Schaduwjury: Verbazing troef, verwondering wint

Blogpost door Frank Beijen, Adina Mulder, Leon Hoekstra, Senija Hodzic, Ria Holscher, Kasper Nijsen, Ella Rombouts, Linda Breckle, Mark Dronkert, Maartje Gerretsen , Jasper Luitjes, Dinie Schoorlemmer en Jurriaan Vegter, 8 november 2006 AKO Literatuurprijs

De studenten literaire kritiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam zijn de schaduwjury voor de AKO-literatuurprijs 2006. Ze lazen en bespraken de tip- en toplijst van de Ako-literatuurprijs. Na een bespreking van de tiplijst zal de toplijst aan bod komen en uiteindelijk een voorspelling van de winnaar.

De tiplijst die maximaal 25 Nederlandstalige fictie- en non-fictieboeken mag bevatten bestond dit jaar uit slechts 22 titels. We concluderen daaruit dat de AKO-jury het literaire aanbod van het afgelopen jaar niet optimaal vond.

Waar de studenten literaire kritiek vorig jaar alleen de titels op de shortlist (tegenwoordig toplijst genoemd) bespraken, leveren wij nu commentaar op zowel de tiplijst (longlist) als de toplijst. We zullen de titels van beide lijsten bespreken en de vraag beantwoorden of de AKO-jury goede keuzes heeft gemaakt bij het samenstellen van de toplijst. En smijten uit met een alternatieve toplijst, en onze favoriet.

Wij hebben ons enigszins verbaasd over de uit zes titels bestaande toplijst. Er komen drie Vlamingen op voor (Stefan Brijs met De engelenmaker, Joris Note met Hoe ik mijn horloge stuksloeg en Dimitri Verhulst met De helaasheid der dingen), en verder één non-fictieboek (Frits van Oostroms Stemmen op schrift), één debuut (Christiaan Weijts’ Art. 285b) en de Amsterdamse familieroman De bekoring van Hans Münstermann. Vier titels uit de tiplijst maken wat ons betreft minstens zoveel aanspraak op een plek op de toplijst: Boven is het stil van Gerbrand Bakker, De bijeneters van Peter Terrin, De verering van Quirina T. van L.H. Wiener en bovenal Henk van Woerdens Ultramarijn.

Boven is het stil van Gerbrand Bakker, over de loutering van een Noord-Hollandse boerenzoon, de ontsnapping van een man aan stilstand en beperking, doet denken aan Tommy Wieringa’s Joe Speedboot. Het is dan wel minder kleurrijk dan die veelgeprezen titel, maar stilistisch hoort het afgemeten romandebuut van Bakker echter zondermeer tot de top van de literaire productie van het afgelopen jaar. Peter Terrins verhalenbundel De bijeneters valt op door wat er niet in gebeurt: geen autobiografische terugblikken, geen familiegeschiedenissen, geen pogingen tot humor, geen aforismen, geen krampachtig graaien naar de actualiteit. Terrin definieert als het ware hoe literatuur eruit hoort te zien: (her)leesbare verhalen over de menselijke conditie, losgezongen van het hier en nu, en zonder een woord te veel. L.H. Wieners boze roman De verering van Quirina T. brengt dezelfde thema’s naar voren als zijn eerdere werk, maar het mengsel van jeugdherinnering, recente herinnering en een sombere tegenwoordige tijd rondom de ongelukkige docent Victor van Gigch boeit en blijft spannend. Ultramarijn ten slotte, het met de Gouden Uil bekroonde boek van de in 2005 overleden schrijver Henk van Woerden, wordt het meest gemist op de toplijst. Het is een boek waarin onschuld, passie en heimwee een verhaal vertellen dat je ademloos volgt, waar je halverwege al ‘vooruit’ gaat lezen naar het einde omdat de spanning te groot wordt en dat je achterlaat met kippenvel en een jaloers makende bewondering voor de culturen van Klein-Azie die hoger reiken en dieper graven dan wij gewend zijn in dit land van boerenkool en Erwin Krol aan het eind van het tv-journaal. Het is tevens een boek over de universele vluchteling, een verhaal over migranten wier levens en liefdes wordt stukgeslagen als ‘aardewerk, verspreid tussen zoveel andere scherven die er niet toe doen’.

Daarentegen zijn we het van harte eens met de AKO-jury dat Kees ‘t Harts De krokodil van Manhattan, Verfhuid van Rasha Peper, De vertrouweling van Marja Pruis en Koudvuur van Manon Uphoff de tiplijst niet hebben gehaald.

