De eerste, enige, echte liefde en het talent
door Karlijn de Winter, Eveline Vink, Daan Stoffelsen, Marleen Louter, Bob Hopman en Johan Bordewijk, 6 maart 2009 Boekenweek
Daan Stoffelsen: De eerste, enige, echte liefde en het talent
Tweeëntwintig is jong voor de een om vader te worden, tien jaar om schrijver te worden voor de ander wel erg jong, maar negentien om de beslissing van je leven te nemen? Het vaderschap overkomt Fred, op zijn tweeëntwintigste. Bram wordt zijn zoon, en al snel treedt de jongen in de voetsporen van zijn vader, de reisjournalist, door mee te schrijven voor diens opdrachtgever, en vooral door te willen reizen. Maar als je even thuis bent, op doorreis, en je vindt de liefde, die enige, echte, grote, wat moet je dan? Tim Krabbé‘s boekenweekgeschenk Een tafel vol vlinders is het verhaal van een vader en een zoon, van verwachtingen en teleurstellingen.
En een verhaal van schrijverschap. Fred had ooit literaire aspiraties, maar werd journalist, en ziet in Bram, die altijd al verhaaltjes schreef, een groot talent. Maar sinds die eerste verhaaltjes had hij weinig meer geschreven, tot nu, tot zijn ontmoeting met Emma.
‘Op de halte stonden wat mensen, ook een meisje. Het eerste moment dat ik haar zag dacht ik niets bijzonders. Hooguit: daar staat een meisje.
Misschien keek ik even of de tram er al aan kwam en toen ik daarna weer naar haar keek was ik verliefd op haar.[...]
Ze was zo leuk dat ik niet geweten zou hebben of ze mooi was.’
Brams proza is springerig, fris, helemaal in lijn met zijn belevenissen: de zoetste aller zoete eerste weken van een grote verliefdheid. Ze vrijen, ze maken gekke uitjes, ze tekenen hun silhouetten na op het behang. Alles is makkelijk en mooi, er is niets anders, ‘alsof zij de enigen in de wereld waren met een ziel’. Maar zo eenvoudig is het ook weer niet. Er is de reis, die toch Brams levensvervulling was, er is het bewustzijn dat hij een middel voor haar was om van het benauwende vooruitzicht van een huwelijk af te komen, er is, ten slotte, de vaderlijke raad van Fred, nu vijfendertig.
‘“… leg je niet te jong vast. Geniet van haar, laat haar van jou genieten, ga met haar wandelen op het strand, ga met haar naar de film, maak met haar een reis naar de maan, maar bind je niet. Het lijkt alsof jullie de enigen op de wereld zijn met een ziel, dat is een prachtig beeld en het is ook wáár, maar jouw Emma is niet de enige met wie dat zo zal voelen. Na iedere vrouw komt een volgende vrouw, maar na je talent komt niets. En jij hebt talent.”’
Bram kiest en verliest natuurlijk alles, op – had Fred toch nog gelijk – zijn talent na. Krabbé weet op die manier twee ideale situaties – het jonge vaderschap, van tijd en aandacht overvloeiend, en het onbelast kunnen kiezen voor de wereld, de liefde en de literatuur – om te buigen naar een keuze uit alleen maar kwaden. Maar hoe overtuigend hij, juist door de clichés niet te vermijden, die perfecte toestanden ook weet te schetsen, de omslag naar het ongeluk overtuigt niet.
Krabbé relativeert jeugdige idealen, hij relativeert het romantische beeld van schrijverschap, maar één aspect kan hij niet relativeren: het dralen en twijfelen dat een late tiener, jonge twintiger eigen is. Dat cliché houdt stand, en krijgt zo grote nadruk dat Brams daadkracht althans mij niet overtuigt, en daar staat of valt de plot toch mee.
Het is een klein smet op het staaltje vakmanschap, de vertelkunst van Krabbé, maar het doet niet af aan de stelling dat Een tafel vol vlinders de meest ambitieuze en meest geslaagde novelle is in de afgelopen reeks boekenweekgeschenken. Ga naar uw boekhandel en koop een boek!
