Schaduwjury: Tussen vroegwijs en gevestigd meesterschap

Blogpost door Daan Stoffelsen, Karlijn de Winter en Pieter Wybenga, 3 mei 2009 Gouden Uil

Update: De Gouden Uil Literatuurprijs is gewonnen door Robert Vuijsje met Alleen maar nette mensen; Pia de Jong ontving de publieksprijs voor Lange dagen. (Zie voor verdere berichtgeving De Papieren Man.)

De afgelopen jaren leek het literaire juryrapport, althans in het Nederlandse taalgebied, een vast stramien te kennen. Het kwam erop neer dat er weer te veel en te veel beroerde boeken verschenen, al maakten de vijf uitgekozen nog wel aanspraak op eeuwigheidswaarde. Maar dit jaar laat de Gouden Uil zich ongekend enthousiast uit over de kwaliteit van de ingezonden boeken, zelfs zodanig dat ‘de toekomst van de Nederlandstalige literatuur (…) alvast voor minstens een paar decennia verzekerd’ lijkt. Recensieweb ziet voor die positieve toonzetting echter nog geen aanleiding: drie van de vijf boeken met potentiële eeuwigheidswaarde zijn simpel, onaf, op zijn hoogst vermakelijk, niet meer. Niet meer in de zin van grenzen aftastend, de grenzen tussen echt en nep, tussen personage, auteur en oeuvre, tussen dit en dat oeuvre, tussen de verschillende lagen van de werkelijkheid die we al dan niet erkennen.

- Pia de Jongs Lange dagen, een gecombineerde coming-of-age en avonturenroman, blinkt uit door een ongewoon plot: de overlevingstocht in onherbergzaam Fins Lapland van een rijtjeshuisgezin. Nooit meer slapen, maar dan met het conflict tussen een starre vader en een puberdochter. Het boek werd door onder andere (Gouden Uil-jurylid) Jeroen Vullings heel enthousiast besproken, door andere, onder wie ons schaduwjurylid Karlijn de Winter, wat mopperig. Niet onterecht, want niet alleen is de plot overvol met complicaties voor de avonturiers, ook is de stijl meestal vlak en de karaktertekening eendimensionaal. Vader is in zijn drammerigheid eendimensionaal, hoe de vertelster hem ook indeelt bij de niet-voorspelbare mensensoort; de vertelstem zelf schippert tussen vroegwijs (getuige zo’n indeling in mensensoorten) en jong – of het nu het verhaal is van een veertienjarige of van een terugkijkende veertigjarige wordt niet helder. Geen slecht boek, dit, maar is het echt een van de beste van 2008?

- Jan van Loy’s De heining heeft te lijden onder zijn voorganger. De documentaire afstand en voorkeur voor groteske tragedie die Alfa Amerika kenmerkte, schepte bij ons grote verwachtingen voor deze roman. In De heining komt een gedesillusioneerd Europees ambtenaar in een gated community te wonen, waar hij al snel moet vaststellen dat veiligheid ook daar een illusie is: terwijl hij bedreigd wordt, verdwijnt het kind dat hij onder zijn hoede heeft. Het ik-perspectief van de ambtenaar wekt nabijheid op – net genoeg om je aan hem te ergeren –, terwijl zijn laconieke houding ironisch werkt – net genoeg om je niet echt druk te maken om het drama van huwelijk, bedreiging, verdwijning en moord. En zo kabbelt dat ene plotje maar voort, tot de heining om is en deze als roman vormgegeven novelle wordt uitgeblazen.

- Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen werd genomineerd voor zowel de Gouden Uil als de Libris Literatuurprijs. Het is dan ook een prettig incorrect boek, dat ons voor de verandering eens aan het lachen bracht, dat met een lekkere vaart geschreven is, en dat antropologische inzichten geeft in twee fascinerende subculturen – die van Oud-Zuid en van Zuid-Oost. Dat kan allemaal omdat de joodse David, die, running gag, meer van een Marokkaan wegheeft, op wat voluptueuzere en gekleurdere vrouwen valt dan zijn keurige vriendinnen van het Barlaeus Gymnasium, maar toch zijn verlangen naar enig intellect niet opzij kan schuiven. Toch vinden we Alleen maar nette mensen geen winnaar, en dat zit hem misschien nog het meeste in wat onze recensent Henk Bergman journalistiek noemde, de oppervlakkigheid: Vuijsje beschrijft culturen, geen personen, driften, geen details.

- P.F. Thoméses Nergensman presenteert zich als een, even bescheiden als eloquente, voetnoot bij een monumentaal oeuvre.
25.000 euro kreeg de auteur van staatswege toegeschoven om, hoofdzakelijk, zijn overdenkingen over literatuur en zichzelf op papier te zetten. Luchtig wisselt ‘Even een biootje’ stuivertje met zware en minder zware overpeinzingen over Thomése-eigen onderwerpen als vergankelijkheid, menselijk onvermogen en de zoektocht naar het eigene. Het residu is een soort ultieme nuance: nergens ben je, en nooit kom je echt thuis. De rode draad (we zoeken iets om ons aan vast te klampen) is dat die er niet is. Dat moeten we dan ook maar direct als excuus aanvaarden voor het ietwat fragmentarische karakter van Nergensman. En het gevoel dat het een gesubsidieerde zondagmiddagexercitie van een inmiddels gelauwerd schrijver betreft, pareert hij zelf al met welgemeende excuses in het nawoord. Deze kanttekeningen worden helemaal troebel wanneer we stilstaan bij het – toch zo gemakkelijk ogende – stilistisch machtsvertoon, de ontwapenende eigenzinnigheid en (zelf)relativering die Thomése ook hier weer tentoonspreidt.

- Christiaan Weijts’ Via Cappello 23 draagt van alle genomineerden de meeste ambitie uit. Twee verhalen, tig thema’s. Renaissanceschilders, de massamedia, (amateur)porno, privacyvraagstukken en uitstapjes naar milieuproblematiek en toerisme. Toch voert één de boventoon: vanuit verschillende hoedanigheden stoeien de twee hoofdpersonen, de één journalist, de ander een oio die Titiaan en amateurporno wetenschappelijk weet te verbinden, met een vraagstuk over authenticiteit. Complex, maar zeer ingenieus samengesmeed, biedt Via Cappello 23 een bloemrijke inkijk in de westerse maatschappij anno nu. Ook in de stijl keert dat terug, waar de mengelmoes tussen intellectueel en (on)verantwoord vernuftig wordt voortgezet. Keerzijde van dit voor de Nederlandse literatuur toch wel vernieuwende spervuur aan observaties en onderwerpen is dat het overvol oogt en hier en daar verzandt in essayistiek. Te ambitieus haast.

Weijts en Thomése bieden meer. En het is niet alleen het niveau van de overige drie kandidaten dat dit duidelijk maakt. Weijts scheert met zijn knap geknutselde, veelzijdige maatschappijspiegel de huiskamer van Nederlandse literatuur binnen en Thomése laat zien dat het daar tijd wordt om de ‘De Grote Drie’ eens te vervangen door een nieuwtal, waartoe hij zelf behoort. De ongeëvenaarde stijl, het inzicht en de nuance, de prachtige pretentieloosheid waarmee Grote Vraagstukken worden verwoord dwingt respect af. Als het aan de schaduwjury van Recensieweb ligt zal Thomése het boetekleed weer aan moeten trekken om zich andermaal te verontschuldigen. Thomése krijgt de Gouden Uil 2009.

Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.

Laatste recensies

Een cynische ode aan onverschilligheid

recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013

Afgebakende perfectie

recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013

Brave New Animal Dreamworld

recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013

Adembenemende inkijk in het kermismilieu

recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013

Onnavolgbaar liedje

recensie van Margriet de Moor, Melodie d'amour door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013

Steun ons! Volg ons!