Een moeder in hoog contrast

door Roos van Rijswijk, 6 november 2010

Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs Schaduwjury.
Veena Ahluwalia, ‘Mama Tandoori’, heeft een deegroller en is niet bang om deze als wapen in te zetten. Ernest van der Kwast schreef een roman over haar: zij is zijn Indiase moeder. Veena, verpleegster in India, verhuist van haar onmogelijke liefde weg naar Nederland. Daar vraagt Theodorus Henricus van der Kwast haar hand. Zij stemt in: het begin van een tumultueus huwelijk waar drie zoons uit voorkomen. Een ervan is verstandelijk gehandicapt, één trouwt met een moslima en de laatste, Ernest, wordt schrijver. Dit alles tot groot verdriet van hun moeder, die liever drie artsen of advocaten groot had gebracht.

Van der Kwast beschrijft een aantal vormende gebeurtenissen in de levens van Veena, Ashirwad (de verstandelijk gehandicapte zoon) en Ernest. Hij werkt met name de persoon van Veena uit. Ze is een vrouw van uitersten, waarin het ene uiterste haar vileine karakter is en het andere een bodemloos verdriet over de handicap van haar oudste zoon en haar verloren leven in India. Van der Kwast schrijft heldere, korte zinnen en doorspekt ze met gortdroge humor, vooral wanneer het gaat om die vileine momenten (‘mensen die mijn moeder tegenkwamen, konden volgens mij niets anders dan tot de conclusie komen dat ze het verkeerde levenspad in waren geslagen’). En hij weet de taal beeldend in te zetten om zijn verhaal en de sfeer ervan te ondersteunen (‘Mijn zoon, anderhalve maand, handen als zeesterren…’).

De staccato schrijfstijl verveelt geen moment. Ook is er tussen de regels door – de moeder lijkt een groteske karikatuur te zijn – nuance te vinden. Zo ontmoet romanpersonage Ernest in India twee zussen van Veena, van wie er één een zo mogelijk nog hysterischer en verdrietiger versie van haar is en de ander juist de ingetogen en gelukkige variant. Via deze zussen komt hij achter de geschiedenis van zijn moeder. Deze geschiedenis maakt haar tragiek helder: zij is niet alleen de zuinige heks die mestkoekjes bakt voor een vervelende huurder, zij heeft een zwaar verleden dat haar vormde tot wie zij nu is.
Deze subtiele verwijzing naar de dubbele bodem van zijn moeder overschreeuwt de auteur echter met fragmenten waarin Veena Bollywood-achtige tranenzeeën stort, daarbij luidkeels haar verdriet en het onrecht beklagend. Is dit storend? Moeilijk: aan de ene kant maakt de tranenzee het subtiele zwarte randje van de roman tot een (te) vet kader. Tegelijk is alles aan Veena Ahluwalia extreem, en zou het onwerkelijk zijn wanneer zij haar verdriet in stilte beleefde.

Opvallend is het contrast in schrijfstijl in humoristische gedeelten van deze roman met die in de wat zwaardere gedeelten. Waar die eerste delen doorspekt zijn met komische anekdotes en bij vlagen hardop gegrinnik opwekken, lijken de laatste haast bestemd voor een werk in een heel ander genre: de al behoorlijk serieuze Van der Kwast komt daar zó filosofisch uit de hoek dat zijn proza wat zweverig wordt (‘Haar stem die over het gras schiet, het enthousiasme, het jubelende geluk. Het komt nu alleen nog van ver, uit de diepte van een dagdroom’). Vermoeiend, voor in een verhaal dat op de lach lijkt te mikken.

Behalve Veena passeert nog een groot aantal familieleden van Ernest de revue. Zijn vader natuurlijk, die marginaal figuur blijkt in de familiegeschiedenis. En, vreemd genoeg, oom Herbert: een telg uit de familie van der Kwast die een plaats krijgt in het verhaal en in bijna niets is verbonden met Veena. Toch lijkt deze Herbert een belangrijke factor te zijn in de vorming van Ernest. Waar in de stukken over zijn moeder steeds naar voren komt dat Ernest in haar ogen heeft gefaald, sijpelt in het hoofdstuk over avonturier Herbert (reist van hot naar her in Canada) door dat Ernest misschien als hem had willen zijn. Ondanks deze aardig beschreven Herbert vraag ik me af of deze onderbreking nodig is: juist het feit dat de verteller zich zo op de achtergrond houdt is een sterke kant van van de roman. Bovendien leidt Herbert af van de kern van het verhaal: Veena en haar verhouding tot de wereld en haar zoons.

Van der Kwast lijkt te veel in zijn Mama Tandoori te hebben willen stoppen. Hij kon geen keuze maken tussen een humoristisch verhaal, diepgang, ontroering en een filosofische verhandeling. Als hij het zwaartepunt bij een van deze zaken had gelegd, had het verhaal over zijn moeder waarschijnlijk meer indruk gemaakt. Mama Tandoori leest nu lekker weg, maar het verhaal beklijft niet.

Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.


Mama Tandoori

Ernest van der Kwast

Mama Tandoori

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar

€ 17.50 | 214 pagina's

2010 | ISBN 9789038893204


Oordeel (3/5)


Bestel uw boeken bij Athenaeum Boekhandel;
daarmee steunt u Recensieweb.

Laatste recensies

Filosofisch lamenterende schrijfmachines

recensie van Dirk van Weelden, Het laatste jaar door Annette Jenowein, 22 mei 2013

Een cynische ode aan onverschilligheid

recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013

Afgebakende perfectie

recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013

Brave New Animal Dreamworld

recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013

Adembenemende inkijk in het kermismilieu

recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013

Steun ons! Volg ons!