Eveline Vink: Vaderschap
Eindelijk eens een boekenweekgeschenk dat niet méér wil zijn dan 90 pagina’s. Niet een uitgedunde roman, maar een echte novelle. Een goede novelle.
De opbouw en ontwikkeling van de personages zijn de grootste kwaliteit van dit boekenweekgeschenk. Boeiende, echte mensen met sympathieke en ergerlijke kanten, grote idealen en kleinzielige besluiten. Krabbé schetst een vader-zoon relatie die verandert, meandert, opgroeit met Bram en eigenlijk ook met de jonge vader Fred. Meer dan over liefde of talent gaat Een tafel vol vlinders voor mij over deze relatie. Fred & Bram, the wonder years, Fred & Bram, aftasten en loslaten, Fred & Bram, allebei eenzaam.
‘Er was iets juichends in Bram dat er lang niet was geweest – dat er misschien nog nooit was geweest. [...]
Hij is verliefd, dacht Fred. Hij is de wereld in getrokken om liefde te vinden, en die heeft hij gevonden nu hij weer thuis is. Maar als hij nog zo kan zijn, wat erg dan dat hij zo lang niet zo is geweest.’
Ook ik geloof niet zo in de plotselinge besluitvaardigheid van Bram, dan negentien, op de laatste pagina. Moest er dan per se een slecht einde komen, opdat de wereld weet hoe Krabbé zijn verhalen schrijft? Ik geef toe, ik houd niet van nare eindes. Als middelbare scholier lag ik weken wakker van Het gouden ei. Maar Een tafel vol vlinders loopt ook niet slecht af, Bram neemt een besluit. Eén waarvan ík denk dat hij het twee uur later weer herroept, zoals hij in dit boek al vaker deed.
Karlijn de Winter: Allemaal illusies
De opbouw van dit boek, de ontwikkeling van de personages, de frisse, inzichtelijke taal: ze lijken naar een glashelder slot te leiden. Maar juist het besef dat dat einde uiteindelijk helemaal niet zo eenduidig is, maakt de plot extra sterk, geeft hem diepgang. Van begin af aan spreekt Een tafel vol vlinders aan, het verhaal houdt je vastgekluisterd, en daarin toont Krabbé zich al een goed verteller. Het is echter het slot dat het echt interessant maakt, omdat het je onverwachts in verwarring achterlaat. Dat gedraal van Bram, en ook hoe hij daar een punt achter zet (of toch niet? – dat is de vraag), is daarom wel overtuigend.
Uiteindelijk blijft Bram inderdaad een jongvolwassene, iemand op zoek naar wat hij nu echt wil met zijn leven. Een standaardleven ziet hij niet zitten, dus gaat hij na zijn middelbare school eerst maar wat reizen: ‘Hij zegt het midden in mijn gezicht, dacht Fred. Die reizen met jou, dat was confectie. Ik ga echt reizen.’ Maar dan, bij een tussenstop (of terugkomst?) in Amsterdam ontmoet hij Emma, zijn grote liefde – of toch niet?
Toekomstdromen en desillusies, dat is waar Een tafel vol vlinders voor mij over gaat. Fred projecteert zijn literaire ambities op Bram, van wie hij verwacht dat hij zijn talent waar zal maken. Maar Brams idealen liggen ergens anders, ver weg van diens ‘confectie’, op de berg Autaki in Nieuw-Zeeland van waar hij – zo gaat de Maori-legende – net als Tepuki zijn ware levenspad uitgestippeld zal krijgen. Thuis beseft hij: ‘Tepuki was een puberdroom; ik zou Fred wel eens laten zien wat echt reizen was.’ Even lijkt het geluk gewoon in Amsterdam op straat te liggen, met Emma, die zelfs al trouwplannen voor hen heeft. Maar dan doemt het beeld op van de cowboy, die hen met de lasso vastsnoert.
Een van de geslaagdste momenten in de novelle is wanneer je ziet hoe Bram, via het schrijven, al zijn zogenaamde ‘idealen’ gaat bevragen: ‘Ik houd van Emma, daar is geen twijfel aan mogelijk. (…) Staat dat daar echt? “Emma” en “twijfel”, die twee woorden zo dicht bij elkaar?’ Na lange tijd heeft Bram de pen weer opgepakt; hij is begonnen met schrijven in een schrift dat hij op zijn twaalfde van Fred kreeg. Door te schrijven ontdekt Bram de relativiteit van zijn dromen, en slaagt hij erin de noodzakelijke overwegingen te maken. Nee, die laatste punt heeft hij vast nog niet gezet.