De krokodil van Manhattan, over de paranoïde hoogeschoolbeleidsmedewerker Kees ‘t Hart in de kunstwereld van New York, verzandt in een onduidelijk plot, bedrieglijke dubbele lagen en een verhaal dat elke nadere overweging overbodig maakt: de hoofdpersoon heeft het allemaal al voor ons uitgedacht. Van Rascha Pepers Verfhuid begrijpen we zelfs niet dat het ooit op de tiplijst terecht heeft kunnen komen. De novelle, over de fatale obsessie van kunsthandelaar Arnold Kee voor een kunstverzamelaar en een schilderij, moet over de negatieve kanten van hartstocht gaan, maar door het gebrek aan een sprankelende verhaallijn en overtuigende personages komt de lezer daar niet toe. Marja Pruis’ De vertrouweling, over de verdwijning van een vrouw, is chaotisch in zijn flashbacks- en forwards, en fragmentarisch in het opzetten van gedachten. De familiegeschiedenis Koudvuur van Marjon Uphoff ten slotte, de afstandelijk beschreven ontwikkeling van het meisje Ninon in een groot gezin, lijkt vooral een herhaling van de eerder in Gemis (1997) gezette stappen.

Minder beslist zijn we over De onzichtbare jongen van Bernlef, over de ongecompliceerde jeugdvriendschap van hardloper Wouter en wetenschapper in spe Max en hun latere hereniging in volwassenheid. Aan de ene kant getuigt deze roman van groot vakmanschap en brengt het gevoelens van verwarring teweeg, anderzijds stelt het teleur in het begin van het tweede deel, waarin je als lezer uit het verhaal wordt gerukt. Dat staat een nominatie ook wat ons betreft in de weg.

Dan belanden we aan bij de toplijsttitels, in alfabetische volgorde, en beginnen bij De engelenmaker, waarmee de Vlaming Stefan Brijs (1969) zich plaatst in de traditie van schrijvers over het scheppen van leven. Evenals in zijn vorige roman Arend (2000) toont Brijs in deze lijvige vertelling een fascinatie voor mismaakte en uitgestoten personages. Al snel na dokter Hoppes terugkeer in het Duits-Belgisch dorpje Wolfheim met zijn drieling komt de speculatie op gang. Onder de dorpsbewoners, maar ook bij de lezer. Victor Hoppe blijkt uit te blinken in embryologie en door zichzelf te klonen God naar de kroon te willen steken. Een fatale afloop blijft niet uit. De engelenmaker is geen boek voor filosofen of theologen. Wat voorop staat in de roman is de spanning, de leesbaarheid, de goede compositie, het boeiende portret van de geniale gek Victor Hoppe en het volslagen onbegrip dat hij oproept bij zowel dorpelingen als collega-wetenschappers. Een boek dat je bijblijft. Zeker een AKO-prijs-nominatie waard.

Dat is aanzienlijk minder het geval bij De bekoring van Hans Münstermann. In diens vijfde roman is opnieuw een belangrijke rol weggelegd voor schrijver Andreas Klein. Dit is het verhaal van het plotselinge vertrek van zijn moeder voor een andere man, haar teleurstelling, en haar terugkomst, gemengd met dat van de kinderen die hun moeder moeten cremeren, wat met gemengde gevoelens gaat. Én dat van een oude architect, Van Epen, die de wijk van het gezin Klein had ontworpen, het onderwerp van het nog te schrijven boek van Andreas Klein, die een eigen leven begint te leiden als hij de breuk in de harmonie in zijn wijk probeert te lijmen door moeder Klein te achtervolgen. Münstermann weet de tragedie in weinig woorden goed neer te zetten, evenals de beklemming van de jaren ’50 waar ze uit voort komt. Maar vooral in het begin van het verhaal is de continue en soms zeer snelle wisseling van perspectief verwarrend, en de aanwezigheid van de weinig verhelderende architect is duidelijk een misgreep.

‘We maken een gat.’ Met deze zin begint de Vlaamse schrijver Joris Note Hoe ik mijn horloge stuksloeg. Een vreemde zin, die je meteen het boek in sleurt dat begint met de ‘ouverture’: een parabel over een koning, gevolgd door een waarin de schrijver al snel besluit zijn verhaal anders te vertellen. Ieder verhaal, zo wil de schrijver duidelijk maken, is een constructie die er net zo goed anders uit kan zien. Maar je moet natuurlijk op de een of andere manier beginnen. Dat is het gat.

Het hoofdverhaal van het boek is dat van een man die zich terugtrekt in een klooster omdat zijn leven spaak loopt, die veel praat met Simone, een van de nonnen, en op een gegeven moment vertrekt. Die structuur biedt ruimte aan jeugdverhalen en politieke opinies in vaak nogal lange en saaie passages. Dat maakt het af en toe lastig om door te komen. Maar veel meer is Hoe ik mijn horloge stuksloeg een erg mooie roman, met een hele frisse kijk op een aantal zaken en een tot nadenken stemmende visie op de werking en misleiding van.taal. Terecht op de toplijst.

