz , is erbij. Nadien wordt er in alle talen gezwegen over de moord. Het is dan dat Sophia zich bewust wordt van de afstand tussen haar belevingswereld en die van haar ouders. Zij doen alsof er niets gebeurd is en denken nog altijd dat het huwelijk tussen Sophia en Iskander doorgang zal vinden.

Sophia’s eerste stap naar onafhankelijkheid is gezet. Haar tweede stap, na de moord op Samia, kent net zoveel symboliek als de zogeheten instemming met haar verloving.

‘Ik ben mijn vaders dochter. Zijn cultuur is mijn cultuur, zijn gedrag het mijne. Alle shalwar kamizen die Iskander me had geschonken of per post opgestuurd, heb ik netjes opgevouwen en in die koffers gelegd. Daarbovenop heb ik het fluwelen doosje gelegd met mijn verlovingsring. Ik deed het doosje open. Ook liet ik de gangdeur openstaan. “Ik wil binnenkort naar Londen. Afscheid nemen van Samia.” Zij zeiden niets. Ze vroegen niet waarom. Er was niet eens de vraag wanneer ik zou terugkeren. Ze zeiden niets.’

Het zijn deze beelden en beschrijvingen, waarin de stilte uiteindelijk meer zegt dan duizend woorden, die van Bruid van de dood een sterke roman maken.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.