Gang door de buik van de walvis
door Karin de Leeuw, 11 september 2011
Op een nacht loopt een stel door de draaideur van een kinderziekenhuis. De vrouw houdt haar doodzieke zoontje op de arm. Drie weken later staan de man, de vrouw en het kind weer buiten. Daartussen heeft zich voor deze mensen een aardverschuiving in hun leven plaatsgevonden.
[Zie ook de voorpublicatie op Athenaeum.nl.]
In bijna driehonderd pagina’s doet Mark Boog (Utrecht 1970) een verslag van die cruciale weken. Hij kiest daarbij voor een gedetailleerdheid in zijn beschrijving die de lezer het gevoel geeft mee te lopen door de ziekenhuisgangen. Als ze de gang betreedt denkt de moeder: ‘De muil van het beest…..De muil, al dichtgeklapt. Nu maar hopen dat het monster een keer moet ademen, of een volgende hap wil nemen, zodat we kunnen ontsnappen.’
Als lezer wil je er eerst niet aan. De zo herkenbaar beschreven ziekenhuiswereld is niet aantrekkelijk. Het feit van een ziek kind, dat misschien wel dood gaat, stoot af. Je zou je willen omdraaien en de draaideur weer uitlopen. Op dat moment heeft Boog de lezer echter al te pakken: je zit aan het bed, net als Sandra en Daan, de ouders. Je ziet de bewegingen in de straat beneden, repeteert de namen van de medicijnen en houdt je adem in als het kind weer een aanval krijgt. Boog laat je volledig in de huid van de ouders kruipen.
Jonas heet het zieke jongetje. Zijn naam lijkt sterk op die van het Bijbelse personage. Als die Jona op reis is, belandt zijn schip in een storm. De opvarenden besluiten het lot te werpen om te bepalen wiens schuld het is dat er een storm is losgebarsten. Wie door het lot aangewezen wordt, zal over boord gezet worden. De bemanning hoopt op die manier de weergoden gunstig te stemmen en de storm tot bedaren te laten komen. Het lot valt op Jona, Hij wordt in de golven gegooid en verdwijnt in de buik van een walvis wanneer die hem opslokt.
Ook het jongetje Jonas en zijn ouders verdwijnen in het monster wanneer ze de grote entreehal van het ziekenhuis oversteken en met de lift omhoog gaan naar de ziekenboeg. Angstige momenten volgen. Dokters komen in groten getale aan het bed, maar kunnen geen sluitende diagnose stellen. Ondertussen krijgt het kind toevallen. Soms is het niet meer bereikbaar en reageert nergens op. Andere momenten heeft het last van verschrikkelijke jeuk aan zijn gezicht, zodat hij zich tot bloedens toe krabt.
De ouders brengen uren, die dagen worden, door in benauwde kamers en lange gangen. Ze eten de slappe frites uit het inpandige restaurant, werken zo goed en zo kwaad samen met het verplegend personeel en proberen ondertussen mentaal op de been te blijven.
‘Het lot valt altijd op Jona,’ zegt een moeder in het ziekenhuis berustend over haar stervende kind. Voor Sandra werpt de verwijzing naar het Bijbelse verhaal echter vragen op over schuld en het waarom van deze ziekte van haar kind. Als iedere ouder worstelt ze met het beeld dat het kind toch niets gedaan heeft waardoor hij dit lot verdient. De machteloosheid van de ouder, die moet toezien, wordt tastbaar door de oudtestamentische verwijzing. Alle drie de delen van het verhaal beginnen met een citaat uit de mythe van Jonas, waardoor het een aangrijpende lading krijgt.
Uiteindelijk drijft de ziekte ook een wig tussen zijn ouders. Zij wijkt geen meter van het bed van het kind. Hij wordt naar huis gestuurd om schone kleren (en altijd neemt hij de verkeerde mee), tijdschriften en de telefoonopladers te halen. Hij vertegenwoordigt het contact met de buitenwereld en dat wordt hem bepaald niet altijd in dank afgenomen. Zijn verhalen, zijn grapjes en zijn (gespeelde) vrolijkheid roepen steeds meer irritatie op bij zijn vrouw. Zij wordt geheel opgezogen door de realiteit van het ziekbed en het leven binnen de muren van het ziekenhuis. Zo vervreemden de ouders van elkaar en wordt hun eenzaamheid, onderkoeld en feitelijk beschreven, duidelijk.
Op een dag spuugt de walvis Jona weer uit. Met een grote boog water hoest hij hem op het strand. Daar staat hij dan weer buiten in de wereld van de levenden. Zo gaat het in het verhaal. Zo gaat het uiteindelijk ook met Jonas. Hij wordt na drie weken uit het ziekenhuis ontslagen. Daar staan ze: het verzwakte gezin, de vader met een grote tas vol medicijnen en de moeder die de buitenwereld nog niet kan omhelzen. De fysieke en mentale gevolgen voor het kind zijn nog niet duidelijk. Het gezin gaat een onzekere toekomst tegemoet.
Mark Boog geeft slechts een feitelijk getoonzette beschrijving van deze drie weken. Soms last hij een klein gedachtespinsel in, maar verder gaat het niet. Meestal schrijft hij vanuit het gezichtspunt van Sandra. Hij doet dat echter wel in de derde persoon, waardoor er distantie blijft. Zo leef je mee met de ouders, maar blijf je ook de buitenstaander met iets meer overzicht. Het blijft een zeer beeldend geschreven verslag, zonder commentaar.
Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.
Uitgeverij Cossee
€ 19,90 | 282 pagina's
2011 | ISBN 9789059363205
Oordeel




(4/5)

Bestel uw boeken bij Athenaeum Boekhandel;
daarmee steunt u Recensieweb.
Meer over deze auteur
De bibliotheek van Boog: beelden van de avond
door Daan Stoffelsen, Karlijn de Winter en Wouter Bok, 11 december 2011
Allesbehalve onrustig, indirect hard
recensie van Mark Boog, Het lot valt altijd op Jona door Daan Stoffelsen, 25 oktober 2011
Ontdekkingen van 2009: echt ontdekken is meer dan het vinden van iets nieuws
door Karlijn de Winter, 30 december 2009
Fictief politierapport over 30 jaar oude moordzaak
recensie van Mark Boog, Ik begrijp de moordenaar door Marjolein Groenewegen, 18 oktober 2009
Grensvervagend politierapport
recensie van Mark Boog, Ik begrijp de moordenaar door Daan Stoffelsen, 7 september 2009
Poëtisch hoogstandje al te grillig
recensie van Mark Boog, De helft van liefde door Bram Gerrits, 13 juli 2005
Andere recensies
Laatste recensies
Filosofisch lamenterende schrijfmachines
recensie van Dirk van Weelden, Het laatste jaar door Annette Jenowein, 22 mei 2013
Een cynische ode aan onverschilligheid
recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013
Afgebakende perfectie
recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013
Brave New Animal Dreamworld
recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013
Adembenemende inkijk in het kermismilieu
recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013