Bob Hopman: Open einde
Ik zal het maar direct toegeven: ik houd wel van nare eindes. Alleen al omdat een einde an sich afsluiting, berusting suggereert. De berusting in deze novelle komt vroeg, het boek opent ermee. Een mislukt telefoontje vanaf een vulkaan in Siberië doet een schijnbaar paranoïde vader, Fred, direct het ergste vermoeden: ‘Hij is dood, dacht hij. Wie om acht uur ’s ochtends de telefoon niet opneemt, die is dood.’ De ‘hij’ waarnaar de vader verwijst is zoon Bram. De dood is vergezocht, de reden die de vader noemt onzinnig, maar als lezer heb ik de neiging hem te geloven.
Het geloof wordt sterker gedurende de geschiedenis van vader en zoon, die wordt verteld naar aanleiding van genoemde situatie. Bram is een jonge, getalenteerde, misschien zelfs hoogbegaafde twijfelaar die alle uitzicht heeft op een goede toekomst, maar weigert dat te zien. Succes als jonge schrijver, leuke reizen, zware verliefdheid als hij een adolescente leeftijd bereikt: niets weet hem ervan te overtuigen dat zijn leven niet één grote mislukking is. Krabbé toont ons het jonge leven vanuit meerdere ogen, en op verschillende vertelwijzen. Het laatste deel bestaat uit dagboekbrieven van Bram, die het vermoeden dat Fred op het begin uitsprak versterken.
‘dag 47, zondagavond, 23:01
De rest van mijn leven is een tafel vol vlinders. Iedere seconde vliegt er één weg. Als de tafel leeg is ben ik dood.’
De metafoor van een ‘tafel vol vlinders’ is volstrekt uit de lucht gegrepen, de situatie is wel geloofwaardig. Het klinkt als een typische poging van een suïcidaal om te talmen met het overhalen van de trekker. Óf hij de trekker overhaalt blijft uiteraard een mooi discussiepunt, een open einde zo men wil. Ik kan er in ieder geval berusting bij voelen: dood of niet, de cirkel is rond, het verhaal is voltooid op het juiste moment.
Marleen Louter: Krabbé doet precies wat hij doen moet
Het schrijven van het Boekenweekgeschenk mag voor een auteur dan een erebaan zijn, het is ongetwijfeld ook een lastige opgave. Want ‘het geschenk’ heeft een opgelegde, beperkte omvang en moet bovendien behapbaar zijn voor de gemiddelde boekenkoper. Hulde dus aan de schrijver die met die twee creativiteitsbeperkende factoren in zijn achterhoofd toch een boeiend, rond verhaal weet te schrijven. Tim Krabbé slaagt erin met Een tafel vol vlinders.
Het devies van Krabbé lijkt: houd het simpel. Zijn verhaal heeft een kop en een staart, een eenvoudige maar effectieve verhaallijn en twee sympathieke personages. Met vaart vertelt hij het verhaal van Fred en Bram, van de zorgzaamheid van de een en de zoektocht van de ander, en, in een ander stijlregister, van de liefde tussen Bram en Emma. Mooie ideeën en observaties (‘Alles kwam door alles, je kon niets doen zonder alles te veranderen. Waarom zag ik dat meisje? Omdat mijn band lek was. Waarom was mijn band lek? Omdat er ergens een scherfje had gelegen. Waarom had dat scherfje daar gelegen? Omdat honderd jaar geleden in Ecuador iemand in zijn handen had geklapt.) wisselt hij daarbij af met stereotypen, bijvoorbeeld het nieuwe gezin van Brams moeder Nicolien met de onsympathieke tandarts John en hun twee ‘perfecte’ kinderen Walt en Sylvie (‘Ze zaten daar met z’n vieren het gelukkig gezinnetje te zijn. Ik walgde van ze. Ik haatte ze.’). Maar al die elementen staan in dienst van het verhaal dat hij wil vertellen. Krabbé blinkt niet uit in stijl, maar zijn verhaal klopt, en daardoor versterkt het zichzelf.