Het enige non-fictie boek op de toplijst is van wetenschapper Frits van Oostrom en de vraag die je je moet stellen is of het genoeg literaire waarde heeft om dit te rechtvaardigen. De opzet van Stemmen op schrift is de Nederlandse literatuur van het begin tot aan het einde van de 13de eeuw te beschrijven, chronologisch, maar met goed oog voor de culturele context en voor de hoogtepunten van de literatuur. Steeds zoekt Van Oostrom daarbij de balans tussen populaire vertelkunst en wetenschappelijke nauwkeurigheid, met nadruk op dat eerste: veel meer dan een encyclopedie is dit een leesboek. Af en toe is het té bloemrijk, maar een positieve indruk overheerst: Stemmen op schrift leest gemakkelijk, interesseert, enthousiasmeert in de details die Van Oostrom noemt: het is een literair werk, en het hoort in deze toplijst thuis.

Voor wie graag lacht om situaties met stront en pis is De helaasheid der dingen volgens de schaduwjury een geweldig boek. Maar dat mag geen literair criterium zijn. Op de toplijst hoort deze roman van Dimitri Verhulst niet thuis, al heeft het weldegelijk kwaliteiten.

De luchtige flarden familiegeschiedenis die Verhulst rond personage Dimitri Verhulst construeert tonen een beeld van bierdrinkende, werkloze aso’s, Vlaamse Tokkies als het ware. Het is een aaneenschakeling van trieste en ranzige verhalen en flauwiteiten. Wat opvalt is dat Verhulst onmiskenbaar een groot taalgevoel bezit, opmerkelijk beeldend schrijft, weet hoe je scènes moet indelen, en talent heeft voor geloofwaardige en pakkende dialogen. Het gevoel bekruipt je dan ook dat hij zich er in dit boek te makkelijk vanaf heeft gemaakt.

Het opmerkelijkste boek op de AKO-toplijst 2006 is ongetwijfeld de debuutroman Art. 285b van de jonge en relatief onbekende Leidse auteur Christiaan Weijts over liefde en vergelding anno nu. Centraal staat de recent in het Nederlandse strafrecht opgenomen antistalkingswet (Art.285 van het Wetboek van Strafrecht). Sebastiaan, een gevoelige pianist met liefdesverdriet wordt wegens ‘belaging’ van zijn ex een werkstraf van zestig uur opgelegd. Hoe het zover heeft kunnen komen wordt verteld in twee elkaar steeds afwisselende verhaallijnen, vanaf het moment van het arriveren van de dagvaarding, en vanaf het moment dat de relatie in kwestie begon. Ingenieus worden de verhalen naast elkaar opgezet, en aan het einde vraag je je nog steeds af of de veroordeling terecht was. Enig minpunt aan Art. 285b is het bij tijd en wijle ongelukkige taalgebruik, dat nog wel eens melig of ronduit tenenkrommend is. Niettemin is de nominatie helemaal terecht omdat dit boek een ambitieuze, gecompliceerde en voor meerdere interpretaties vatbare roman is. Je kunt er een eigentijdse liefdesgeschiedenis in zien, maar ook een postmoderne zedenschets, een tijdsbeeld, een pleidooi voor de verbeelding.

Waren wij niet de schaduwjury, maar de echte, dan had onze toplijst er anders uitgezien. Onze ideale zes, in alfabetische volgorde van auteursnamen, is:

  • Stefan Brijs, De engelenmaker
  • Joris Note, Hoe ik mijn horloge stuksloeg
  • Frits van Oostrom, Stemmen op schrift
  • Christiaan Weijts, Art. 285b
  • L.H. Wiener, De verering van Quirina T.
  • Henk van Woerden, Ultramarijn

Daarvan zien we op grond van onze leeservaringen en de discussies over de genomineerde boeken in Stemmen op schrift van Frits van Oostrom de grootste kanshebber voor de AKO-Literatuurprijs 2006.

Zorg ervoor dat Recensieweb kan voortbestaan. Steun ons.

Laatste recensies

Een cynische ode aan onverschilligheid

recensie van Oscar van den Boogaard, De tedere onverschilligen door Lucas van der Deijl, 14 mei 2013

Afgebakende perfectie

recensie van Saskia de Coster, Wij en ik door Tim van Dun, 12 mei 2013

Brave New Animal Dreamworld

recensie van Peter Verhelst, Geschiedenis van een berg door Carmen Meuffels, 12 mei 2013

Adembenemende inkijk in het kermismilieu

recensie van Erik Vlaminck, Miranda van frituur Miranda door Rein Swart, 7 mei 2013

Onnavolgbaar liedje

recensie van Margriet de Moor, Melodie d'amour door Daan Stoffelsen, 6 mei 2013

Steun ons! Volg ons!