Vernieuwend is Een tafel vol vlinders daarmee niet, en van een briljant niveau al evenmin. Maar Tim Krabbé heeft wél precies geschreven wat het Boekenweekgeschenk volgens mij zou moeten zijn; een verzorgde, goed geschreven en leesbare novelle die laat zien hoe waardevol het is om je van tijd tot tijd onder te dompelen in een wereld die net iets anders is dan de jouwe, je in te leven in haar personages en je, ook al is het maar voor een paar uur, te verliezen in een verhaal.
Andre van Lom: Een kwispelend hondje
’Het thema van het Boekenweekgeschenk is helemaal vrij, volgens het CPNB,’ zei Tim Krabbé onlangs tijdens een interview. ‘Dus ik hoefde me nergens aan te houden,’ voegde hij er aan toe. En inderdaad, op het eerste oog heeft Een tafel vol vlinders niet zoveel met dieren te maken. Maar ik denk dat Krabbé’s verhaal op een subtiele manier toch heel goed aansluit bij het thema van de Boekenweek. Het ritme van het boek is dierlijk, het heeft het karakter een hond. Een jonge, speelse hond om precies te zijn. Een pasgeboren labrabor, stel ik me zo voor.
Aan het begin van het boek stuitert Krabbé met een paar balletjes. Hij zou ze allemaal wel willen gebruiken, maar hij moet er toch een kiezen, hij kan er maar met een van start. Het hondje springt tegen hem op, hapt naar Krabbé’s hand, gretig om achter een verhaallijn aan te rennen. Welke gaat de baas gooien? De wandeling in Siberië, de verre liefde van Carla, of toch de herinnering aan Bram? Waar kan hij achteraan? Vol verwachting leeft de lezer met het beestje mee: toe nou, we willen hollen en jagen.
Met kracht werpt Krabbé de verhaallijn van Fred’s herinnering uit. Het hondje spurt weg, op zoek naar Bram. Hij passeert de moeder van Bram, Nicolien, komt langs een mysterieus vijverspook, voortgedreven door de schrijverswens van Fred. Het verhaal botst tegen de steen van Autaki, de steen in Nieuw Zeeland die richting geeft aan je leven. De bal springt een andere kant op. Het hondje gaat er uitgelaten achter aan. En net als ie het te pakken heeft gooit Krabbé een nieuwe bal, het dagboek van Bram. Inmiddels is er ook een tweede hondje bijgekomen, samen dartelen Emma en Bram door het dagboek. Als twee jonge honden draaien ze om elkaar heen, happen naar elkaar en rennen dan weer verder.
Aan het eind heeft het hondje Emma achter zich gelaten. Hij is weer alleen. De bal valt op een tafel vol met vlinders, verschrikt vliegen ze op. Met de lezer aan zijn zij staat het hondje hijgend bij de bal. Hoe nu verder?
Krabbé heeft vast iets met dieren. In zijn vorige boek, Marte Jacobs, was het een pasgeboren girafje dat de lezer van zijn stuk bracht. Nu is een heel boek een dier geworden, het holt en jaagt en laat de lezer verwonderd achter.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Een tafel vol vlinders
Uitgeverij CPNB
€ - | 90 pagina's
2009 | ISBN
Oordeel




(4/5)

Bestel uw boeken bij Athenaeum Boekhandel;
daarmee steunt u Recensieweb.
Meer over deze auteur
Het meisje en de romanticus
recensie van Tim Krabbé, Marte Jacobs door Daan Stoffelsen, 6 november 2007
Kwaad met kwaad vergolden
recensie van Tim Krabbé, Een Goede Dag voor de Ezel door Joop Daggers, 12 februari 2006
Laatste recensies
Filosofisch lamenterende schrijfmachines
recensie van Dirk van Weelden, Het laatste jaar door Annette Jenowein, 22 mei 2013
Een cynische ode aan onverschilligheid
recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013
Afgebakende perfectie
recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013
Brave New Animal Dreamworld
recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013
Adembenemende inkijk in het kermismilieu
recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013